Blok
1.3
Energieverbruik:
• 15-‐30%
Lichamelijke
activiteit
• 10
%
Vertering
• 60-‐70%
Rustmetabolisme
Je
kan
voedingstoestanden
onderdelen
in
4
factoren.
Door
middel
van
deze
factoren
kan
je
een
beter
beeld
krijgen
van
de
situatie
van
de
cliënt.
1. Somatische
factoren
(=
feiten):
BMI,
eerdere
diëten,
eetlust,
medicatie,
leeftijd,
voedselinname,
lab
waardes
etc.
2. Functionele
factoren:
Knijpkracht,
sporten,
ADL
afhankelijk
(thuiszorg),
loopsnelheid
en
activiteitenpatroon
3. Psychische
factoren:
Depressie,
stress,
motivatie,
dementie
of
denkvermogen,
verliesreactie,
psychische
stoornis
en
ziekte
inzicht
4. Sociale
factoren:
Werk,
gezin,
mantelzorg,
opleiding,
financiële
mogelijkheden,
woonsituatie,
eenzaamheid,
transportmogelijkheden
etc.
Algemene
behandeling
stapsgewijs:
1. Aanmelding
of
verwijzing
van
de
cliënt
2. Gegevens
verzamelen
3. Diëtitische
diagnose
4. Behandelplan
opstellen
5. Behandelplan
uitvoeren,
bijstellen
en
afsluiten
Overgewicht
en
obesitas:
Overgewicht
en
ernstig
overgewicht
(obesitas)
zijn
abnormale
of
buitensporige
opeenhopingen
van
vet
die
de
gezondheid
kunnen
beïnvloeden.
Hoe
wordt
het
gediagnosticeerd:
• Overgewicht
• Overgewicht
heb
je
als
de
BMI
tussen
de
25
en
29,9
is
• De
buikomvang
van
mannen
is
94
-‐102
cm
• De
buikomvang
van
vrouwen
is
80-‐88
cm
• Obesitas
• Obesitas
heb
je
als
de
BMI
30
of
hoger
is
• De
buikomvang
van
mannen
is
102
cm
of
hoger
• De
buikomvang
van
vrouwen
is
88
cm
of
hoger
Klachten:
• Verhoogd
totaal
cholesterol
gehalte
(HDL
is
verlaagd)
• Hypertensie
(Verhoogde
bloeddruk)
• Vetstapeling
in
spieren
en
lever
• Verminderde
lichamelijke
conditie,
kortademig,
ademhalingsstoornissen
• Negatief
zelfbeeld
en
depressiviteit
• Vervroegde
slijtage
van
heupen,
knieën
en
enkelgewrichten
(Artrose)
• Onvruchtbaarheid
• Verdere
gewichtstoename
en
niet
kunnen
afvallen
• Darmklachten,
huidproblemen,
zuurbranden
en
galblaasontstekingen
,
Risicofactoren:
• Sociale
omgeving
en
individuele
invloed
• Eten
en
omgevingseten
• Erfelijkheid
• Geestelijke-‐
en
omgevingsactiviteiten
Gevolgen/Complicaties:
• Depressie
• Niet
meer
reageren
op
insuline
• Hypertensie
• Diabetes
type
2
De
diëtetische
diagnose
is
dat
je
meer
te
weten
komt
over
de
cliënt.
Wat
moet
je
weten
om
een
diëtitische
diagnose
op
te
stellen?
(Para)medische
gegevens:
• Ziektebeeld
(Diagnose,
klachten,
past
cliënt
binnen
risicoprofiel
en
welke
complicaties
heeft
de
cliënt)
• Medische
geschiedenis
(factoren
die
van
invloed
zijn
op
overgewicht
en
obesitas)
• Dieetgeschiedenis
(gewichtsverloop,
vorige
diëten,
wanneer
ontstaan)
• Relevant
medicijngebruik
• Medicatie
die
gebruikt
word
om
de
beperking
van
energie-‐inname
te
ondersteunen
• Medicatie
die
gewichtstoename
tot
gevolg
heeft
door
diverse
factoren
• Stoffen
die
van
nature
in
voeding
voorkomen
met
een
positieve
invloed
op
gewichtsverlies
Diëtitische
gegevens:
• Het
bepalen
van
de
energiebehoefte
• Hulpvraag
(wat
verwacht
de
cliënt)
en
motivatie
van
cliënt
• Voedingsanamnese
afnemen
• Voedingsmiddelen
en
voedingsstoffen
(hoeveel,
verhouding
en
hoe
vaak
van
inname
eiwit,
vetten
etc.)
• Antropometrische
gegevens
(BMI,
buikomvang,
bloeddruk
etc.)
• Dagelijks
eetpatroon
• Eten
in
het
weekend
of
bij
bijzondere
gelegenheden
• Externe
factoren
(steun,
werktijden,
financiën
etc.)
Vanuit
de
diëtitische
diagnose
stel
je
de
behandelingsdoelen
van
de
cliënt
op:
Energiebeperkt
dieet
dat
leidt
tot
5
–
15%
gewichtsverlies
en/of
een
afname
van
de
buik-‐
omvang
met
10%
binnen
een
jaar.
Dit
wordt
behaald
door
gezonde
voedingsgewoonten,
bewegingspatroon
en
verbeterde
kwaliteit
van
leven
(psychisch
en
lichamelijk)
door
blijvende
gedragsverandering.
Subdoel:
Reduceren
lichaamsgewicht
met
½-‐1
kg
per
week.
Meer
gewichtsverlies
kan
worden
bereikt
met
evenzeer
laagcalorisch
dieet
(VLCD)in
vergelijking
met
een
energiebeperkt
dieet,
maar
50%
stopt
met
dit
dieet
binnen
een
jaar.
Ditzelfde
geldt
voor
andere
diëten
met
een
extreme
samenstelling.
Bij
het
energiebeperkte
dieet
stopt
20-‐30%binnen
een
jaar.