De academische discipline die zich bezighoudt met het innerlijk leven (kennen,
voelen en streven) en het gedrag van de mens
Sociologie:
Wetenschapen van de manieren waarop mensen met elkaar samenleven in de
westerse cultuur.
Ontwikkelingspsychologie:
Levensloop psychologie (vroeger kinder/jeugd psychologie)
Bestudeert: psychologische veranderingen bij toenemende leeftijd
Geboorte tot ouderdom
Meeste aandacht naar periode van geboorte tot vroege volwassenheid
(volgt elkaar het snelste op
Ontwikkeling fasen: Geboorte, babyjaren, peuterjaren, kleuterjaren,
schoolperiode, adolescentie, volwassenheid en ouderdom
Klinische psychologie:
Toepassing van psychologische inzichten in een klinische context
(gezondheid context)
Ingezet tegen psychische spanningen en depressies
Ter bevordering van de geestelijke gezondheid
Psychiatrie en psychopathologie
Neuropsychologie:
Houd zich bezig met functies van het brein in relatie tot gedrag
In kaart brengen van verschillende functies: dierproeven
Voornaamste informatie bron neuropsychologie: mensen met
hersenbeschadiging
MRI scans > hersenstructuren
PET scans > functie van hersenen onderzoeken tijdens actieve taakvoering
Sociale psychologie:
Wetenschappelijke studie naar hoe (menselijke) gedachten, gevoelens en
gedragingen worden beïnvloed door werkelijke of ingebeelde andere
Met andere kan ook bedoeld worden de invloed van TV, media enzovoorts
Sociale gedrag van mensen in het dagelijkse leven
Veel aandacht voor invloed van een situatie
Situatie zorgt voor gedrag
Tegenstelling van: persoonlijkheidspsychologie
Handgrepen voor: hoe kunnen we gedrag (van normale mensen)
beïnvloeden?
Voor IVK van belang:
- Hoe kunnen we mensen overtuigen?! (van dragen PBM’s,
voorschriften naleven enzovoorts)
, Mensen zijn sterk beïnvloedbaar door hun omgeving (omgeving = andere
mensen)
Fundamentele attributiefout:
Overschatten de invloed van persoonlijkheidsfactoren op het gedrag van mensen
Onderschatten de invloed van externe (situationele) factoren
Neiging om gedragingen van andere toe te schrijven aan de
persoonlijkheid of karakter
Dis positionele factoren: factoren die binnen een persoon liggen worden
overschat
Situationele factoren worden hierbij onderschat
Dit gebeurt zelfs wanneer er duidelijk zichtbare (saillante) situationele
oorzaken voor het gedrag van de ander zijn. (Stanford en Millgram’s
experiment)
Millgram’s (1963) schok experiment: autoriteit
Stanford Prison experiment (1977): Machtsmisbruik en apathie
6 beïnvloeding en overtuiging principes:
1. Wederkerigheid
2. Commitment en consistentie
3. Sociale bewijskracht
4. Sympathie
5. Autoriteit
6. Schaarste
WEDERKERIGHEID:
‘’Voor wat hoort wat’’
De regel van wederkerigheid eist: dat een persoon naar evenredigheid
probeert te vergoeden wat een ander hem heeft gegeven.
- Cola experiment (bied drankje aan, daarna vragen om lot te kopen
eerder geneigd om te doen)
Waarom wederkerig? Mensen die alleen nemen, en niets terug geven
wekken afkeer op
Mensen doen veel moeite om niet te lijken op een profiteur, of ondankbaar type,
en geen schuldgevoel willen hebben
Wederkerigheid ontstaan om:
ontwikkeling van wederkerige relaties tussen individuen te bevorderen
Iemand kan dan een relatie verbuigen zonder angst voor verlies. Als eerste
een concessie doen zonder verlies te maken. Partner is op zijn beurt
‘verplicht’ hetzelfde of iets terug te doen.
Beïnvloedingswapens:
- Kerstkaarten
- Gratis monsters
- Hapjes in de supermarkt
- Snoepjes bij de rekening