Filosofie en ethiek voor zorg en welzijn
Richard de Brabander, 2e druk
Hoofdstuk 6
Hoofdstuk 6: Het menselijk bestaan: kiezen of delen?
Existentiefilosofie
6.1 Waar doe ik het eigenlijk voor?
Gevoel van het absurde = momenten waarop we onszelf afvragen waar we het
eigenlijk allemaal voor doen. Op zo’n moment verliest ons leven elke
vanzelfsprekendheid. Het confronteert ons met de zinloosheid van het bestaan.
6.2 Existentiefilosofie
De existentiefilosofie geeft geen pasklare antwoorden op levensvragen. Ze
doordenkt deze vragen die zich aan ons opdringen wanneer we voor een
existentiële keuze komen te staan.
Uitgangspunten existentiefilosofie:
De mens kiest zijn bestaan
Angst, vertwijfeling en eenzaamheid waarin we geheel op onszelf
teruggeworpen zijn en voor een beslissende keuze zijn geplaatst die op
niets anders gebaseerd kan worden dan op de beslissing die we zelf
nemen. We moeten zelf de keuze maken, dit doen anderen niet voor ons.
Kierkegaard zegt dat het erom gaat dat we kiezen dat het menselijk
bestaan een keuze is. Het is de taak van de mens zelf om hier vorm aan te
geven.
Existentie gaat aan de essentie vooraf
Ons bestaan is eigenlijk een geworpen ontwerp. Wij zijn in het leven
geworpen (hier hebben we niet voor gekozen) en hier moeten wij dus zelf
ons leven verder ontwerpen.
De essentie komt pas later, na de existentie. Pas als we er al zijn, komen
we bij de zin van het leven.
De mens is vrij
Het idee dat het menselijk bestaan een keuze is, hangt samen met het
idee dat de mens vrij is. De mens is geen vaststaand feit. De mens kan
afstand van zichzelf nemen en keuzes maken, daarom is de mens vrij. De
vrijheid bestaat in hoe we ons in bepaalde omstandigheden verhouden. In
die verhouding ligt onze vrijheid.
De mens is mogelijkheid
Grenssituaties = situaties waar we er helemaal alleen voor staan en die we niet
kunnen veranderen.
Kwade trouw = De mens ontloopt zijn vrijheid en daarmee zijn
verantwoordelijkheid voor het bestaan.
6.3 Stadia op de levensweg (Kierkegaard)
, Kierkegaard maakt bezwaar tegen het gemak en de vanzelfsprekendheid.
Mensen doen iets uit vanzelfsprekendheid. Als je dit doet doe je wat anderen
doen en belangrijk vinden en dus niet wat jij zelf vanzelfsprekend vindt. Je bent
dan helemaal geen zelf/geen individu.
Mensen moeten leven in hun eigen bestaan.
Drie levenswijzen/stadia op de levensweg:
Esthetische
- Een estheet leeft voor zijn plezier en/of carrière. Hij heeft geen wenselijk
overzicht over zijn leven.
- Leeft voor het moment.
- Elke dag kan zijn leven een andere richting nemen, omdat het niet wordt
gedragen door een werkelijk keuze, maar door wat anderen zeggen.
- Baseert levenshouding op wat anderen vinden en op de heersende
opinies.
- In deze levenshouding ga je weldenkend om met je leven. Je probeert
onprettige situaties te voorkomen. Je beweegt mee.
- Gemak: wat komt mij uit en wat niet. Conflict vermijdend.
- Maakt zichzelf wijs dat de keuze die hij maakt zijn eigen keuze is.
Ethische
- Leeft in het besef dat het leven een keuze is.
- Kritisch nadenken over zichzelf om te ontdekken wat voor mens hij
werkelijk wil worden en wat voor leven hij werkelijk wil.
- Baseert zijn keuze niet op heersende waarden en normen.
- Geheel verantwoordelijk voor zichzelf.
- Kiest voor zichzelf, maar accepteert dat er sociale plichten zijn waaraan
ook hij zich heeft te houden.
Religieuze
- Religie is een eigen keuze.
- Het is niet de essentie die al met je geboorte wordt gegeven.
- je beland in deze levenshouding als je in een dilemma komt en niet weet
wat je moet kiezen. We komen in een conflictsituatie.
- Ethisch dilemma.
6.4 Zorg en menselijke existentie (Heidegger)
Heidegger keert zich tegen het objectivisme.
Objectivisme betekent dat we objectiveringen niet meer als zodanig herkennen
en de kloof tussen wetenschappelijke constructies en de leefwereld ontkennen.
We nemen wetenschappelijke constructies als vanzelfsprekend voor werkelijkheid
aan en gaan er als vanzelf van uit dat de wetenschappelijke objectiveringen
overeenkomen met de leefwereld.
Heidegger vindt dit soort denken gedachteloos. Het is namelijk een denken dat
meent alles te kunnen verklaren en voor elk probleem een oplossing te hebben
dat op die verklaring is gebaseerd.
De openheid waarmee de mens in de wereld staat, noemt hij Dasein (erzijn). Hij
wil ermee bedandrukken dat het wezen van de mens niet wetenschappelijk
vastligt en als een object kan worden beschreven.
‘Het erzijn existeert’ = de mens neemt een verhouding aan tot zichzelf, de
anderen en de dingen en zich daarin ontwerpt.