College 1: inleiding & alternatieve financieringsvormen
Kredietunie:
In Nl ontstaan door financiële crisis. Banken weigerden het mkb nog kleine
leningen te geven wegens een hoog risicoprofiel en kleine marges. Banken
moeten door crisis steeds meer kapitaal aanhouden. Door risicovolle leningen
moeten banken meer kapitaal aanhouden. Daarom komt kredietunie steeds meer
in opkomst.
Kredietunie is regionaal. Het investeren door ondernemingen in ondernemingen
in dezelfde regio. Het is een alternatieve financiering.
Kenmerken kredietunie:
- Boerenleenbank van vroeger bijvoorbeeld. Leden van zon kredietunie zijn
onderling verbonden. Een regio, beroepsgroep, religie oid.
- Het is een coöperatie dus leden zijn gedeeltelijk eigenaar. Houden ook
toezicht op de kredietverstrekkingen. Coorperatie is een rechtspersoon.
Het doel is: een coöperatief gedachtengoed waardoor minderbedeelden ook een
lening kunnen krijgen en er wordt gestimuleerd tot sparen want er moeten
geldgevers zijn.
In politiek ook veel discussie geweest over de kredietunie, hoe je het moet
duiden. Is het bijvoorbeeld een bank? In de politiek zegt men echter: kredietunie
kent geen winstoogmerk dus is anders dan een bank. Dat is ook de reden dat het
rechtvaardig is dat de kredietunie anders wordt behandeld dan een bank.
Plaatje van een kredietunie: de geldgevers en geldnemers. De kredietunie kent
verschillende organen.
Artikel van de kredietunie:
2 vormen. Er is een centraal kasmodel (lijkt het meeste op een bank). Hier leggen
de leden iets in confomr de regelementen/statuten en de kredietunie zelf
verstrekt de kredieten. Rendementen worden door de kredietunie zelf ontvangen.
Aan het eind van het jaar wordt gekeken of en hoeveel het rendement wordt
uitgekeerd.
Vorm 2 is het bemiddelingsmodel. Hier zijn het de leden die geld verstrekken,
maar niet aan de kredietunie maar rechtstreeks aan degene die het nodig heeft.
Kredietunie beoordeelt het wel, maar leden kunnen zelf besluiten of zij een lening
willen verstrekken. Wordt wel een onechte kredietunie genoemd.
Voorbeeld van een beroepsgerelateerde kredietunie is de kredietunie voor de
bakkers.
Beleggingsinstelling: Pot met geld waarin mensen met zijn alle beleggen en
delen in winsten en verliezen. Maatschappij heeft rechtspersoonlijkheid en fonds
niet.
Bank is gedefinieerd in artikel 1:1. Wordt verwezen naar artikel 4 van de
verordening kapitaalvereisten, namelijk: een onderneming waarvan de
, werkzaamheden bestaan in het bij het publiek aantrekken van deposito’s of van
andere terugbetaalbare gelden en het verlenen van kredieten voor eigen
rekening. Artikel 2:11 wft geeft een verbod weer.
AFM heeft een brief opgesteld over de vraag of het wel of geen
beleggingsinstelling is. AFM stelt dat het niet het geval is. Want de coach speelt
een actieve rol. AFM heeft in het verleden een beleidsregel gepubliceerd (is nu
ingetrokken, maar wordt soms nog toegepast) waarin er een verschil bestond
tussen beleggen en ondernemen. Ondernemen is actief en beleggen is enkel
kapitaal verschaffen. Coach heeft in kredietunie actieve rol dus afm stelt dat het
geen beleggingsinstelling is.
Veel ontwikkelingen: begin 2014 heeft AFM voor het eerst ontheffing verleend
aan kredietunie Midden-Nederland. Het is hier een kredietbemiddelingsmodel en
er is een ontheffing verleend van artikel 4:3 AFM.
Een initiatiefnota van 2e kamer leden. Een wetsvoorstel om kredietunies te
reguleren dmv aanpassingen in de Wft.
Ook artikelen in het financieel dagblad.
Kredietunie wordt uitgesloten van de definitie van bank.
Definitie van kredietunie: moet gaan om een coöperatie. Leden moeten op grond
van hun beroep of bedrijf worden toegelaten. Er moet sprake zijn van een
lidmaatschap. En kredietunie moet haar bedrijf maken van het bij haar leden
aantrekken van opvorderbare gelden en het voor eigen rekening verrichten van
kredietuitzettingen aan haar leden ten behoeve van de beroeps- of
bedrijfsuitoefening van die leden.
Bemiddelingsmodel past dus niet onder deze definitie. Er wordt namelijk alleen
bemiddeld en dat is heel anders dan in deze definitie staat.
Kredietunie is dus geen bank. De prudentiele toezchithouder gaat toezicht
houden. De AFM blijft uiteraard wel toezicht houden op de gedragssector.
Er is een mogelijheid tot het verkrijgen van een vergunning, staan in artikel
2:54p.Daar worden de eisen genoemd.
Je kan ook een vrijstelling hebben van artikel 2:54o. opgenomen in artikel 1J van
de vrijstellingsregeling Wft.
Kredietunies zijn vrijgesteld als het minder heeft dan 10 miljoen.
Artikel 3:38C bepaalt dat een kredietunie met zetel in Nederland een bepaalde
maximale omvang mag hebben. Dat kun je vinden in de uitvoeringsregeling van
de Wft. Artikel 20j: het mag maximaal een omvang hebben van 100 miljoen euro
en een maximaal aantal leden van 25.000. Als je groter wordt moet je een
bankvergunning aanvragen.
Capital requirements directive is geïmplementeerd in de Wft en stelt allerlei eisen
aan liquiditeit en solvabiliteit van banken. Artikel 2 heeft een reikwijdtebepaling,
op welke instelling het niet van toepassing is. Dat zijn allemaal kredietunies.
Nederland heeft echter niet geregeld dat het van toepassing is op de kredietunie.