U N I V E R S I T E I T VAN A M S T E R D A M
FACULTEIT DER RECHTSGELEERD HEID
LEERSTOELGROEP EUROPEES RECHT
DEELTOETS II
EUROPEES RECHT
(3011ERX4VY)
(1E KANS)
Dinsdag 27 maart 2018, 9.00-12.00 uur
IWO-zalen en REC-M
MODELANTWOORDEN
Deel A
Meerkeuzevragen (max. 40 punten) (+ Korte toelichting
bij juist antwoord)
Vraag 1 1
Om het vrij verkeer van goederen te realiseren, bevat het Verdrag betreffende de Werking van
de EU (hierna: Wv) zowel een verbod van tarifaire belemmeringen als een verbod van non-
tarifaire belemmeringen. Een voorbeeld van een verboden tarifaire belemmering treffen we
aan in:
1. artikel 30 Wv;
2. artikel 34 Wv;
3. artikel 35 Wv;
4. artikel 49 Wv.
ERAD, p. 90-91
Vraag 2 3
In het bekende arrest Cassis de Dyon bepaalde het Hof van Justitie van de EU (hierna:
HvJEU) dat er naast de verdragsuitzondering van artikel 36 Wv nog andere uitzonderingen op
het beginsel van vrij verkeer van goederen bestaan, de zogenoemde Rule of Reason-
uitzonderingen. Betekende dit dat Duitsland deze zaak won?
1. Jazeker, want Duitsland kon zich nu met succes op de nieuwe uitzondering
‘bescherming volksgezondheid’ beroepen.
2. Jazeker, want Duitsland kon zich nu met succes op de nieuwe uitzondering
‘consumentenbescherming’ beroepen.
3. Nee, want het HvJEU vond de betrokken Duitse wetgeving niet evenredig omdat deze
lidstaat ook had kunnen volstaan met verplichte vermelding van het alcoholpercentage
van vruchtenlikeuren (zoals het Franse Cassis de Dyon) op de verpakking.
4. Nee, want de betrokken Duitse wetgeving discrimineerde ten nadele van ingevoerde
vruchtenlikeuren (zoals het Franse Cassis de Dyon) en dan staat een beroep op de Rule
of Reason-uitzonderingen niet open voor de lidstaten.
Cassis de Dion-arrest, ov. 13. Zie ook ERAD, p. 116-117.
1
, Vraag 3 3
Hoe had de Finse regering, na het arrest Outokumpu (zaak C-213/96), zijn nationale
wetgeving over de belasting op elektriciteit kunnen aanpassen om de strijd met artikel 110,
eerste alinea, Wv te beëindigen?
1. Door voor alle ingevoerde stroom hetzelfde hoogste tarief als voor in Finland
opgewekte stroom te vragen.
2. Door voor alle ingevoerde stroom een hoger tarief te vragen dan het hoogste tarief
voor in Finland opgewekte stroom.
3. Door voor alle ingevoerde stroom hetzelfde laagste tarief als voor in Finland
opgewekte stroom te vragen.
4. De Finse regering had de strijd met artikel 110, lid 1, Wv alleen kunnen beëindigen
door niet langer belasting op stroomproductie te heffen
Outokumpu-arrest, ov. 41 en dictum, tekst van art. 110, eerste alinea, Wv en dan logisch nadenken. Zie ook
ERAD, p. 86-87.
Vraag 4 2
In de zaak Josemans stelde de Nederlandse Raad van State prejudiciële vragen over de
verdragsbepalingen inzake het vrij goederenverkeer, over de vrijheid van dienstverrichting,
over het burgerschap van de Unie en over het discriminatieverbod naar nationaliteit. Welke
van deze bepalingen was van belang voor coffeeshophouder Marc Josemans zelf?
1. Het vrije goederenverkeer (artikel 35 Wv).
2. De vrijheid van dienstverrichting (artikel 56 Wv).
3. Het Europees burgerschap (artikelen 20 en 21 Wv).
4. Het discriminatieverbod naar nationaliteit (artikel 18 Wv).
Verwijzingsuitspraak RvS in Josemans, ov. 2.9 (p. 126 syllabus). Alsmede de uitspraak van het HvJ in
Josemans, r.o. 49 en 52.
Vraag 5 3
De interne markt moet tot stand worden gebracht door zowel zogenoemde negatieve integratie
als door positieve integratie. Wat is de belangrijkste rechtsbasis in het Wv om deze positieve
integratie tot stand te brengen?
1. Artikel 30 Wv.
2. Artikel 34 Wv.
3. Artikel 114 Wv.
4. Artikel 115 Wv.
Lezen tekst artikel 114 Wv. Zie ook ERAD, p. 119-121.
