Alveolus = een holle ruimte
Ateles = onvoltooid
Bronchus = luchtpijp
Cricoid = ringvormig
Ektase = uitzetting
-ia = aandoening
Kentesis = punctuur
Oris = mond
Pneuma = lucht
Pneumon = long
Stoma = mond
Thorac- = borst
Thyroide = schildvormig
De gaswisseling vindt plaats in de longen in de kleine ruimten die met lucht zijn
gevuld alveoli (longblaasjes) en in de kwetsbaarste bronchiolen deze zijn erg
dun zodat er makkelijk diffusie kan plaatsvinden tussen lucht en bloed.
Gaswisseling vindt plaats door de respiratorische membraan van de alveoli. Dit
membraan bestaat uit 3 onderdelen:
- plaveiselepitheelcellen die de alveoli bekleden.
- endotheelcellen van de wand van een aangrenzend capillair.
- versmolten basaalmembranen die tussen de cellen van de alveolus en de
endotheelcellen liggen.
Diffusie vind snel plaats doordat de afstand klein is en omdat zuurstof en
kooldioxide in vet oplosbaar zijn.
15.1
Het ademhalingsstelsel heeft 5 basale functies:
- Het vormt een groot oppervlak voor de gaswisseling tussen de lucht en het
bloed.
- Het verplaatsen van lucht van en naar het gaswisselingsoppervlak in de longen.
- Bescherming van de alveolaire oppervlakken tegen uitdroging en
temperatuursveranderingen en verdediging tegen binnendringende
ziekteverwekkers.
- De vorming van geluiden waardoor spraak, zang en andere vormen van
communicatie mogelijk zijn. – De reukzin bevorderen door de reukcellen in de
neusholten.
De luchtwegen kunnen worden verdeeld in een gedeelte wat de lucht geleid en
een gedeelte waar de gaswisseling plaatsvindt.
ingang neusholte farynx (keelholte) larynx (strottenhoofd) trachea
(luchtpijp) de bronchiën grotere bronchiolen kleinere bronchiolen.
De luchtwegen filtreren, verwarmen en bevochtigen de lucht die wordt
ingeademd. Daardoor worden de alveoli tegen celresten, ziekteverwekkers en
extreme uitwendige omstandigheden beschermt.
, 15.2
De neus, farynx, larynx, trachea
Nares: neusgaten
vestibulum nasi: de ruimte die door de flexibele weefsels van de neus worden
omsloten. Deze ruimte bevatten vibrissae (neushaartjes)
vibrissae: neushaartjes
maxilla: kaakbeen
os nasale: neusbeen
os frontale: voorhoofdsbeen } deze 5 vormen de laterale en bovenste
wanden vd neusholte
os ethmoidale: zeefbeen
os sphenoidale: wiggenbeen