Nederlands Tijdschrift voor Voeding en Diëtetiek
Voedingstoestand nierpatiënten
monitoren met SGA?
Veel nierpatiënten die dialyseren, vertonen tekenen van ondervoeding.
Professionals gebruiken verschillende methoden om de voedingstoestand te
monitoren, waaronder de Subjective Global Assessment (SGA). Maar is dit een
goede methode? Of zijn er betere?
Stelling: De SGA-classificatie is het beste instrument om
de voedingstoestand van nierpatiënten te monitoren.
Hans Brandts
De voedingstoestand van nierpatiënten kan door diverse metingen worden
gemonitord. Eén daarvan is de gevalideerde Subjective Global Assessment (SGA).
De SGA beoordeelt de voedingstoestand aan de hand van gewichtsverlies,
voedselinname, gastro-intestinale klachten en vet- en spierverlies. Door een
gestructureerde vragenlijst wordt een (subjectief ) oordeel gegeven over de
situatie van de patiënt: in feite een onderbouwing van de klinische blik. De score
is voorspellend voor de mortaliteit. Het afnemen van de SGA is snel te leren, kost
slechts tien minuten en brengt geen andere kosten met zich mee. Indien met
regelmaat afgenomen, kan de voedingstoestand over een langere periode in de
gaten worden houden.
De SGA is wat mij betreft het beste instrument om de voedingstoestand van
chronische patiënten in kaart te brengen en te monitoren. Aan vele andere
gebruikte metingen kleven nadelen. Zo kan het gewichtsverloop onbetrouwbaar
zijn door vochtproblemen, geeft albumine meer een indruk van de ziekte dan van
de voedingstoestand, en is de interpretatie van interdialytische gewichtstijging
(IDWG) nog lang niet uitgekristalliseerd.
Wybe Douwe Kloppenburg
Hoewel uit onderzoek is gebleken dat de SGA een valide instrument is om de
voedingstoestand bij dialysepatiënten te bepalen, is niet gezegd dat het ook het
beste beschikbare instrument is. Biochemische bepalingen zoals het
serumalbumine, waarvan de prognostische waarde overtuigend is vastgesteld,
worden in de conventionele SGA-methodiek niet meegewogen. De Malnutrition
Inflammation Score (MIS) – een gemodificeerde, uitgebreidere SGA-methode –
houdt hier wel rekening mee. Studies suggereren dat de MIS wellicht nog beter is
dan de SGA om bij dialysepatiënten de voedingstoestand te meten.
De voedingstoestand meten om bijvoorbeeld ondervoeding te diagnosticeren is
één ding. Het monitoren van de voedingstoestand met het doel patiënten met
een verhoogd risico van ondervoeding te identificeren, is echter iets anders. Mijns
inziens is de volledige SGA-methode hiervoor niet nodig. Lichamelijk onderzoek
draagt namelijk weinig bij, omdat veranderingen in spier- en vetmassa pas laat
kunnen worden opgemerkt. Het regelmatig evalueren van veranderingen in BMI,
lichaamsgewicht en serumalbumine, is een bruikbare screeningsmethode om
hoogrisicopatiënten op te sporen.
Voedingstoestand nierpatiënten
monitoren met SGA?
Veel nierpatiënten die dialyseren, vertonen tekenen van ondervoeding.
Professionals gebruiken verschillende methoden om de voedingstoestand te
monitoren, waaronder de Subjective Global Assessment (SGA). Maar is dit een
goede methode? Of zijn er betere?
Stelling: De SGA-classificatie is het beste instrument om
de voedingstoestand van nierpatiënten te monitoren.
Hans Brandts
De voedingstoestand van nierpatiënten kan door diverse metingen worden
gemonitord. Eén daarvan is de gevalideerde Subjective Global Assessment (SGA).
De SGA beoordeelt de voedingstoestand aan de hand van gewichtsverlies,
voedselinname, gastro-intestinale klachten en vet- en spierverlies. Door een
gestructureerde vragenlijst wordt een (subjectief ) oordeel gegeven over de
situatie van de patiënt: in feite een onderbouwing van de klinische blik. De score
is voorspellend voor de mortaliteit. Het afnemen van de SGA is snel te leren, kost
slechts tien minuten en brengt geen andere kosten met zich mee. Indien met
regelmaat afgenomen, kan de voedingstoestand over een langere periode in de
gaten worden houden.
De SGA is wat mij betreft het beste instrument om de voedingstoestand van
chronische patiënten in kaart te brengen en te monitoren. Aan vele andere
gebruikte metingen kleven nadelen. Zo kan het gewichtsverloop onbetrouwbaar
zijn door vochtproblemen, geeft albumine meer een indruk van de ziekte dan van
de voedingstoestand, en is de interpretatie van interdialytische gewichtstijging
(IDWG) nog lang niet uitgekristalliseerd.
Wybe Douwe Kloppenburg
Hoewel uit onderzoek is gebleken dat de SGA een valide instrument is om de
voedingstoestand bij dialysepatiënten te bepalen, is niet gezegd dat het ook het
beste beschikbare instrument is. Biochemische bepalingen zoals het
serumalbumine, waarvan de prognostische waarde overtuigend is vastgesteld,
worden in de conventionele SGA-methodiek niet meegewogen. De Malnutrition
Inflammation Score (MIS) – een gemodificeerde, uitgebreidere SGA-methode –
houdt hier wel rekening mee. Studies suggereren dat de MIS wellicht nog beter is
dan de SGA om bij dialysepatiënten de voedingstoestand te meten.
De voedingstoestand meten om bijvoorbeeld ondervoeding te diagnosticeren is
één ding. Het monitoren van de voedingstoestand met het doel patiënten met
een verhoogd risico van ondervoeding te identificeren, is echter iets anders. Mijns
inziens is de volledige SGA-methode hiervoor niet nodig. Lichamelijk onderzoek
draagt namelijk weinig bij, omdat veranderingen in spier- en vetmassa pas laat
kunnen worden opgemerkt. Het regelmatig evalueren van veranderingen in BMI,
lichaamsgewicht en serumalbumine, is een bruikbare screeningsmethode om
hoogrisicopatiënten op te sporen.