Hoorcollege 1: Introductie
Eerste deel practicum. Gaat om het doorlopen van de cyclus a.d.h.v. een casus en het
schrijven van een diagnostisch verslag (80%) en daarnaast het schrijven van een reflectie
(20%). Hierbij wordt ingegaan op de richtlijnen van het NVO, die ook nodig zijn voor de
basisaantekening diagnostiek. Dit practicum is in de vorm van literatuur en kennisclips, met
aanvullende thuiswerkopdrachten.
Veerkracht: Belangrijk onderwerp binnen dit vak (en de andere vakken van de master).
Annabel heeft er veel onderzoek naar gedaan, dus zal een hoorcollege over komen (en
belangrijk onderdeel zijn bij het tentamen?). Veerkracht is niet alleen een individueel begrip,
maar speelt ook een rol in het netwerk.
Tijdens dit blok komt kennis over diverse diagnoses, kennis over de diagnostische cyclus en
inzicht in ethische dilemma’s naar voren. Er zijn zelfstandige werkcolleges waarin we
opdrachten maken zonder tutor en plenaire werkcolleges waar de opdrachten besproken
worden met de blokcoördinator. De (gast)college’s zijn gekoppeld aan de thema’s uit dit blok,
daarnaast is er een optioneel vragenuur. Voor het tentamen zijn oefeningen en quizzen de
leidraat.
Thema’s:
- Week 1: Cognitie en gedragsproblemen
- Week 2: Intergenerationele overdracht
- Week 3: Culturele verschillen
- Week 4: Vroegdiagnostiek
Ingaan op:
- Theoretisch
- Praktisch
- Ethisch
Systematische diagnostiek:
Classificatie Diagnostiek
Symptomen categoriseren Complex
Labelen Unieke, gedetailleerde & complete beeld
voor een specifiek individu schetsen
Generaliseren Verklaringen zoeken
Nadelen classificatie:
- Schieten we niet door met classificeren?
Antwoord: Het is nodig wanneer mensen eronder lijden.
- Generaliseren werkt niet altijd, want er is verschil tussen individuen.
Reïficatie: Classificatie wordt hierbij een ding, terwijl dit het niet is. Het label wordt als
oorzaak gegeven voor de problematiek, terwijl het uitsluitend het problematische gedrag
beschrijft. Hierdoor ontstaat een rare cirkelredenering. De symptomen en het label van die
symptomen verwijzen naar elkaar. Classificatie kan dus NOOIT als oorzaak gebruikt worden.
VB: Het kind is druk want het heeft ADHD, het kind is somber want het heeft depressie.
Valkuilen:
- Referentiekader wordt leidend in de benadering van de professional.
, - Beoordelingsfouten, waardoor onjuiste interventies ingezet worden. Dit wordt
opgelost door systematische diagnostiek in te zetten.
Hoorcollege 2: Diagnostisch onderzoek bij LVB
Definitie Verstandelijke Beperking (VB):
- 3 kritieke factoren:
o Beperking in het intellectueel functioneren
o Beperking in de adaptieve vaardigheden
o Aanwezig vóór het achttiende levensjaar (kan achteraf vastgesteld worden
d.m.v. de anamnese, waarin je kunt kijken naar of onderwijs behaald is en of
sprake was van een vroege achterstand)
- Overige factoren
o Moeilijk lerend (bepaald de mate van de VB: licht, matig, ernstig of zeer
ernstig)
o Bij 1-3% van de bevolking een IQ<70, bij 13,6% IQ70-85 waarbij potentieel
sprake is van een VB.
Er is een discrepantie tussen de kalenderleeftijd en de cognitieve leeftijd bij het testen van het
IQ bij sprake van VB. Hierdoor wordt een test voor kinderen bij volwassenen gebruikt, waar
bepaalde voorwaarden aan verbonden zijn:
- De leeftijd is buiten het bereik.
- IQ-score omzetten naar leeftijdsequivalent (de gemiddelde leeftijd van het kind dat die
score behaald).
- Dit geeft een indicatie voor de ernst van de VB (licht, matig, ernstig, zeer ernstig).
3 domeinen van adaptief functioneren (vastgesteld a.d.h.v. een vragenlijst of interview):
- Cognitief
- Sociaal
- Praktisch
Het kan ook zijn dat de eerste twee criteria aanwezig zijn, maar dit niet vóór het achttiende
levensjaar aanwezig was. In dit geval kan gedacht worden aan niet-aangeboren hersenletsel of
kan differentiaaldiagnostiek ingezet worden (vermoedelijk ASS, ADHD, trauma,
leerstoornis).
Oorzaken: Bij 50% bekend. Dit betreft problemen bij de geboorte zoals zuurstoftekort, een
infectie of middelengebruik tijdens de zwangerschap en aangeboren afwijkingen of
syndromen.
IQ Ontwikkelingsleeftijd Niveau
0-20 0-2 jaar Zeer ernstige VB
20-35 2-4 jaar Ernstige VB
35-50 4-6 jaar Matige VB
50-70 6-12 jaar Lichte VB
70-85 12-16 jaar Zwakbegaafd – Moeilijk lerend
85-115 >16 jaar Normaal begaafd
CHC-model: Cattel-Horn-Carool
- 3 niveau’s van intelligentie (los van Niveau 3: G-factor, totale intelligentie
elkaar bedacht, maar vaak Niveau 2: Brede cognitieve vaardigheden
samengenomen als model). Niveau 1: Nauwe cognitieve vaardigheden