3.3.1 Inleiding
Een groot deel van onze afgestudeerde hbo-juristen is werkzaam in het
omgevingsrecht. Ze zijn werkzaam bij de overheid als vergunningverlener,
beleidsmedewerker of medewerker handhaving . Ze verrichten werkzaamheden
zoals het verlenen van omgevingsvergunningen, het maken van beleid op het
gebied van duurzame energie of het inspecteren van bedrijven.
Een steeds groter aantal afgestudeerden besluit te gaan werken bij een
adviesbureau. Als adviseur op het gebied van het omgevingsrecht kun je burgers
maar ook bedrijven helpen met allerlei vragen op het gebied van het omgevingsrecht.
Bijvoorbeeld de vraag: aan welke regels moet ik mijn bedrijf voldoen of moet ik een
vergunning aanvragen voordat ik kan uitbreiden? De grotere bedrijven kiezen er
regelmatig voor om zelf een jurist met een expertise op het gebied van het
omgevingsrecht in dienst te nemen omdat de belangen groot zijn. Indien de
gewenste vergunning niet verleend wordt voor de uitbreiding of als het bedrijf de
regels niet goed naleeft kan dat veel geld kosten. Kennis van het omgevingsrecht is
noodzakelijk om binnen de leefomgeving activiteiten te kunnen ontplooien.
In het omgevingsrecht wordt onderscheid gemaakt tussen de regels op het gebied
van de ruimtelijke ordening en de regels op het gebied van het milieurecht. Bij het
vak ‘Omgevingsrecht milieu’ staan de regels met betrekking tot de bescherming van
de kwaliteit van de fysieke leefomgeving van mens, plant en dier (milieurecht)
centraal. In de loop der jaren is een grote hoeveelheid regels op nationaal- en
internationaal niveau vastgesteld. Het milieurecht omvat alle regels die bepalen
welke handelingen in de leefomgeving wel of niet worden toegestaan met het oog op
de bescherming van het milieu.
Week 1
In de cursus Omgevingsrecht milieu staan een aantal thema’s of deelgebieden
centraal. In de eerste week wordt aandacht besteed aan de algemene context van
het omgevingsrecht . Deze week wordt in hoofdlijnen een beeld geschetst van de
verschillende deelgebieden van het omgevingsrecht en de van toepassing zijnde
wet- en regelgeving. Een aantal van deze deelgebieden komt in een latere week
terug.
Week 2
In week 2 tot en met 4 staat de omgevingsvergunning uit de Wet algemene
bepalingen omgevingsrecht (Wabo) centraal. Als een burger of een onderneming een
activiteit wil verrichten zoals bijvoorbeeld het kappen van een boom, het bouwen van
een huis of het houden van dieren dient hij een omgevingsvergunning aan te vragen.
In week 2 wordt nader ingegaan op de kenmerken van de omgevingsvergunning. Je
zult zien dat een burger of ondernemer voor meerdere activiteiten maar één
vergunning hoeft aan te vragen en er één procedure doorlopen moet worden bij één
bevoegd gezag.
Week 3
In deze staat de omgevingsvergunning voor de activiteit milieu centraal. Verreweg de
grootste bedreiging voor het milieu wordt gevormd door het bedrijfsleven. Hierbij kun
je denken aan activiteiten met afvalstoffen (afvalverwerker) of activiteiten waarbij de
lucht ernstig vervuild wordt (bijv. olieraffinaderij). Deze bedrijven dienen te voldoen
, aan de algemene regels en bij uitzondering moeten ze ook een
omgevingsvergunning milieu aan vragen voordat ze activiteiten verrichten.
Week 4
Deze week wordt het toetsingskader van de omgevingsvergunning milieu besproken.
Wanneer moet een aanvraag nu afgewezen worden? Deze week wordt een link
gelegd met het thema ‘luchtkwaliteit’. Hoe moet het bevoegd gezag omgaan met een
aanvraag voor een vergunning waarbij waaruit blijkt dat de luchtkwaliteit aangetast
wordt?
Gastcollege week 5
In week 5 is een gastcollege van twee college-uren ingeroosterd voor studenten van
de K4. In dit gastcollege staat de omgevingsvergunning van de Hightech Campus
(Philips) te Eindhoven centraal. Dit gastcollege wordt gegeven door de bedrijfsjurist
van de campus: mw. Mr. Elsbeth Vogel. Voor dit college geldt een verplichte
aanwezigheid.
Week 5, 6 en & 7
In deze weken staan de bijzondere thema’s uit het omgevingsrecht milieu centraal, te
weten: afvalstoffen, lozingen op oppervlaktewater (beek of rivier) en
natuurbescherming. In de bijzondere thema’s wordt aandacht besteed aan vier
vragen: welke wet- en regelgeving is van toepassing, hoe wordt de activiteit
gereguleerd (heb ik een vergunning nodig?), welke procedure moet doorlopen
worden en wie is het bevoegd gezag?
3.3.2 Doelstellingen
Het einddoel van het vak Milieurecht K4 luidt als volgt:
Inleiding in de context en belangrijke regels, begrippen, beginselen en
procedures van het omgevingsrecht (milieu), zodat de student relevante
bestuursrechtelijke vragen kan stellen en beantwoorden.
Dit einddoel is vertaald in leerdoelen voor studenten, zodat studenten kunnen weten
wat er precies van hen wordt verwacht. De leerdoelen op vakniveau staan hieronder.
Deze zijn weer verder vertaald in leerdoelen op weekniveau, die te vinden zijn bij de
informatie per week.
De leerdoelen op vakniveau zijn:
1. De student kan aangeven wat belangrijke begrippen, regels en
beginselen van het omgevingsrecht (milieu) inhouden en de betekenis
uitleggen.
2. De student kan vragen stellen en beantwoorden over de kenmerken en
het besluitvormingsproces van de omgevingsvergunning.
3. De student kan in een bestuursrechtelijke casus een gemotiveerd oordeel
geven over de wijze waarop de door de burger aangevraagde activiteit
gereguleerd dient te worden, waarbij hij ingaat op de relevante
voorwaarden
4. De student kan de relatie aangeven tussen de wet- en regelgeving die
van toepassing is op afvalstoffen en het streven van de rijksoverheid naar
een biobased economy.
5. De student kan in een bestuursrechtelijke geschil waarbij stoffen worden
geloosd op een oppervlaktewater aangeven: