Toets: Kennistoets, 30 vragen
Stof:
Verplicht
- Reader ‘Statistiek & SPSS – Een inleiding’ (zie Blackboard)
- Huiswerkopdrachten Statistiek + antwoorden (zie Blackboard)
- SPSS-opdrachten + antwoorden (zie Blackboard)
- PowerPointpresentaties van de lessen (zie Blackboard)
- Overig materiaal (zie Blackboard)
Aanbevolen (een aantal opties, voor eventuele extra ondersteuning/hulp)
- Basishandboek SPSS 22, Alphons de Vocht, Bijleveld, 2014
- Inleiding SPSS 22, Eelko Huizingh, Academic Service, 2014
- Basisboek Statistiek met SPSS, Ben Baarda & Cor van Dijkum, Noordhof
Uitgevers B.V., 2014
- Internet (weblectures, YouTube; heel veel te vinden m.b.t. SPSS)
Leerdoelen
- bepalen van welk meetniveau een variabele is;
- een frequentietabel van een variabele opstellen en interpreteren;
- de centrummaten modus, mediaan en gemiddelde berekenen en
interpreteren;
- de spreidingsmaten variantie, standaardafwijking en variatiecoëfficiënt
berekenen en interpreteren;
- de (mate van) samenhang tussen twee variabelen aan de hand van de
relevante analysemethode bepalen en interpreteren;
- gegevens invoeren in SPSS en een bijbehorend codeboek in SPSS
construeren;
- data transformeren en selecteren met behulp van SPSS, d.m.v. Recode,
Compute en Select Cases;
- univariate statistische analyses uitvoeren met behulp van SPSS, te
weten: frequentietabellen, diagrammen, centrum- en spreidingsmaten,
multiple-responsetabellen;
- bivariate statistische analyses uitvoeren met behulp van SPSS, te
weten: kruistabelanalyse (inclusief chi-kwadraattoets en Cramér’s V),
het vergelijken van gemiddelden (met t-toets of variantieanalyse) en
correlatie- en regressieanalyse.
Twee belangrijke leerdoelen:
Basale statistische bewerkingen kunnen uitvoeren en de daarbij behorende
interpretaties kunnen geven, om een betekenisvolle, kwantitatieve data-
analyse uit te voeren
Inzicht verkrijgen in het gebruik van SPSS voor statistische analyse van
(grote) databestanden en relevante SPSS-outputs kunnen genereren en
interpreteren
, Les 1 introductie
Het onderzoeksproces
Kwantitatief vs. Kwalitatief onderzoek
Kwalitatief onderzoek Kwantitatief onderzoek
Indicatief: interview/ indicatie Representatief: feitelijk
Kleinschalig Grootschalig
Beschrijvende data Numerieke data
Open vragen Gesloten vragen
Subjectieve wijze van onderzoek Objectieve wijze van onderzoek
Kwalitatieve methoden: diepte-interviews, Kwantitatieve methoden:
enquêtes,
groepsdiscussies, participerende observaties gestructureerde
observaties
Statisitiek: definitie en praktijk
Statistiek = wetenschap van het verzamelen, organiseren en interpreteren van
NUMERIEKE feiten
Een goede kwantitatieve analyse is vaak de basis voor een verantwoorde
conclusie!
Voorbeelden van ‘statistische’ vragen in het werkveld:
Wat is de klanttevredenheid ten aanzien van het product, de service, de
faciliteiten van ons bedrijf?
Wat zijn de meest winstgevende bestemmingen voor een touroperator?
Wat voor mensen bezoeken ons evenement? (Welke leeftijd, geslacht,
enz.?)
Welke promotiecampagne is het meest efectief?
Wat zijn de relevante trends in onze sector?
Statistiek: beschrijvend vs. toetsend
Het gebied van de statistiek bestaat uit twee takken: beschrijvende statistiek &
toetsende statistiek.
, Beschrijvende statistiek:
Focust op het verzamelen, samenvatten, presenteren en analyseren van een set
gegevens (m.b.v. tabellen, grafieken, modus, mediaan, gemiddelde)
Toetsende (of inductieve) statistiek:
gebruikt gegevens die bij een kleine groep verzameld zijn (steekproef) om
conclusies te trekken over een grotere groep (populatie)
Statistiek: populatie vs. steekproef
SPSS
SPSS stond oorspronkelijk voor ‘Statistical Package for the Social Sciences’
SPSS is heel handig, omdat SPSS het rekenwerk allemaal voor je doet!
SPSS is makkelijker en beter in staat om statistische bewerkingen uit te
voeren in vergelijking met Excel. Daarom is het handiger om de data uit
enquêtes in te voeren in SPSS in plaats van Excel.
Databestanden
Begrippen
1. Variable view: data bestand, scherm waar je het codeboek inzet van de
enquête.
2. Codeboek: alles wat je nodig hebt om de antwoorden van je enquête in je
bestand te kunnen verwerken.
3. Case: 1 case zijn alle antwoorden van de enquête van 1 respondent.
4. Type: hoe wordt de data ingegeven. Numeric: antwoord is in nummers of
cijfers. String: antwoord is in woorden of letters.
5. Width: maximaal aantal karakters/tekens dat kan worden gegeven in het
antwoord.
6. Decimals: het aantal cijfers achter de komma. Dit gebruik je bij bijv.
gewicht of inkomen.
7. Values: antwoorden programmeren. None open vraag dus niet
invoegen. Bijv. 0 man en 1 vrouw. Dit zijn ook wel de
antwoordmogelijkheden.