Lesweek 1
Economie: Maatschappelijk proces ten aanzien van de waarde toekenning, veelal in
geld gemeten. Er zijn veel doelen maar de middelen zijn schaars.
Productiefactoren zijn arbeid en kapitaal, bij kapitalisme dus privé-eigendom ook nog
natuur en natuur kan bestaan uit bezit of eigendom uit wetgeving. Economische
orde: De manier waarop het proces van waarde toekenning in een land geregeld is,
waarde toekenning door inzet productiefactoren
Productiefactor Productiefactor
Kapitaal privé- Kapitaal collectief
eigendom: eigendom:
Kapitalisme Communismer
Lesweek 2
Welvaart is de mate waarin iemand in staat is om in zijn/haar behoeften te voorzien
met schaarse middelen
Bruto Binnenlands Product
BBP is ruwweg alle toegevoegde waarde die een land in een jaar heeft
geproduceerd
Bruto Binnenlands Product
- Afschrijvingen =
Netto Binnenlands Product (ALLES WAT IN NL WORDT GEPRODUCEERD)
Door buitenland in NL geproduceerd +
In buitenland door NL geproduceerd =
Netto Nationaal Product (ALLES WAT DOOR NL WORDT GEPRODUCEERD)
Productie (NBP) = Inkomen (NBI)
, Loon
Rente
Winst
Huur/Pacht
Beloningen
Kanttekeningen BBP:
-Het is een gemiddelde,
-Informele economie wordt niet meegenomen
-Koopkracht dollar verschilt per land.
Laagconjunctuur: hoge werkloosheid, overheid inkomsten omlaag, uitgaven omhoog,
bbp onder trend, inflatie weinig.
Hoogconjunctuur: lage werkloosheid, overheid inkomsten omhoog, uitgaven omlaag,
bbp boven trend, hoge inflatie.
Bestedingsinflatie: door oplopende vraag
Kosteninflatie: door oplopende kosten
Stagflatie: kosteninflatie bij een laagconjunctuur
Soorten conjuncturele werkloosheid:
-Systematische (structurele) werkloosheid
-Technologische werkloosheid
-Frictiewerkloosheid