Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Portaal Hst. 4 Woordenschatonderwijs

Beoordeling
4.0
(1)
Verkocht
2
Pagina's
8
Geüpload op
28-03-2016
Geschreven in
2015/2016

Samenvatting van hoofdstuk 4 uit het boek portaal (Harry Paus).

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Hoofdstuk 4 Woordenschatonderwijs
4.1 Achtergrondkennis
De taal die je thuis spreekt noem je omgevingstaal/thuistaal (Dagelijks Algemeen
Taalgebruik, DAT). Dit is in eerste instantie de omgeving waar je taal leert.
Gaandeweg leren kinderen ook woorden te gebruiken die verwijzen naar situaties
buiten hun dagelijkse leefomgeving. Op school gebruiken kinderen ook
omgangstaal. Om de leerstof te begrijpen moeten ze echter ook kunnen
beschikken over meer abstracte taal, die ze helpt om in een schoolse context
nieuwe informatie te kunnen verwerven en verwerken. Dit wordt ook wel
Cognitief Academisch Taalgebruik (CAT) genoemd. Naast kennis van woorden
hebben leerlingen vaardigheden nodig om nieuwe woorden te leren begrijpen.

Wat verstaan we onder woordenschat?
Er zijn verschillende definities van woordenschat. In het boek wordt het volgende
verstaan onder woordenschat: Het geheel van woorden en woordbetekenissen
waarover iemand mondeling en schriftelijk kan beschikken. Er wordt daarbij
gesproken over:
- Een passieve of receptieve woordenschat bij de woorden die we
begrijpen.
- Een actieve of productieve woordenschat bij woorden die we zelf
gebruiken.

4.1.1. Vormaspecten
- Enkelvoudige woorden, oftewel vrije morfemen, die een eigen
basisvorm hebben: brood, geluk, mobiel, dus, gaan.
- Samenstellingen, oftewel woorden die bestaan uit delen die ook zelf als
woord kunnen voorkomen: brood-rooster, tafel-poot.
- Afleidingen, die bestaan uit een woord met een affix oftewel toevoeging:
on-juist, pracht-ig, natuur-lijk.
- Uitgangen volgens een vervoegingssysteem bij werkwoorden:
werk-t, ge-wandel-d.
- Uitgangen volgens een verbuigingssysteem, zoals bij bijvoeglijke
naamwoorden als mooi-e, leuk-st, onduidelijk-e en voornaamwoorden als
ons-onze, dit-deze.

Idiomatisch taalgebruik
Dit zijn vaste combinaties van woorden , bijvoorbeeld verliefd zijn op, je
verwachting maken, een vraag stellen. Deze woordgroepen hebben een eigen
betekenis die meer of anders is dan de som van de betekenis van losse
elementen. Deze vaste uitdrukkingen en gezegdes worden vaak tot het ‘idioom’
van de Nederlandse taal gerekend. Voorbeelden van idiomatisch taalgebruik zijn:
- Uitdrukkingen als af en toe, een hekel hebben aan, in ieder geval, met
frisse tegenzin
- Spreekwoorden en gezegden als de hond in de pot vinden, de plaat
poetsen, de appel valt niet ver van de boom.

, 4.1.2. Betekenisaspecten
Woorden verwijzen naar een concept
Een woord is en label voor een betekenis, maar vaak is er niet zo’n eenvoudige
een-op-eenrelatie tussen vorm en betekenis. De letterlijke en figuurlijke betekenis
van het woord kan heel erg verschillen van elkaar. Verhallen en Verhallen (1994)
gebruiken de volgende definitie van concept: Een geheel van betekenissen,
associaties, ideeën en beelden dat een woord of begrip verbonden is.

Verschillende indelingen
Woorden kunnen op verschillende manieren ingedeeld worden naar betekenis:
- Concreet versus abstract: Concrete woorden zijn direct te koppelen aan
een (visueel) beeld: stoel, lopen, het weer. Abstracte woorden moeten
omschreven worden: verdriet, abstraheren.
- Letterlijk versus figuurlijk
- Inhoudswoorden versus functiewoorden: Inhoudswoorden zijn
woorden waarvan je de betekenis kunt opzoeken in het woorden boek.
Deze woorden vormen de bouwstenen van de zin. De functiewoorden zijn
het cement waarmee de relatie tussen die inhoudswoorden wordt
aangegeven. De functiewoorden hebben dus alleen een grammaticale
betekenis: Waarom, zoals, echter.
- Dagelijkse woorden versus schooltaalwoorden en vaktaalwoorden:
In de omgangstaal woorden vooral dagelijkse woorden gebruikt.
Schooltaalwoorden zijn de woorden die op school gebruikt worden om te
leren: digitaal schoolbord, letterlijn, vat samen, relatie. Vaktaalworden zijn
kenniswoorden van vakken: oppervlakte, vulkaan, spijsvertering.

4.1.3. De relatie tussen vorm en betekenis
De relatie tussen vorm en betekenis is toevallig: deze berust op een afspraak die
er binnen een taal is gemaakt. Maar we zagen ook al dat het vaak geen een-op-
een relatie is:
- Sommige woorden hebben meer betekenissen. (bank, weg)
- Sommige woorden betekenen (ongeveer) hetzelfde, maar drukken toch
verschillende nuances uit: mama, moeder, moeke, ma verwijzen naar
dezelfde familierelatie, maar hebben toch verschillende connotaties
(impliciete extra betekenissen).

Bij afleidingen, verbuigingen en/of vervoegingen is er doorgaans wel een
eenduidige relatie tussen vorm en betekenis, want meestal voegen die alleen een
aspect toe aan de betekenis van het woord. Deze aspecten kunnen betrekking
hebben op:
- De tijd waarin het afspeelt (werk-werkte)
- De manier waarop de handeling plaatsvindt (zorgvuldig-onzorgvuldig)
- Aantallen. Bij zelfstandige naamwoorden kun je met behulp van een
verbuiging aangeven of je er een van hebt of meer dan een (kerk-kerken).
- Formaat, door met een affix aan te geven of het gaat om een normaal,
dan wel een klein formaat (kerk-kerkje).

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
4
Geüpload op
28 maart 2016
Aantal pagina's
8
Geschreven in
2015/2016
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$5.35
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
9 jaar geleden

4.0

1 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
ellojonkhof Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
23
Lid sinds
10 jaar
Aantal volgers
16
Documenten
11
Laatst verkocht
1 jaar geleden

3.3

3 beoordelingen

5
0
4
1
3
2
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen