Module 1 – De aard van het recht
- Week 1: Natuurrecht
- Week 2: Natuurrecht
- Week 3: Rechtspositivisme
- Week 4: Rechtspositivisme
Module 2 – Kenmerken van de rechtstaat
- Week 5: De rechtsstaat
- Week 6: Mensenrechten
- Week 7: Botsende grondrechten
Module 3 – De verhouding tussen individuen en het recht
- Week 8: Politieke verplichting (de morele verplichting om de wet te
gehoorzamen)
- Week 9: De rechtvaardiging van straf
- Week 10: Vrije wil
- Week 11: Burgerlijke ongehoorzaamheid/Klokkenluiden
- Week 12: Gewetensbezwaren en liberale neutraliteit
Tentamenvraag voorbeeld: hoe zou Thomas van Aquino, vroege Radbruch, late Radbruch,
Austin, Hart of Kelsen naar de zaak Riggs vs Palmer kijken?
Late Radbruch: Radbruch-formule
Hart: blijft dicht bij de regels
Austin: er is een heerser die bevelen moet geven
Kelsen: regel is geldig omdat een hogere regel het zegt (Kelsen laat ruimte voor
gewoonterecht)
,Module 1 – De aard van het recht
Week 1: Natuurrecht
Leerdoel: de betekenis van rechtsbeginselen voor het debat tussen natuurrecht en
rechtspositivisme kennen
Natuurrecht
Mensenrechten zijn geldig ook al waren er geen verdragen geweest (gelden dus altijd)
Misdaden van nazi’s waren dus van begin af aan al strafbaar volgens de natuurrechtsdenker,
ondanks dat er nog geen verdragen waren (hoeven niet bekrachtigd te zijn door een
autoriteit)
Natuurrecht: hoger recht dat het geschreven recht ‘inkleurt’ en zelfs kan overschrijven
Kern: morele beginselen zeer belangrijk om het recht te begrijpen
Natuurlijke wet is geldig onafhankelijk of die wet door een autoriteit is afgekondigd
Thomas van Aquino
Belangrijkste werk Aquino: Summa Theologiae:
- 90: Geeft de definitie van ‘wet’
- 95.2: Menselijke wetten alleen wetten voor zover zij van de wet van de natuur afgeleid zijn.
Wijken zij af van natuurwet => geen wetten, maar verdorvenheid van de wet.
- 96.4: Op welke wijze kunnen wetten onrechtvaardig zijn?
- 96.6: Mogen we de wet ongehoorzaam zijn?
Definitie van wet (90)
Wat is een wet? (= conceptuele vraag)
Een wet is “een bepaalde
(1) afgekondigde
(2) ordening van de rede (het moet een regel zijn)
(3) m.b.t. het gemeenschappelijke goede (moet niet gericht zijn op belangen van heerser)
(4) en afkomstig van hem die de zorg voor de gemeenschap heeft” (q. 90 a. 4).
(5) Wetten hebben dwingende kracht (q. 96 a. 5) (desnoods met geweld)
Wil iets een wet zijn, moet het aan deze criteria voldoen!
Menselijke wetten moeten in overeenstemming met zijn met natuurrecht (95.2)
Menselijke wetten moet om geldig te zijn in overeenstemming zijn met het natuurrecht
(afgeleid zijn van het natuurrecht). Is dat niet het geval dan zijn het niet alleen
onrechtvaardige wetten, maar niet eens echt wetten. Aquino geeft aan dat je geen wet kunt
maken zonder rekening te houden met de diepere natuurlijke wetten.
Op welke wijze kunnen wetten onrechtvaardig zijn? Onrechtvaardig = geen wet (96.4)
Volgens Aquino is een onrechtvaardige wet geen wet. Wetten kunnen op drie wijzen
onrechtvaardig – want tegengesteld aan het gemeenschappelijk goede – zijn:
1. Onrechtvaardig doel: bestuurder niet door gemeenschappelijk goede gemotiveerd maar
door hebzucht en eer (tirannie, eigen belang van heerser: Creon)
,2. Onbevoegde autoriteit (maker): bestuurder maakt een wet die haar bevoegdheid te buiten
gaat
3. Ongelijke lasten (vorm): lasten van de wet ongelijk over de gemeenschap verdeelden
(armen in samenleving worden meer belast)
‘Dergelijke wetten zijn meer daden van geweld dan wetten’
4. Tegengesteld aan het goddelijke goede: wetten die dwingen tot afgoderij (tragedie
Antigone). Dit is het geval wanneer wetten gedrag voorschrijven dat direct tegen de
voorschriften van de goddelijke wetten (bijvoorbeeld de Bijbel).
