Verplichte jurisprudentie
Week 1:
HR: Taxcusstruik
De feiten:
Er komt een kennis van een boer langs, en die gooit een taxcusstruik op een afval hoop. De
paarden van een andere boer, die op het weiland staan kunnen bij de afvalhoop en eten van
de taxcusstruik. Beide paarden overlijden als gevolg van het eten van de taxcus, taxcus is
namelijk dodelijk voor paarden wanneer zij hiervan eten. De boer en zijn kennis die de
taxcusstruik op de afvalhoop heeft gegooid, wisten geen van beide dat taxcus gevaarlijk is
voor paarden. De eigenaar(boer) van de paarden stelt dat het overlijden van de paarden aan
het onrechtmatig handelen van de boer en zijn kennis is te wijten en spreekt hen aan tot
betaling van een schadevergoeding.
Rechtsvraag:
Zijn de boer en zijn kennis aansprakelijk voor de geleden schade van de eigenaar van de
paarden, omdat zij de maatschappelijke zorgvuldigheid hebben geschonden en dienen zij
daarom deze schade te vergoeden?
Overweging:
De Hoge Raad overwoog dat er geen aansprakelijkheidsregel kan worden aanvaard, indien
het om planten en struiken gaat, waarvan de giftigheid niet van algemene bekendheid is. Het
gegeven dat taxus giftig is voor paarden is geen feit van algemene bekendheid, er kan
derhalve geen aansprakelijkheidsregel worden aanvaard.
Verder overwoog de Hoge Raad dat de maatschappelijk betamende zorgvuldigheid niet zo
ver reikt dat degene die een plant of struik onder zich heeft, waarvan hij de giftigheid niet
kent of behoeft te kennen, verplicht is om deze plant of struik op zodanige wijze onder zijn
controle te houden dat deze geen gevaar kan opleveren, tenzij hij weet dat deze plant of
struik ongevaarlijk is. In casus kende zij beide de giftigheid van taxus niet en zij behoefde dit
ook niet te kennen. Zij hebben dus niet de maatschappelijke zorgvuldigheid geschonden
door de taxusstruik op de afvalhoop te gooien, want zo ver strekt de maatschappelijke
zorgvuldigheid niet.
Er is dus geen sprake van aansprakelijkheid voor de geleden schade.
Rechtsregel:
Indien het om een plant of struik gaat, waar men de giftigheid niet van kent en niet van
behoort kennen, strekt de maatschappelijke zorgvuldigheid niet zo ver dat deze persoon de
plant of struik zodanig onder zich moet houden dat de plant of struik geen gevaar oplevert.