verbaal gedrag
Elementaire sociale vaardigheden samenvatting
Hoofdstuk 4 samenvatten
Elementaire sociale vaardigheden Hoofdstuk 5
vragen stellen
Samenvatting Hoofdstuk 6 concretiseren
Samenvatting Hoofdstuk 7 meningen ESV
Elementaire sociale vaardigheden Hoofdstuk 2 non-verbaal gedrag
Je non-verbale gedrag is meestal eerlijke dan je verbale. Je kan er meer
informatie uithalen. Soms zend je non-verbaal dingen onbewust uit die je niet zo
bedoeld. Iemand een knuffel geven of een arm op de schouder leggen kan soms
meer zeggen dan woorden. Gevoelens woorden meestal niet via woorden maar
lichaamstaal uitgezonden. Communicatie vindt op verschillende niveaus tegelijk
plaats: wat en hoe is gezegd word. Non-verbaal gedrag kan verschillende functies
hebben. Het kan iets zeggen over de eigenschappen, attitudes en identiteit.
(status, leeftijd, zelfverzekerd, onzeker). Knikken, oogcontact ondersteunen het
verbale contact. Ook helpt het verbale communicatie te vervangen bijv. bij doven
of bij mensen die de taal zo niet spreken. Ook kun je laten weten welk gedrag wel
of niet is toegestaan, laten zien dat je je voelt buitengesloten.
De rol van het non-verbale gedrag in relatie tot verbale communicatie
- Het non-verbale gedrag is duidelijk (je knikt nee als je het niet eens bent
met wat er gezegd word)
- Non-verbale ondersteund het verbale (huilen met praten, lachen bij leuk
verhaal)
- Het non-verbale is in tegenspraak met het verbale (vervelende gebeurtenis
vertellen en ondertussen lachen) knikken kan in een andere cultuur
ontkenning zijn terwijl het hier iets anders betekend. Je moet dus opletten
dan non-verbale uitingen die je waarneemt door de zender anders bedoelt
kunnen zijn.
-
Paralinguïstische aspecten (in dit begrip worden alle klankvariaties van de stem
samengevat) ook wel spreektaal(aarzelend, intelligent, dom) genoemd zie
hieronder voorbeelden:
Accentuering (nadruk op bepaalde woorden)
Timbre (klankkleur, prettige of schelle stem)
Melodie (zangerig, monotoon)
Articulatie (goed, overdreven, functioneel)
Taalgebruik (abn, dialect)
Volume (hard, zacht)
Lichaamstaal en motoriek zijn karakteristieke aspecten: De manier waarop je
loopt, staat of zit. Afstand tussen jou en degene waar je mee praat, je uiterlijk,
waar je je ogen op richt, gezichtsuitdrukking. Door je lichaamstaal en uiterlijke
kenmerken vorm je de eerste indruk bij de ander.