Kun je, volgens Thomas van Aquino, een onrechtvaardige wet nog wel een wet noemen?
Nee, natuurlijk niet. Een wet is per definitie gericht op het gemeenschappelijk goede en een
onrechtvaardige wet doet daar juist afbreuk aan. Een onrechtvaardige wet is dus eigenlijk
niet echt een wet, want het schaadt het gemeenschappelijk goede.
Mogen we de wet ongehoorzaam zijn? (96.6)
Iedere wet is volgens Aquino gericht op het gemeenschappelijke welzijn van mensen, is dat
niet het geval, heeft de wet geen bindende kracht. Oftewel: onrechtvaardige wetten zijn
niet eens wetten en binden ons dan ook niet!
Uitzondering: soms verplicht een onrechtvaardige wet te gehoorzomen om schandaal of
onrust te vermijden (“tenzij soms om schandaal of onrust te vermijden, omwille waarvan de
mens zelfs afstand moet doen van zijn recht”).
Maar ook een algemene plicht om de wet te gehoorzamen!
Echte wetten zijn gericht op het gemeenschappelijk goede algemene plicht om de wet te
gehoorzamen. Maar in specifieke gevallen kan volgen van wet het gemeenschappelijk goede
schaden. Wetgever kan dat, per definitie niet hebben beoogd, dan is ongehoorzaamheid
toegestaan.
Voorbeeld: stadspoorten moeten gesloten blijven (ter beveiliging van de stad). Dit kan echter
nadelig zijn als stadsbewoners terug willen als zij worden aangevallen (naar de letter van de
wet moet de poort eigenlijk dicht blijven). Volgens Aquino hoef je in dit geval de wet niet te
gehoorzamen, aangezien dit niet de bedoeling geweest kan zijn van de wetgever.
Mag je, volgens Thomas van Aquino, soms in strijd met de letter van de wet handelen?
Ja. De wetgever schrijft algemene wetten voor en kan nooit alle gevallen voorzien waarop de
wet van toepassing zal zijn. Het kan dus voorkomen dat een wet die in het algemeen het
gemeenschappelijk goede dient, in een specifiek geval hier juist afbreuk aan doet. In dat
geval mag je in strijd met de letter van de wet handelen. De wetgever kan immers niet
oneindig alles regelen in de wet.
Hoe zou Thomas van Aquino het handelen van Antigone beoordelen? Maximaal 400
woorden.
Essentie: koning Creon heeft een onrechtvaardige wet gemaakt (het niet mogen begraven)
en dus hoefde Antigone niet te gehoorzamen.
Volgens Aquino is een onrechtvaardige wet geen wet. Wetten zijn bindende voorschriften; ze
leggen ons bepaalde plichten op. Wanneer een voorschrift eigenlijk niet eens een wet
genoemd kan worden – omdat het voorschrift onrechtvaardig is – dan ontbeert het dus ook
, de bindende kracht die typisch is voor wetten. Hieruit concludeert Aquino dat wij niet
verplicht zijn om onrechtvaardige wetten (niet echte wetten) te gehoorzamen.
Aquino geeft verder aan dat wetten op verschillende wijzen onrechtvaardig kunnen zijn. Eén
van de wijze is in het bijzonder relevant voor de casus van Antigone: een wet kan
onrechtvaardig zijn doordat het strijd is met het goddelijke goede. Dit is het geval wanneer
wetten gedrag voorschrijven dat direct tegen de voorschriften van de goddelijke wetten
(zoals in dit geval uit de Bijbel kennen).
Eén interpretatie van Antigone is dat koning Creon een wet uitvaardigt die onrechtvaardig is,
omdat deze iets verbiedt wat de goden juist gebieden: het begraven van zijn broer. Deze wet
van koning is strijdig met het goddelijke goede en derhalve onrechtvaardig volgens Aquino.
Onrechtvaardige wetten zijn niet echt wetten en dus hoeven wij ze ook niet te gehoorzamen.
Antigones handelen (begraven van haar broer) kan dan ook gerechtvaardigd worden met
een beroep op het werk van Aquino.
Heerser
De heerser vertegenwoordigd God (heerser heeft mandaat van God en derhalve gezag),
maar dit gezag is niet onbegrensd. God heeft bepaalde wetten bepaald en heerser mag
alleen binnen zijn mandaat handelen (binnen de morele eisen), oftewel alles wat de heerser
doet moet binnen het moraal en menselijk rede zijn.