Algemeen management
1.1 Organisatie en management
Een manager bestuurd processen, die het handelen van een ander op gang
brengt. Neemt beslissingen over wat er gedaan moet worden en moet hierbij
bereid zijn uitleg te kunnen geven over de gemaakte keuzes. Hierbij hebben ze zo
hun afhankelijkheden, verantwoordelijkheden en vaardigheden:
Afhankelijk van inzet van anderen.
Verantwoordelijk voor werkklimaat, informatie en beslissingen.
Vaardigheden: tijdmanagement, terreinkennis, resultaatgericht.
In een bedrijf of instelling werken mensen samen en worden technische en
financiële middelen gebruikt om doelstellingen te bereiken.
Een organisatie is elk samenwerkingsverband waarin bewust een relatie wordt
aangegaan om zo gemeenschappelijke doelstellingen te bereiken. Een
organisatie is een ‘instrument’ wat door relaties ontstaat en om vervolgens
diensten en producten te creëren die in maatschappelijke of individuele
behoeften voorziet.
Organiseren is het scheppen van doelmatige relaties, middelen en handelingen
om bepaalde doeleinden te bereiken.
Een organisatie is kenmerkend door:
Mensen
Een samenwerkingsverband
Een bepaald doel
Ontwikkelingen in de laatste 200 jaar leveren de volgende belangrijke elementen
op:
Relatieonderneming – samenleving, de overheid treedt regelmatig op over
o.a het milieu. Consumenten bonden dwingen de belangen van de
consument voorop te stellen.
Schaalvergroting en internationalisering: globalisering, hier is sprake van
als er producten worden afgezet op wereldwijde markten.
Wijzigingen in machts-/ gezagsverhoudingen, de manager moet over veel
kennis en zelfvertrouwen beschikken anders wordt hij niet serieus
genomen door de werknemers. De werknemers zijn steeds hoger opgeleid.
Rol wetenschap en techniek, traditionele distributiekanalen worden
vervangen door ICT-gerelateerde technologie.
Marketingfilosofie, helpt het management te begrijpen dat het
organisatiedoel steeds buiten de organisatie ligt, namelijk in de markt.
1.2 Managementniveaus in een organisatie
Er zijn 3 verschillende managementlagen in een organisatie:
1. Topleiding (of top management)
2. Middenkader (of middle management)
3. Eerstelijnsmanagement en uitvoerende medewerkers
Taken topleiding
De eigenaar-leider van een bedrijf, de directeur of meerhoofdige directie van een
bv of nv. De topleiding maakt strategische beslissingen, die op langetermijn
beslissingen zichtbaar worden. De topleiding moet voldoen aan de volgende
eissen:
, Leiderschap
Strategie en veranderen
Onderhandelen en beïnvloeden
Mens en productiviteit
Raad van commissarissen (rcv)
De hoofdtaak is het toezicht houden op het directiebeleid en de algemene gang
van zaken. Het gaat om het belang van de hele onderneming en iedereen die
hierbij betrokken is.
Als de directie faalt dan moet de rcv ingrijpen.
Taken middel management
Neemt organisatorische en operationele beslissingen.
De verantwoordelijkheid van de tijdige en juiste uitvoering van de
werkzaamheden.
Een uitvoerende taak naar boven toe en een leidinggevende taak naar
beneden.
Vertaalt de plannen van de hoogste leiding naar de dagelijkse uitvoering.
Staan op het kuispunt van verschillende organisatielagen.
Plannen
Medewerkers motiveren
Taken eerstelijnsmanagement en uitvoerende medewerkers
Op niveau van de operationele processen zijn de eerstelijnsmanagers
direct verantwoordelijk voor wat de andere uitvoerende doen.
Heeft de coaching en leiding over de uitvoerende medewerkers.
Ze regelen en ondersteunen de uitvoering van productie of
dienstverlening.
De tijd van managers wordt in beslag genomen door:
Interpersoonlijke activiteiten, het opbouwen en onderhouden van een
formeel en informeel relatienetwerk. Zowel binnen als buiten eigen
organisatie.
Informatieactiviteiten, op de hoogte blijven van de veranderingen in de
organisatie en de resultaten van zijn afdeling.
Besluitvormende activiteiten, het beslissen over de optimale inzet van
mensen en middelen om de doelstellingen te realiseren.
Er zijn drie soorten beslissingen te onderscheiden:
1. Strategische beslissingen, het vaststellen van organisatiedoelen, de keuze
van middelen en de weg waarlangs de doelen bereikt moeten worden.
Deze beslissingen raken de hele organisatie.
2. Organisatorische ofwel tactische beslissingen, betreffen de
organisatieopbouw, de taak- en bevoegdheidsverdeling.
3. Operationele beslissingen, betreffen de dagelijkse uitvoering, deze
beslissingen betreffen zich herhalende, vrij routinematige
uitvoeringsproblemen.
