Domein A: Pluriforme samenleving
4.1 Positieverwerving en positietoedeling
De cultuur van etnische groepen is ondergeschikt aan die van autochtonen, omdat deze
groepen verschillen in posities innemen. De volgende twee oorzaken spelen voor de
ongelijkwaardige posities een belangrijke rol:
1. Positietoewijzing (= in de samenleving krijgt elke groep zijn positie toegewezen). De
verschillen tussen etnische groepen worden benadrukt of overdreven.
Positietoewijzing gebeurt door de samenleving.
2. Positieverwerving (= zij verwerven zich een bepaalde plaats in de samenleving).
Hierbij is de vraag in hoeverre de groep zelf de verschillen wil benadrukken. Gebeurt
dus door de allochtonen zelf.
Sociale klassen (= maatschappelijke lagen die in de samenleving min of meer dezelfde
positie innemen). Zij worden op dezelfde trede gezet op de maatschappelijke ladder (= een
rijtje van beroepen, waarbij bovenaan de beroepen staan die hoog worden gewaardeerd en
onderaan de beroepen die minder worden gewaardeerd).
1. Bovenlaag: kapitaalbezitters + topbestuurders van grote ondernemingen
2. Ondernemers: eigenaren van kleine en middelgrote ondernemingen
3. Professionele middenklasse: hoog opgeleide werknemers (hoge ambtenaren,
docenten, accountants etc.)
4. Werknemersklasse: schilders, automonteurs, elketriciens etc.
5. Onderklasse (= mensen die gedurende lange tijd in een slechte financiële positie
verkeren): mensen met lage inkomens of uitkeringen (langdurig werklozen,
lopendebandwerknemers, schoonmaakpersoneel)
Veel etnische groepen kom je in alle sociale lagen tegen. Maar veel Turken, Marokkanen,
Antillianen en Surinamers zitten vaak aan de onderkant van de maatschappelijke ladder. Ze
hebben minder kansen. Onze open samenleving kenmerkt zich echter doordat de kansen
om te stijgen op de maatschappelijke lader groot zijn. Sociale mobiliteit (= het stijgen of dalen
op de sociale ladder).
De positie van allochtonen op de arbeidsmarkt is slecht als het slecht gaat met de economie.
Dan raken er meer van hen werkloos.
Er zitten relatief veel niet-westerse allochtonen in de WW en WAO. Dit heeft drie oorzaken:
1. Laag opleidingsniveau – je wordt eerder vervangen daar een hoger opgeleide
2. Discriminatie – vooroordelen, stigmatisering en stereotypering
3. Ze zoeken in eigen kennismaking naar werk en niet via reguliere advertenties
De slechte positie van allochtonen op de arbeidsmarkt heeft onder andere invloed op de
kwaliteit van de huisvesting en de gezondheid.
Maar Chinezen en Vietnamezen doen het uitstekend op de arbeidsmarkt. Zij werken keihard
en concurrerend. Ook hebben Turken relatief vaker een eigen bedrijf dan autochtonen.
4.2 De arbeidsmarkt
De werkloosheid onder allochtonen is zeer groot, ook is er meer langdurige werkloosheid. Ze
hebben vaker lagere functies en ze hebben vaker een tijdelijk dienstverband dan
autochtonen. Van de niet-westerse allochtonen heeft één op de vier een uitkering.