ARGUMENTEREN
Inhoud
Week 1................................................................................................................................ 1
Standpunt en argument................................................................................................... 1
Argumentatiestructuur.................................................................................................... 1
Week 2................................................................................................................................ 2
Motivering........................................................................................................................ 2
Conclusie......................................................................................................................... 3
Tegenargument............................................................................................................... 3
Week 3................................................................................................................................ 3
Motivering, conclusie en het tegenargument...................................................................4
Verdieping argumentatie................................................................................................. 4
De redeneringen in de juridische context........................................................................5
Onjuiste redeneringen..................................................................................................... 5
Week 4................................................................................................................................ 6
Verdieping argument, redeneringen in de juridische context en onjuiste redeneringen. .6
Week 5................................................................................................................................ 6
De juiste formuleringen................................................................................................... 6
Argumentversterkers en strategie...................................................................................6
WEEK 1
STANDPUNT EN ARGUMENT
Standpunt: Mening/oordeel over een onderwerp
Argument(en): Reden(en)/Verklaring(en) voor een standpunt
Standpunt omdat/want argument(en)
Argument(en) (en) daarom/dus standpunt
Standpunt → Argument(en)
Argument(en) → Standpunt
ARGUMENTATIESTRUCTUUR
Argumentatiestructuur: (schematisch) overzicht van de verbanden tussen standpunt
en argument(en) en tussen argumenten onderling.
Enkelvoudige Argumentatie die Standpun
argumentatie bestaat uit een t
standpunt en één
argument
Argument
, Meervoudige Argumentatie die
argumentatie bestaat uit een Standpun
standpunt en meerdere t
argumenten daarvoor,
waarbij ieder argument
op zich volstaat voor de
onderbouwing van het
Argument Argument
standpunt. De
argumenten zijn
onafhankelijk van elkaar.
Nevenschikkende Argumentatie die
argumentatie bestaat uit een Standpun
standpunt en meerdere t
argumenten, die
onderling samenhangen
en/of elkaar aanvullen
en tezamen het Argument Argument
standpunt onderbouwen
Onderschikkende Argumentatie die
argumentatie bestaat uit een
standpunt en meerdere Standpunt
argumenten, waarbij één
of meer argumenten
dienen ter ondersteuning
van één of meer andere Argument
argumenten. Hierdoor
ontstaat een keten van
argumenten, die in deze
onderlinge samenhang Argument
het standpunt (voor
onderbouwen. argument)
WEEK 2
MOTIVERING
Invulling/motivering van het argument: Soms spreekt een argument niet voor
zichzelf (of is het complex of is er verdeeldheid over het onderwerp) en moet deze
inhoudelijk worden toegelicht. / Het argument voor het argument. De toelichting kan
bijvoorbeeld concrete feiten en omstandigheden weergeven.
Motivering: (Nadere) invulling of toelichting van een argument (soms ‘het argument
voor het argument’)
Standpunt
Argument Motivering
Inhoud
Week 1................................................................................................................................ 1
Standpunt en argument................................................................................................... 1
Argumentatiestructuur.................................................................................................... 1
Week 2................................................................................................................................ 2
Motivering........................................................................................................................ 2
Conclusie......................................................................................................................... 3
Tegenargument............................................................................................................... 3
Week 3................................................................................................................................ 3
Motivering, conclusie en het tegenargument...................................................................4
Verdieping argumentatie................................................................................................. 4
De redeneringen in de juridische context........................................................................5
Onjuiste redeneringen..................................................................................................... 5
Week 4................................................................................................................................ 6
Verdieping argument, redeneringen in de juridische context en onjuiste redeneringen. .6
Week 5................................................................................................................................ 6
De juiste formuleringen................................................................................................... 6
Argumentversterkers en strategie...................................................................................6
WEEK 1
STANDPUNT EN ARGUMENT
Standpunt: Mening/oordeel over een onderwerp
Argument(en): Reden(en)/Verklaring(en) voor een standpunt
Standpunt omdat/want argument(en)
Argument(en) (en) daarom/dus standpunt
Standpunt → Argument(en)
Argument(en) → Standpunt
ARGUMENTATIESTRUCTUUR
Argumentatiestructuur: (schematisch) overzicht van de verbanden tussen standpunt
en argument(en) en tussen argumenten onderling.
Enkelvoudige Argumentatie die Standpun
argumentatie bestaat uit een t
standpunt en één
argument
Argument
, Meervoudige Argumentatie die
argumentatie bestaat uit een Standpun
standpunt en meerdere t
argumenten daarvoor,
waarbij ieder argument
op zich volstaat voor de
onderbouwing van het
Argument Argument
standpunt. De
argumenten zijn
onafhankelijk van elkaar.
Nevenschikkende Argumentatie die
argumentatie bestaat uit een Standpun
standpunt en meerdere t
argumenten, die
onderling samenhangen
en/of elkaar aanvullen
en tezamen het Argument Argument
standpunt onderbouwen
Onderschikkende Argumentatie die
argumentatie bestaat uit een
standpunt en meerdere Standpunt
argumenten, waarbij één
of meer argumenten
dienen ter ondersteuning
van één of meer andere Argument
argumenten. Hierdoor
ontstaat een keten van
argumenten, die in deze
onderlinge samenhang Argument
het standpunt (voor
onderbouwen. argument)
WEEK 2
MOTIVERING
Invulling/motivering van het argument: Soms spreekt een argument niet voor
zichzelf (of is het complex of is er verdeeldheid over het onderwerp) en moet deze
inhoudelijk worden toegelicht. / Het argument voor het argument. De toelichting kan
bijvoorbeeld concrete feiten en omstandigheden weergeven.
Motivering: (Nadere) invulling of toelichting van een argument (soms ‘het argument
voor het argument’)
Standpunt
Argument Motivering