Medicatieopdracht deel 1
Naam:
Datum: 30-8-2022
Welke voorschriften zijn er op jouw afdeling voor het verstrekken van medicijnen?
Degene die de medicatie vertrekt moet bevoegd en bekwaam zijn. Dit kan door een medicatietoets
te maken.
Daarnaast moet er een dubbelcontrole van medicatie plaatsvinden voor het verstrekken van
risicovolle medicatie en opiaten. Deze medicatie kan risicovol zijn bij overdosering. Bijvoorbeeld
insulines of anticoagulantia.
- De eerste persoon (de toediener) dient minimaal niveau 3 te hebben en bevoegd en
bekwaam te zijn voor het verstrekken van medicatie.
- De tweede persoon kan een medewerker, de cliënt zelf, mantelzorger, etc. Zijn die hiertoe in
staat is en duidelijk is geïnstrueerd over het uitvoeren van de dubbelcontrole.
- In het zorgplan moet worden vastgesteld hoe de tweede controle is gedaan d.m.v. de eerste
en tweede persoon zijn initialen.
In de wijkzorg kan de dubbelcontrole ook via de medicatie controle app. Hierbij wordt er een foto
van het toe te dienen medicijn gemaakt en wordt deze opgestuurd naar een collega die akkoord kan
gaan. Hierbij moet de verpakking, de dosering en het medicijn op beeld te zien zijn.
Bijzondere niet-GDS medicatie:
- Trombosedienstmedicatie behoort zowel op de toedienlijst van de trombosedienst
geregistreerd te worden als op de toedienlijst van de apotheek.
- Op opiaten wordt dubbelcontrole toegepast.
- Bij 'zo nodig’ medicatie moet duidelijk op de toedienlijst staan wanneer en hoe vaak je als
medewerker mag toedienen en hoeveel je maximaal mag geven. Hierbij wordt alleen een
paraaf gezet als deze daadwerkelijk gegeven is, met tijdstip en hoeveelheid van het medicijn.
Medicatie in baxterzakjes is al gecontroleerd door de apotheek dus doen wij de dubbelcontrole.
Bij het weigeren van medicatie wordt het belprotocol (verpleegkundige triage) gevolgd of moet de
arts benaderd worden. De toediening dient niet afgetekend te worden, maar wel moet worden
aangegeven dat de medicatie geweigerd is. Er hoeft geen MIC te worden gedaan.
Medicatie vergeten in te nemen:
- Binnen 1 uur na doseringstijdstip -> hoeft niet gemeld te worden.
- Middelen die eenmaal daags gedoseerd worden -> herstellen bij eerstvolgende
medicatieronde
- Middelen die vaker per dag gedoseerd worden -> niet alsnog de medicatie toedienen
- Bij twijfel arts raadplegen.
Bij een medicatiefout moet de arts op de hoogte gebracht worden. Wanneer uitstel mogelijk de
volgende dag, anders direct. Voor iedere medicatiefout dient een MIC ingevuld te worden. Bij een
fout van de apotheek, zoals verkeerd geleverde doseringen of medicamenten, dient dit ook
doorgegeven te worden aan de apotheek.
De Zorgboog (2022). Werkinstructie toedienen medicatie (versie 7).
Naam:
Datum: 30-8-2022
Welke voorschriften zijn er op jouw afdeling voor het verstrekken van medicijnen?
Degene die de medicatie vertrekt moet bevoegd en bekwaam zijn. Dit kan door een medicatietoets
te maken.
Daarnaast moet er een dubbelcontrole van medicatie plaatsvinden voor het verstrekken van
risicovolle medicatie en opiaten. Deze medicatie kan risicovol zijn bij overdosering. Bijvoorbeeld
insulines of anticoagulantia.
- De eerste persoon (de toediener) dient minimaal niveau 3 te hebben en bevoegd en
bekwaam te zijn voor het verstrekken van medicatie.
- De tweede persoon kan een medewerker, de cliënt zelf, mantelzorger, etc. Zijn die hiertoe in
staat is en duidelijk is geïnstrueerd over het uitvoeren van de dubbelcontrole.
- In het zorgplan moet worden vastgesteld hoe de tweede controle is gedaan d.m.v. de eerste
en tweede persoon zijn initialen.
In de wijkzorg kan de dubbelcontrole ook via de medicatie controle app. Hierbij wordt er een foto
van het toe te dienen medicijn gemaakt en wordt deze opgestuurd naar een collega die akkoord kan
gaan. Hierbij moet de verpakking, de dosering en het medicijn op beeld te zien zijn.
Bijzondere niet-GDS medicatie:
- Trombosedienstmedicatie behoort zowel op de toedienlijst van de trombosedienst
geregistreerd te worden als op de toedienlijst van de apotheek.
- Op opiaten wordt dubbelcontrole toegepast.
- Bij 'zo nodig’ medicatie moet duidelijk op de toedienlijst staan wanneer en hoe vaak je als
medewerker mag toedienen en hoeveel je maximaal mag geven. Hierbij wordt alleen een
paraaf gezet als deze daadwerkelijk gegeven is, met tijdstip en hoeveelheid van het medicijn.
Medicatie in baxterzakjes is al gecontroleerd door de apotheek dus doen wij de dubbelcontrole.
Bij het weigeren van medicatie wordt het belprotocol (verpleegkundige triage) gevolgd of moet de
arts benaderd worden. De toediening dient niet afgetekend te worden, maar wel moet worden
aangegeven dat de medicatie geweigerd is. Er hoeft geen MIC te worden gedaan.
Medicatie vergeten in te nemen:
- Binnen 1 uur na doseringstijdstip -> hoeft niet gemeld te worden.
- Middelen die eenmaal daags gedoseerd worden -> herstellen bij eerstvolgende
medicatieronde
- Middelen die vaker per dag gedoseerd worden -> niet alsnog de medicatie toedienen
- Bij twijfel arts raadplegen.
Bij een medicatiefout moet de arts op de hoogte gebracht worden. Wanneer uitstel mogelijk de
volgende dag, anders direct. Voor iedere medicatiefout dient een MIC ingevuld te worden. Bij een
fout van de apotheek, zoals verkeerd geleverde doseringen of medicamenten, dient dit ook
doorgegeven te worden aan de apotheek.
De Zorgboog (2022). Werkinstructie toedienen medicatie (versie 7).