antropologie op ontwikkeling en socialisatie.
Leeruitkomst :
Het verschil tussen de sociale wetenschappen psychologie en sociologie uitleggen en
toelichten wat het belang is van kennis van psychologie en sociologie voor een sociaal
werker.
Psychologie = De wetenschap en studie van menselijk gedrag en mentale processen. Het belang is
inzicht krijgen in achtergrond, motief en gedrag.
Sociologie = De wisselwerking ( het gedrag) van groepen mensen. Het belang is achtergronden van
problemen begrijpen, voorspellingen over toekomstig gedrag of voorwaarden voor verandering.
Pedagogiek = kennis en toepassing van opvoeden met specifieke doelen, taken en opgaven
Culturele antropologie = analyseren en begrijpen van mensen met andere culturele achtergronden.
Psychologie Sociologie
Individu Groepen
Nature Maatschappij
Hoe leren we Wat leren we
Nurture
Rol van sociaal werker
De theoretische kennis uit de psychologie en de sociologie geeft inzicht in de wijze waarop kinderen
zich ontwikkelen en socialiseren, de pedagogiek leert ons te zien wat de rol is van
opvoedingsaspecten, stijlen en doelen. Pedagogiek maakt veel gebruik van begrippen en inzichten
uit de psychologie en de sociologie zoals hechting en socialisatie.
Psychologisch denken maakt het mogelijk dat we de manier van denken, gevoelens strevingen,
bewuste en onbewuste motieven en waarneembare gedrag kunnen begrijpen en inschatten.
Hiermee kunnen we problemen onderscheiden en proberen op te lossen.
Sociologisch denken zorgt er voor dat we gedrag van individuen vanuit een maatschappelijk
perspectief kunnen begrijpen. Terwijl individuen zelf kunnen menen dat ze zelfbewust en uniek
handelen, is veel gedrag maatschappelijk te verklaren. De sociologie wijst ons op de
maatschappelijke kant van gedrag.
1
, Thema 2. Je kent en herkent de invloed van verschillende nature en nurture aspecten op
ontwikkeling, socialisatie en opvoeding van kinderen.
Leeruitkomst :
De nature en nurture aspecten van de ontwikkeling van een mens herkennen, begrijpen en
illustreren.
Nature = aangeboren eigenschappen
Nurture = aangeleerde eigenschappen
Nature Nurture
Erfelijkheid Omgevingsinvloed
Aanleg Ontwikkeling
Talent Gedrag
Karakter Culturele verschillen
Uiterlijke kenmerken Interpretatie van prikkels
Prikkels oppakken
Reflexen en impulsen
Taal
temperament
Voorbeeld
Een kind heeft aanleg voor een bepaalde sport. Dat heet nature. Zodra je aandacht en tijd besteed
aan het ontwikkelen van het talent voor de sport zal door middel van nurture de prestatie hoog zijn.
2