2
FACULTEIT DER RECHTSGELEERD HEID
LEERSTOELGROEP EUROPEES RECHT
DEELTOETS II
EUROPEES RECHT
(3011ERX4VY)
(1E KANS)
Dinsdag 27 maart 2018, 9.00-12.00 uur
IWO-zalen en REC-M
MODELANTWOORDEN
Deel A
Meerkeuzevragen (max. 40 punten) (+ Korte toelichting
bij juist antwoord)
Vraag 1 1
Om het vrij verkeer van goederen te realiseren, bevat het Verdrag betreffende de Werking van
de EU (hierna: Wv) zowel een verbod van tarifaire belemmeringen als een verbod van non-
tarifaire belemmeringen. Een voorbeeld van een verboden tarifaire belemmering treffen we
aan in:
1. artikel 30 Wv;
2. artikel 34 Wv;
3. artikel 35 Wv;
4. artikel 49 Wv.
ERAD, p. 90-91
Vraag 2 3
In het bekende arrest Cassis de Dyon bepaalde het Hof van Justitie van de EU (hierna:
HvJEU) dat er naast de verdragsuitzondering van artikel 36 Wv nog andere uitzonderingen op
het beginsel van vrij verkeer van goederen bestaan, de zogenoemde Rule of Reason-
uitzonderingen. Betekende dit dat Duitsland deze zaak won?
1. Jazeker, want Duitsland kon zich nu met succes op de nieuwe uitzondering
‘bescherming volksgezondheid’ beroepen.
2. Jazeker, want Duitsland kon zich nu met succes op de nieuwe uitzondering
‘consumentenbescherming’ beroepen.
3. Nee, want het HvJEU vond de betrokken Duitse wetgeving niet evenredig omdat deze
lidstaat ook had kunnen volstaan met verplichte vermelding van het alcoholpercentage
van vruchtenlikeuren (zoals het Franse Cassis de Dyon) op de verpakking.
4. Nee, want de betrokken Duitse wetgeving discrimineerde ten nadele van ingevoerde
vruchtenlikeuren (zoals het Franse Cassis de Dyon) en dan staat een beroep op de Rule
of Reason-uitzonderingen niet open voor de lidstaten.
Cassis de Dion-arrest, ov. 13. Zie ook ERAD, p. 116-117.
1
, Vraag 3 3
Hoe had de Finse regering, na het arrest Outokumpu (zaak C-213/96), zijn nationale
wetgeving over de belasting op elektriciteit kunnen aanpassen om de strijd met artikel 110,
eerste alinea, Wv te beëindigen?
1. Door voor alle ingevoerde stroom hetzelfde hoogste tarief als voor in Finland
opgewekte stroom te vragen.
2. Door voor alle ingevoerde stroom een hoger tarief te vragen dan het hoogste tarief
voor in Finland opgewekte stroom.
3. Door voor alle ingevoerde stroom hetzelfde laagste tarief als voor in Finland
opgewekte stroom te vragen.
4. De Finse regering had de strijd met artikel 110, lid 1, Wv alleen kunnen beëindigen
door niet langer belasting op stroomproductie te heffen
Outokumpu-arrest, ov. 41 en dictum, tekst van art. 110, eerste alinea, Wv en dan logisch nadenken. Zie ook
ERAD, p. 86-87.
Vraag 4 2
In de zaak Josemans stelde de Nederlandse Raad van State prejudiciële vragen over de
verdragsbepalingen inzake het vrij goederenverkeer, over de vrijheid van dienstverrichting,
over het burgerschap van de Unie en over het discriminatieverbod naar nationaliteit. Welke
van deze bepalingen was van belang voor coffeeshophouder Marc Josemans zelf?
1. Het vrije goederenverkeer (artikel 35 Wv).
2. De vrijheid van dienstverrichting (artikel 56 Wv).
3. Het Europees burgerschap (artikelen 20 en 21 Wv).
4. Het discriminatieverbod naar nationaliteit (artikel 18 Wv).
Verwijzingsuitspraak RvS in Josemans, ov. 2.9 (p. 126 syllabus). Alsmede de uitspraak van het HvJ in
Josemans, r.o. 49 en 52.
Vraag 5 3
De interne markt moet tot stand worden gebracht door zowel zogenoemde negatieve integratie
als door positieve integratie. Wat is de belangrijkste rechtsbasis in het Wv om deze positieve
integratie tot stand te brengen?
1. Artikel 30 Wv.
2. Artikel 34 Wv.
3. Artikel 114 Wv.
4. Artikel 115 Wv.
Lezen tekst artikel 114 Wv. Zie ook ERAD, p. 119-121.
2