PTA H - Grammatica
Keuzevoorzetsels
In, auf, über, unter, an, vor, hinter, neben, zwischen
Naamvallen, persoonlijke voornaamwoorden en lidwoorden
1e naamval:
● Onderwerp: wie doet er iets
● Als je het zinsdeel kunt vervangen door: hij
● Na een vorm van het werkwoord ‘sein’
1e naamval = Onderwerp = Hij-groep
ich du er sie es wir ihr sie Sie
Ik jij hij zij het wij jullie zij u
3e naamval:
● Aus, bei, mit, nach, seit, von, zu. → Voorzetsel bepaalt de naamval
● Een zinsdeel kan vervangen worden door: aan/voor hem → functie bepaalt naamval.
● Bij keuzevoorzetsels die antwoorden op de vraag ‘wo?’ → Zich bevinden.
● Na werkwoorden: Danken, gefallen, gratulieren en helfen → werkwoord bepaalt.
3e naamval = meewerkend voorwerp = aan hem-groep
mir dir ihm ihr ihm uns euch ihnen Ihnen
mij jou hem haar het ons jullie hen u
4e naamval:
● Durch, für, gegen, ohne, um → voorzetsel bepaalt de naamval.
● Na keuzevoorzetsels als antwoord op de vraag ‘Wohin?’ → beweging.
● Na de werkwoorden: fragen, es gibt → Werkwoord.
● Als je het zinsdeel kunt vervangen voor: hem → functie.
4e naamval = lijdend voorwerp = hem-groep
mich dich ihn sie es uns euch sie Sie
mij jou hem haar het ons jullie hen u
Keuzevoorzetsels
In, auf, über, unter, an, vor, hinter, neben, zwischen
Naamvallen, persoonlijke voornaamwoorden en lidwoorden
1e naamval:
● Onderwerp: wie doet er iets
● Als je het zinsdeel kunt vervangen door: hij
● Na een vorm van het werkwoord ‘sein’
1e naamval = Onderwerp = Hij-groep
ich du er sie es wir ihr sie Sie
Ik jij hij zij het wij jullie zij u
3e naamval:
● Aus, bei, mit, nach, seit, von, zu. → Voorzetsel bepaalt de naamval
● Een zinsdeel kan vervangen worden door: aan/voor hem → functie bepaalt naamval.
● Bij keuzevoorzetsels die antwoorden op de vraag ‘wo?’ → Zich bevinden.
● Na werkwoorden: Danken, gefallen, gratulieren en helfen → werkwoord bepaalt.
3e naamval = meewerkend voorwerp = aan hem-groep
mir dir ihm ihr ihm uns euch ihnen Ihnen
mij jou hem haar het ons jullie hen u
4e naamval:
● Durch, für, gegen, ohne, um → voorzetsel bepaalt de naamval.
● Na keuzevoorzetsels als antwoord op de vraag ‘Wohin?’ → beweging.
● Na de werkwoorden: fragen, es gibt → Werkwoord.
● Als je het zinsdeel kunt vervangen voor: hem → functie.
4e naamval = lijdend voorwerp = hem-groep
mich dich ihn sie es uns euch sie Sie
mij jou hem haar het ons jullie hen u