Deze samenvatting bevat:
- Reader
- Hoorcolleges
- Kennisclips
- Oefententamen
Waarneming
Via zintuigen vormen we de indruk van onze omgeving. We nemen de empirische
werkelijkheid waar (wat men direct ervaart, hoe het in werkelijkheid is). Met de ogen
nemen we het beeld op ons netvlies waar. Daarna gaat het door naar de hersenen.
Nature eigenschappen: aangeboren eigenschappen.
Nurture eigenschappen: aangeleerde eigenschappen.
Objectpermanentie (aangeleerde waarneming): een object loopt niet door of is weg als je
het niet meer ziet. Kiekeboe bij baby’s bijvoorbeeld.
Pasgeboren mensen
- Zien geen details en kleuren, maar vooral vage contouren.
- In eerste instantie gaat het waarnemen alleen met contrast.
Hersenen selecteren prikkels aangezien we als mensen niet alles kunnen onthouden. De
geselecteerde prikkels hangen af van:
Kenmerken van prikkels
- Hoe groot is de prikkels (reusachtig kunstwerk bijvoorbeeld).
- Hoe intens is de prikkels (stank bijvoorbeeld).
- Hoe groot is het contrast (zwarte koe in de sneeuw bijvoorbeeld).
Kenmerken van de waarnemer
- Persoonlijkheid (stressgevoelig bijvoorbeeld).
- Leerprocessen (mensen met kennis kijken anders naar iets dan iemand zonder kennis).
- Motivatie (de wil naar iets: zie overal snacks als je op dieet bent bijvoorbeeld).
Noumenale wereld: werkelijke wereld, zoals het daadwerkelijk is.
Fenomenale wereld: werkelijkheid zoals deze in het bewustzijn wordt waargenomen.
Psycho-analyse is opgebouwd in verschillende delen:
- Es (id): aangeboren driften en instincten.
- Ich (ego): aanpassing aan de buitenwereld.
- Uberich (alterego): geweten, normen & waarden.
, Gestaltwetten
- Wet van nabijheid: dingen die dicht bij elkaar staan horen bij elkaar.
- Wet van gelijkheid: dingen die hetzelfde eruit zien horen bij elkaar.
- Wet van goede voortzetting (continuïteit): onbewust lijnen doortrekken (vloeiende lijnen).
- Wet van aanvulling (geslotenheid): ontbrekende delen vullen we zelf in.
Ames Room: mensen lijken groter in de ruimte, maar is niet zo. Door een scheve setting
(scheef decor). Dit hebben ze bijvoorbeeld ook gedaan bij The Lord of the Rings.
Necker kubus kun je op twee verschillende manieren zien (zie hieronder).
McGurk effect: geluid blijft hetzelfde maar het beeld veranderd. Voorbeeld hiervan is dat de
mond van een sprekend persoon veranderd en je hierdoor ook iets anders hoort. Hierdoor
lijkt je iets anders te horen, maar dit is dus niet zo.
Aristoteles zei ooit: “De geest is een onbeschreven blad” (tabula
rasa). In de loop van de jaren wordt deze dus beschreven.
David Hume (1711) zei ooit dat mensen geneigd zijn om dingen
met elkaar te associëren (de associatiefilosofie. Het lijkt alsof de
cirkels in het midden verschillend zijn, maar zijn eigenlijk gewoon
even groot.
Getaltheorie: een omgeving wordt in gehelen waargenomen
(hierdoor is de wereld logischer). Hiernaast is een voorbeeld te
zien. Als je goed kijkt zie je een cowboy op een paard
afgebeeld. De vlekken nemen we in zijn geheel waar.
Gezichten (maar ook andere objecten) zijn bol (en dus niet
hol). Als iets wel hol is dan bewegen gezichten met onze
hoofdbeweging mee (holo face solution).