1.3 Managers en leiders: geboren of gemaakt?
1.1 Organisatie en management
Een manager bestuurd processen, die het handelen van een ander op gang
brengt. Neemt beslissingen over wat er gedaan moet worden en moet hierbij
bereid zijn uitleg te kunnen geven over de gemaakte keuzes. Hierbij hebben ze zo
hun afhankelijkheden, verantwoordelijkheden en vaardigheden:
Afhankelijk van inzet van anderen.
Verantwoordelijk voor werkklimaat, informatie en beslissingen.
Vaardigheden: tijdmanagement, terreinkennis, resultaatgericht.
In een bedrijf of instelling werken mensen samen en worden technische en
financiële middelen gebruikt om doelstellingen te bereiken.
Een organisatie is elk samenwerkingsverband waarin bewust een relatie wordt
aangegaan om zo gemeenschappelijke doelstellingen te bereiken. Een
organisatie is een ‘instrument’ wat door relaties ontstaat en om vervolgens
diensten en producten te creëren die in maatschappelijke of individuele
behoeften voorziet.
Organiseren is het scheppen van doelmatige relaties, middelen en handelingen
om bepaalde doeleinden te bereiken.
Een organisatie is kenmerkend door:
Mensen
Een samenwerkingsverband
Een bepaald doel
Ontwikkelingen in de laatste 200 jaar leveren de volgende belangrijke elementen
op:
Relatieonderneming – samenleving, de overheid treedt regelmatig op over
o.a het milieu. Consumenten bonden dwingen de belangen van de
consument voorop te stellen.
Schaalvergroting en internationalisering: globalisering, hier is sprake van
als er producten worden afgezet op wereldwijde markten.
Wijzigingen in machts-/ gezagsverhoudingen, de manager moet over veel
kennis en zelfvertrouwen beschikken anders wordt hij niet serieus
genomen door de werknemers. De werknemers zijn steeds hoger opgeleid.
Rol wetenschap en techniek, traditionele distributiekanalen worden
vervangen door ICT-gerelateerde technologie.
Marketingfilosofie, helpt het management te begrijpen dat het
organisatiedoel steeds buiten de organisatie ligt, namelijk in de markt.
1.2 Managementniveaus in een organisatie
Er zijn 3 verschillende managementlagen in een organisatie:
1. Topleiding (of top management)
2. Middenkader (of middle management)
3. Eerstelijnsmanagement en uitvoerende medewerkers
Taken topleiding
De eigenaar-leider van een bedrijf, de directeur of meerhoofdige directie van een
bv of nv. De topleiding maakt strategische beslissingen, die op langetermijn
beslissingen zichtbaar worden. De topleiding moet voldoen aan de volgende
eissen:
, Leiderschap
Strategie en veranderen
Onderhandelen en beïnvloeden
Mens en productiviteit
Raad van commissarissen (rcv)
De hoofdtaak is het toezicht houden op het directiebeleid en de algemene gang
van zaken. Het gaat om het belang van de hele onderneming en iedereen die
hierbij betrokken is.
Als de directie faalt dan moet de rcv ingrijpen.
Taken middel management
Neemt organisatorische en operationele beslissingen.
De verantwoordelijkheid van de tijdige en juiste uitvoering van de
werkzaamheden.
Een uitvoerende taak naar boven toe en een leidinggevende taak naar
beneden.
Vertaalt de plannen van de hoogste leiding naar de dagelijkse uitvoering.
Staan op het kuispunt van verschillende organisatielagen.
Plannen
Medewerkers motiveren
Taken eerstelijnsmanagement en uitvoerende medewerkers
Op niveau van de operationele processen zijn de eerstelijnsmanagers
direct verantwoordelijk voor wat de andere uitvoerende doen.
Heeft de coaching en leiding over de uitvoerende medewerkers.
Ze regelen en ondersteunen de uitvoering van productie of
dienstverlening.
De tijd van managers wordt in beslag genomen door:
Interpersoonlijke activiteiten, het opbouwen en onderhouden van een
formeel en informeel relatienetwerk. Zowel binnen als buiten eigen
organisatie.
Informatieactiviteiten, op de hoogte blijven van de veranderingen in de
organisatie en de resultaten van zijn afdeling.
Besluitvormende activiteiten, het beslissen over de optimale inzet van
mensen en middelen om de doelstellingen te realiseren.
Er zijn drie soorten beslissingen te onderscheiden:
1. Strategische beslissingen, het vaststellen van organisatiedoelen, de keuze
van middelen en de weg waarlangs de doelen bereikt moeten worden.
Deze beslissingen raken de hele organisatie.
2. Organisatorische ofwel tactische beslissingen, betreffen de
organisatieopbouw, de taak- en bevoegdheidsverdeling.
3. Operationele beslissingen, betreffen de dagelijkse uitvoering, deze
beslissingen betreffen zich herhalende, vrij routinematige
uitvoeringsproblemen.
1.3 Managers en leiders: geboren of gemaakt?