Vraag, aanbod en prijs.
Het samenspel van vraag en aanbod (marktwerking) beïnvloed de hoogte van
een product.
Abstracte markten, bijvoorbeeld; prijzen die tot stand komen voor de
verhandelde producten (de vreemde valuta’s) heten wisselkoersen.
Concrete markten, bijvoorbeeld markten die periodiek georganiseerd worden.
Zijn erg tastbaar. Journalist kan de markt op locatie bezoeken en het proces van
marktwerking bij wijze van spreken filmen. De aangeboden producten staan
uitgestald, vraagprijzen staan erbij. Aanbieders en vragers ontmoeten elkaar bij
het product en kunnen rechtstreeks communiceren over de prijs.
Bij enorm aanbod kun je prijsdalingen verwachten. Aanbodoverschot.
Bij enorme vraag kun je prijsstijgingen verwachten. Vraagoverschot.
Journalist van basisredeneringen gebruiken om nieuws op te sporen.
10.2 Wat is de basistheorie van marktwerking?
Adam Smith (1776) bedacht een theoretische wereld met heel veel
marktwerking. Om met de hedendaagse materie van marktwerking om te gaan,
is het voor journalisten nuttig om deze kunstmatige wereld te bestuderen. Deze
marktvorm is met maximale concurrentie, oftewel vrije mededing of volkomen
concurrentie. Die concurrentie om de gunst van de klant is pure prijsconcurrentie.
Het gaat alleen maar om een lage prijs, of nog beter: een lagere dan je rivalen.
- Veel vragers en aanbieders op de markt. Allemaal klein – niemand heeft
een machtspositie.
- Aanbieders kunnen hun product niet van elkaar onderscheiden. Reclame is
zinloos, want in de ogen van de vragers zijn alle producten gelijk.
- Aanbieders maken díe producten waarnaar vraag is. Er worden dus geen
behoeften aangekweekt; de vrager is soeverein.
- Vragers en aanbieders laten zich alleen leiden door prijsveranderingen. Die
sturen hun gedrag. Een hoge prijs bijvoorbeeld is een sein voor aanbieders dat
het product in trek is. Dat kan hen stimuleren om meer te gaan aanbieden.
Omgekeerd kan een lage prijs het signaal zijn aan vragers om wat meer te
gaan kopen.
- Alle marktpartijen hebben dezelfde informatie. Hendel met voorkennis
bestaat niet.
Gevolgen:
- Marktwerking leidt tot concurrentie en dat zorgt voor goedkopere
producten. Marktwerking leidt tot prijsdaling.
- Verspilling van productiemiddelen zal verdwijnen. Verspillende, inefficiënte
bedrijven zullen worden weggeconcurreerd en alleen de efficiënte bedrijven
overleven. Marktwerking leidt tot efficiëntie.
Bij het samennemen van deze gevolgen, kun je stellen dat bij Smith de vragers
de prducten krijgen waaraan ze behoefte hebben, tegen de laagst mogelijke prijs
en zonder verspilling van kostbare productiemiddelen. Een prachtig theoretisch
resultaat, alsof er een onzichtbare hand – tegenwoordig markt- of
prijsmechanisme – aan het werk was die ervoor zorgde dat het gedrag van al die