INLEIDING
PRIVAATRECHT
Aantekeningen
hoorcolleges
Iris Mehagnoul
Groep 26
Blok 4
Hoorcolleges
Tutor: Femke Noomen – van der Linde
, Hoorcollege 1.2: Overeenkomstenrecht
Gelaagde structuur BW:
Van algemene naar bijzondere regels, van Boek 3 naar één of meer van de volgende Boeken.
Bijv. huurkoop roerende zaak (art. 7:84 lid 3 aanhef en onder b BW)
Uitleg:
- Huurkoop is een rechtshandeling, dus titel 3.2 BW is van toepassing
- Uit een huurkoop vloeien verbintenissen voort, dus Boek 6 BW is van toepassing (in het
bijzonder 6.5.5 BW)
Is de wet een bron van verbintenis, dan zit je in titel 6.3 en 6.4
Is de overeenkomst de bron van verbintenis, dan zit je in titel 6.5
- Koop op afbetaling (art. 7:84 lid 3 aanhef en onder a BW), waarvan huurkoop een
specifieke toepassing i, is op haar beurt een ‘species’ van het ‘genus’ koop, dus niet alleen
7.1 BW is van toepassing maar ook 7.2B BW
Onder b is een specifieke vorm van onder a
Uit een overeenkomst vloeien verschillende verbintenissen / de overeenkomst is de bron van
verbintenissen.
Bijv. er is 1 koopovereenkomst, waar in ieder geval 2 verbintenissen uit voortvloeien, namelijk A
moet zorgen voor de levering aan B en B moet koopsom betalen aan A.
Van groot belang voor de gelaagde structuur zijn de schakelbepalingen
Schakelbepalingen zorgen ervoor dat het bereik van bepaalde wetsartikelen groter wordt; anders
gezegd: bepaalde wetsartikelen die voor een specifieke situatie zijn geschreven, zijn via een
schakelbepaling ook op andere situaties van toepassing
De belangrijkste schakelbepalingen zijn art. 3:15, 3:59, 3:78, 3:79, 3:98 en 3:326 alsmede 6:216
BW
Bijv.
- Hoe wordt een vruchtgebruik (art. 3:201 BW) op een stuk grond gevestigd? (art. 3:89 i.v.m.
art. 3:84 en 89 BW)
- Kan een overeenkomst van huwelijkse voorwaarden (art. 1:114 BW) op grond van dwaling
worden vernietigd? (art. 6:216 i.v.m. art. 6:228 BW)
Hoorcollege 1.3:
Handelingen
Rechtshandelingen Feitelijke
handelingen
, Meerzijdige
Enkelzijdige Onrechtmatige Rechtmatige
rechtshandelingen
rechtshandeling daad daad
(overeenkomst)
Belang van bovenstaand schema: een eenzijdige overeenkomst kan niet worden ontbonden. Zie
Gericht (bijv. Ongericht (bijv.
bijv. art. 3:32
opzegging huur lid 2 en uiterste
3:34 lid 2 alsmede 6:261 en 6:265
Eenzijdig BW.
Wederkerig Overig (zonder
of wilsbeschikking (schenking) (koop) verbintenissen)
arbeidscontract) (testament))
Totstandkoming rechtshandeling:
Uitgangspunt: wil en verklaring (art. 3:33 BW)
Maar daarnaast is vertrouwen ook van belang (art. 3:35 BW)
Dubbele grondslag: combinatie van wil en vertrouwen (wils/vertrouwensleer)
Wanneer komt een rechtshandeling tot stand? (vooral van belang voor de overeenkomst)
genuanceerde ontvangsttheorie (art. 3:37 lid 3 BW)
Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan (art. 6:217-225).
Hier zijn niet alleen art. 6:217-225 van belang, maar ook art. 3:33 en 3:35.
Discrepantie tussen wil en verklaring:
Wil en verklaring stemmen niet overeen, zie P1.
Voorbeelden:
- Geestelijke stoornis (art. 3:34 BW) (de belangrijkste voor tentamen)
- Vergissing
- Verspreking
- Verschrijving
- Misverstand
- Fout in telegram
Art. 3:33 BW is hier NIET van toepassing, want uiterlijke verklaring dekt de innerlijke wil niet.
Gevolg: rechtshandeling komt NIET tot stand, TENZIJ art. 3:35 BW van toepassing is. het
contract komt dan tot stand d.m.v. art. 3:35 en niet door art 3:33.
Geestelijke stoornis, art. 3:34 BW:
Gevolg: vernietigbaarheid (tenzij het een eenzijdige niet-gerichte rechtshandeling is, dan nietig)
Art. 3:34 lid 2 wijkt af van art. 3:33 BW.
Art. 3:34 BW laat toepasselijkheid van art. 3:35 onverlet; bij een geslaagd beroep op art. 3:35 door
wederpartij is de rechtshandeling geldig en onaantastbaar tot stand gekomen.
