29 januari 2019 – 14:00-17:00
Leg uw collegekaart of legitimatiebewijs duidelijk zichtbaar rechts voor u op uw tafel.
Mobiele telefoons dienen uit te staan en te worden opgeborgen.
Het maken van het tentamen
Lees de vragen zorgvuldig.
Beantwoord in correct en leesbaar Nederlands en vermeld zoveel mogelijk relevante
wetsbepalingen en jurisprudentie. Motiveer de beantwoording, en voor zover mogelijk ook
cijfermatig. Een beantwoording met simpel een ja of een nee is onvoldoende.
Toegestane materialen
U mag tijdens het tentamen gebruiken:
- Wettenbundel
Verlaten van de zaal (Examenreglement art.4.3 leden 8, 9, 11, 12)
- Studenten mogen de zaal waar het tentamen wordt afgenomen niet verlaten binnen 30
minuten na aanvang van het tentamen.
- Voor toiletbezoek dient de student de aanwijzingen van de surveillant te volgen.
-
Opzet van het tentamen en puntentelling
Dit tentamen bestaat uit 4 vragen In totaal kunnen 100 punten worden behaald. Het omslagpunt
voor een voldoende ligt bij 55 punten.
Vraag 1 (25 punten)
De datum van de nabespreking wordt bekend gemaakt op blackboard.
, Het Britse levensmiddelen concern Lever Union is ook actief op het Europese vaste land met onder
andere vestigingen in Nederland en Duitsland.
De activiteiten in Nederland zijn beperkt tot het aanvoeren, opslaan en doorvoeren van
levensmiddelen die bedoeld zijn voor de Duitse markt. Een van de Engelse dochtervennootschappen,
Union Warehousing Ltd, huurt daartoe een magazijn in de Rotterdamse haven en schakelt met een
uitzendbureau voor personeel dat de dagelijkse bezigheden uitvoert.
De activiteiten in Duitsland zijn een stuk omvangrijker. Daar worden de producten van het concern
verkocht in winkels met eigen personeel. Daarnaast heeft het concern een groot magazijn in
eigendom van waaruit het voorraadbeheer wordt verricht. Deze activiteiten worden verricht vanuit de
Duitse groepsvennootschap Lever Wurst GmbH.
In 2017 waren de resultaten van Union Warehousing Ltd en Lever Wurst GmbH verlieslatend. Het
concern heeft geprobeerd om deze verliezen binnen het jaar te verrekenen met winsten die door de
overige Britse groepsvennootschappen zijn gerealiseerd. De Britse fiscus heeft alleen de verliezen
van Union Warehousing Ltd in aftrek toegestaan.
Vraag a (10 punten)
Lever Union is het hier niet mee eens en vraagt u om advies in het licht van de vrijheden in het
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie?. Wat raadt u aan?
Vervolg van casus
Omdat het concern in het Verenigd Koninkrijk steevast over de hele linie winstgevend is en de Brexit
aanstaande is, is het concern al vroeg in 2018 begonnen met het evalueren van haar activiteiten op
het Europese vaste land.
Lever Wurst GmbH draait nog steeds slecht zodat er voor 2018 wederom een flink verlies te
verwachten valt. De vooruitzichten voor de jaren daarna zijn voorlopig niet veel beter.
Vraag b (10 punten)
In de loop van 2018 komt Lever Union bij u terug voor verder advies. Welke mogelijkheden ziet u in
het licht van de vrijheden in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie?
Vervolg van casus
We leven inmiddels eind 2019 en de Brexit is een feit. Stel dat Lever Wurst GmbH nog steeds
verlieslatend is.
Vraag c (5 punten)
Wat verandert er aan uw analyse onder vraag a in het licht van de vrijheden in het Verdrag
betreffende de werking van de Europese Unie?
Vraag 2 (25 punten)
X bv is gevestigd in Nederland en bezit 100% van de aandelen in L GmbH gevestigd in Duitsland
waar het onderworpen is aan een belasting naar de winst. Stel dat Duitsland een special belasting
regime kent waaronder alle betalingen die L GmbH doet (ook dividend) aftrekbaar zijn van de winst.
Wanneer L GmbH in een bepaald jaar derhalve al haar commerciële winst van dat jaar uitkeert is de
belastbare fiscale winst van dat jaar nul. In 2018 keert L GmbH 100 dividend uit aan X bv. Dit dividend
is aftrekbaar van de winst van L GmbH.
Moet Nederland dit dividend onder de moeder-dochterrichtlijn vrijstellen?