Alle aantekeningen – hoor- en werkcolleges
,Business Law – HC 1
Inleiding: De dynamiek van het ondernemingsrecht
Wat is ondernemingsrecht?
- Vragen naar de functie van het ondernemingsrecht
Faciliteren van ondernemerschap en innoverende activiteiten
Bijdrage leveren aan efficiënte inrichting van diverse ondernemingsorganisaties
Bescherming van belangen van betrokkenen bij de ondernemingsorganisatie
(anders dan aandeelhouders; crediteuren, werknemers, de maatschappij)
Bijdrage leveren aan welvaart (concurrentie tussen landen voor beste
vestigingsklimaat) – interne markt als geheel
Ondernemingsrecht binnen het rechtsbestel
Statisch ondernemingsrecht
- Rechtsvormkeuze door de ondernemer
,Drie belangrijke onderscheidingen
Onderscheid 1:
- Ondernemer
Rechtssubject dat een onderneming in stand houdt (natuurlijk persoon of
rechtspersoon)
Zie rechtsvormen hierboven
- Onderneming
Geheel van activa en passiva dat door de ondernemer is bestemd om op winst
gerichte activiteiten te ontplooien (Hrw 2007)
Organisatie waarin in de regel meer dan 50 werknemers in dienstbetrekking
werkzaam zijn (WOR en WEOR)
o Dan moet een ondernemingsraad worden ingesteld; vandaar WOR en
WEOR
Onderscheid 2:
- Rechtspersoon als rechtssubject
Rechtspersonen staan voor wat het vermogensrecht betreft aan natuurlijke
personen gelijk (art. 2:5 BW)
Formele scheiding vermogen (asset partitioning)
o Let op: niet bij eenmanszaak!
Eigen crediteuren en verhaalbaar vermogen
Noodzaak tot vertegenwoordiging
Noodzaak tot bestuur
- Natuurlijke persoon al dan niet gezamenlijk met anderen via contractuele
samenwerking
Vraag: is hier ook niet sprake van een rechtspersoon?
Onderscheid 3:
- Rechtspersoon/vennootschap als ‘instituut’
- Rechtspersoon/vennootschap als ‘instrument’
Kan binnen een rechtspersoon inhoud worden gegeven aan een
persoonsgebonden samenwerking? Ja, door de samenwerking tussen de
samenwerkende aandeelhouders vast te leggen in de
samenwerkingsovereenkomst
Op welke wijze werken afspraken van de samenwerkende partners door in de
deelrechtsorde van die rechtspersoon? Bijv. art. 2:201 BW zegt dat
aandeelhouders gelijk moeten worden behandeld, dit artikel zegt niets over of
daarvan mag worden afgeweken in de statuten
Wat betekent het begrip ‘vennootschappelijk belang’ in dit verband? In een
persoonsverbondensamenwerkings-BV heeft iedere persoon ervoor te zorgen dat
crediteuren niet worden benadeeld, ook het belang van werknemers dienen. Wat
precies de strategie en het beleid is hiervoor wordt niet bepaald door bestuur en
isolatie, maar door degene die ‘in control’ zijn (samenwerkende aandeelhouders)
Wie het binnen de rechtspersoon uiteindelijk voor het zeggen heeft hangt in
belangrijke mate af van de eigendomsverhoudingen binnen de
rechtspersoon/vennootschap (zie hieronder)
Typologie van kapitaalvennootschappen
- Eenmans-BV
- Concerndochter-BV
- DGA-BV
- Quasi-vof BV
- Joint venture BV (50/50-verhouding, 2 samenwerkende aandeelhouders)
, - 1e en 2e generatie Familie-BV
- 3e en 4e generatie Familie-BV
- Beurs-NV
Ondernemingsrecht Boek 2 BW
- Ondernemingsorganisaties zijn zelden of nooit georganiseerd in één en dezelfde
rechtspersoon maar vaker als een samenstel van rechtspersonen
Vandaar: concerns, joint ventures, franchises, strategische allianties en
contractuele netwerken
- Ondernemingsorganisaties zijn niet statisch maar kunnen veranderen door groei of
krimp waardoor de juridische structuur moet worden aangepast
Vandaar: reorganisatie op verschillende niveaus (lidmaatschap, interne
organisatie en de onderneming zelf)
Vandaar: structuur voor financiering (BV en beurs-NV)
- Ondernemingen zijn object van transacties (art. 7:24 BW)
Vandaar: regels voor overdracht van ‘lidmaatschap’, directe relatie met
verbintenissenrecht en, voor beurs-NV, met kapitaalmarktrecht
Dynamisch ondernemingsrecht
- Ondernemingen zijn ‘koopwaar’ en vertegenwoordigen ‘goodwill’
- Goodwill komt tot uitdrukking bij een transactiemoment:
Aangaan samenwerking tussen bestaande ondernemers
Inbreng onderneming in een BV (bijv. contract tussen A-B-C)
Verkoop van de onderneming aan een derde
Exit door ondernemer uit zijn onderneming
Externe financiering via beroep op de kapitaalmarkt
- Ondernemingsrecht gaat ook over de vraag hoe deze transacties efficiënt
georganiseerd kunnen worden
Europese invloed op het Ondernemingsrecht
- 28 jurisdicties binnen de EU met eigen ondernemingsrecht
Beperkte Europese harmonisatie van vennootschapsrecht?
- Erkenning van buitenlandse rechtsvormen in NL (art. 10:118 BW)
- Experiment met ‘Europese’ rechtsvormen (EESV, SE, SCE) niet erg succesvol
- Vrijheid van vestiging (art. 49 en 54 VWEU)
HvJ EG Inspire Art (incorporation mobility)
HvJ EG Cartesio, HvJ EG Vale en HvJ EU Polbud (reincorporation mobility)
o HvJ EU Polbud: je kunt onderneming verplaatsen naar buitenland zonder
dat je verplicht wordt om je economische activiteiten daarnaar te
verplaatsen
Bestaande ondernemingen kunnen overal in Europa onderneming starten
(migreren door Europa)
- Conclusie: nationaal menu van ondernemingsvormen onderhavig aan concurrentie
en beïnvloeding