Arrest Eelman/Hin
Gerechtvaardigd vertrouwen, art. 3:35 BW:
Art. 3:35 BW beschermt de wederpartij/geadresseerde (=persoon tot wie een verklaring wordt
gericht bij een eenzijdige gerichte rechtshandeling)
PRIVAATRECHT
Aantekeningen
hoorcolleges
Iris Mehagnoul
Groep 26
Blok 4
Hoorcolleges
Tutor: Femke Noomen – van der Linde
, Hoorcollege 1.2: Overeenkomstenrecht
Gelaagde structuur BW:
Van algemene naar bijzondere regels, van Boek 3 naar één of meer van de volgende Boeken.
Bijv. huurkoop roerende zaak (art. 7:84 lid 3 aanhef en onder b BW)
Uitleg:
- Huurkoop is een rechtshandeling, dus titel 3.2 BW is van toepassing
- Uit een huurkoop vloeien verbintenissen voort, dus Boek 6 BW is van toepassing (in het
bijzonder 6.5.5 BW)
Is de wet een bron van verbintenis, dan zit je in titel 6.3 en 6.4
Is de overeenkomst de bron van verbintenis, dan zit je in titel 6.5
- Koop op afbetaling (art. 7:84 lid 3 aanhef en onder a BW), waarvan huurkoop een
specifieke toepassing i, is op haar beurt een ‘species’ van het ‘genus’ koop, dus niet alleen
7.1 BW is van toepassing maar ook 7.2B BW
Onder b is een specifieke vorm van onder a
Uit een overeenkomst vloeien verschillende verbintenissen / de overeenkomst is de bron van
verbintenissen.
Bijv. er is 1 koopovereenkomst, waar in ieder geval 2 verbintenissen uit voortvloeien, namelijk A
moet zorgen voor de levering aan B en B moet koopsom betalen aan A.
Van groot belang voor de gelaagde structuur zijn de schakelbepalingen
Schakelbepalingen zorgen ervoor dat het bereik van bepaalde wetsartikelen groter wordt; anders
gezegd: bepaalde wetsartikelen die voor een specifieke situatie zijn geschreven, zijn via een
schakelbepaling ook op andere situaties van toepassing
De belangrijkste schakelbepalingen zijn art. 3:15, 3:59, 3:78, 3:79, 3:98 en 3:326 alsmede 6:216
BW
Bijv.
- Hoe wordt een vruchtgebruik (art. 3:201 BW) op een stuk grond gevestigd? (art. 3:89 i.v.m.
art. 3:84 en 89 BW)
- Kan een overeenkomst van huwelijkse voorwaarden (art. 1:114 BW) op grond van dwaling
worden vernietigd? (art. 6:216 i.v.m. art. 6:228 BW)
Hoorcollege 1.3:
Handelingen
Rechtshandelingen Feitelijke
handelingen
, Meerzijdige
Enkelzijdige Onrechtmatige Rechtmatige
rechtshandelingen
rechtshandeling daad daad
(overeenkomst)
Belang van bovenstaand schema: een eenzijdige overeenkomst kan niet worden ontbonden. Zie
Gericht (bijv. Ongericht (bijv.
bijv. art. 3:32
opzegging huur lid 2 en uiterste
3:34 lid 2 alsmede 6:261 en 6:265
Eenzijdig BW.
Wederkerig Overig (zonder
of wilsbeschikking (schenking) (koop) verbintenissen)
arbeidscontract) (testament))
Totstandkoming rechtshandeling:
Uitgangspunt: wil en verklaring (art. 3:33 BW)
Maar daarnaast is vertrouwen ook van belang (art. 3:35 BW)
Dubbele grondslag: combinatie van wil en vertrouwen (wils/vertrouwensleer)
Wanneer komt een rechtshandeling tot stand? (vooral van belang voor de overeenkomst)
genuanceerde ontvangsttheorie (art. 3:37 lid 3 BW)
Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan (art. 6:217-225).
Hier zijn niet alleen art. 6:217-225 van belang, maar ook art. 3:33 en 3:35.
Discrepantie tussen wil en verklaring:
Wil en verklaring stemmen niet overeen, zie P1.
Voorbeelden:
- Geestelijke stoornis (art. 3:34 BW) (de belangrijkste voor tentamen)
- Vergissing
- Verspreking
- Verschrijving
- Misverstand
- Fout in telegram
Art. 3:33 BW is hier NIET van toepassing, want uiterlijke verklaring dekt de innerlijke wil niet.
Gevolg: rechtshandeling komt NIET tot stand, TENZIJ art. 3:35 BW van toepassing is. het
contract komt dan tot stand d.m.v. art. 3:35 en niet door art 3:33.
Geestelijke stoornis, art. 3:34 BW:
Gevolg: vernietigbaarheid (tenzij het een eenzijdige niet-gerichte rechtshandeling is, dan nietig)
Art. 3:34 lid 2 wijkt af van art. 3:33 BW.
Art. 3:34 BW laat toepasselijkheid van art. 3:35 onverlet; bij een geslaagd beroep op art. 3:35 door
wederpartij is de rechtshandeling geldig en onaantastbaar tot stand gekomen.
Arrest Eelman/Hin
Gerechtvaardigd vertrouwen, art. 3:35 BW:
Art. 3:35 BW beschermt de wederpartij/geadresseerde (=persoon tot wie een verklaring wordt
gericht bij een eenzijdige gerichte rechtshandeling)