Leerjaar 1, kwartiel 3
Samenvatting
,Inhoudsopgave
Spiercontracties....................................................................................................................................... 3
Spiervezels / energiesystemen .............................................................................................................. 14
Groei I, erfelijkheid ................................................................................................................................ 21
Groei II, motorische ontwikkeling kind ................................................................................................. 27
Groei III, intra-uteriene ontwikkeling .................................................................................................... 32
Veroudering 1 ........................................................................................................................................ 39
Mobiliteit/stijfheid ................................................................................................................................ 45
Zenuwstelsel I, inleiding ........................................................................................................................ 53
Zenuwstelsel II, vegetatief systeem ...................................................................................................... 63
Zenuwstelsel III, sensorisch systeem ..................................................................................................... 70
Zenuwstelsel IV, motorisch systeem ..................................................................................................... 78
Zenuwstelsel V, houding/evenwicht ..................................................................................................... 88
Pijn ......................................................................................................................................................... 94
Trainen spierkracht ............................................................................................................................. 100
Actieve/passieve stabiliteit ................................................................................................................. 107
,Spiercontracties
• de macroscopische opbouw van spieren beschrijven.
• de microscopische opbouw van spieren beschrijven en de functie van de myofibrillen en de
organellen in de spiercontractie verklaren.
• het glijdende filamentmodel (sliding filaments) van Huxley beschrijven.
• de gebeurtenissen te beschrijven vanaf en prikkeling van een zenuw tot aan de contractie van een
spier.
• manieren beschrijven waarop de kracht van een spier kan variëren.
• definiëren wat een rustpotentiaal, sensorpotentiaal en actiepotentiaal is en benoemen welke
ionen hierin een rol spelen.
• beschrijven wat er gebeurt met een membraanpotentiaal bij het opwekken van een
actiepotentiaal en een sensorpotentiaal.
• de verschillende fases van een actiepotentiaal beschrijven aan de hand van
membraanpotentialen. -> zelf in boek zoeken.
Soorten spierweefsels / cellen
- Skeletspieren
o Dwarsgestreept, willekeurige motoriek
- Hartspier
o Dwarsgestreept, onwillekeurig
- Gladspierweefsel
o Onwillekeurige motoriek
Spieropbouw: macro
- Parallelvormig
- Spoelvormig
- Waaiervormig
- Kringspier
- Enkelvoudig gevederd
- Dubbelvoudig gevederd
- Meervoudig gevederd
Waar gaat het wel over?
- Hoe spiercontractie?
- Variëren van kracht?
Contractievormen
Aanspannen van een spier, afhankelijk van hoeveel kracht er wordt gezet
- Concentrisch
Korter worden van de spier
- Isometrisch
Je spant een spier wel aan maar er is eigenlijk geen beweging. Geen
verlenging of verkorting van de spier.
- Excentrisch
Langer worden van de spier
- Isotoon
Een contractie waarbij de geleverde kracht gedurende de beweging gelijk
blijft. ?? Zelf uitzoeken. Verschil tussen isotoon en concentrisch.
, Skeletspieren
- Spierbuik en pezen
Skeletspier
- Spierbuik en pezen
- Contractiele spiercellen (spiercellen trekken aan bindweefsel. Zo wordt
de spier korter)
- Bindweefsel
- Een bundel heet een fascikel wordt omgeven door endomysium.
Myofibril
Zijn de contractiele elementen van een spiercel. Deze worden korter.
Bestaat uit heel veel sacromeren achter elkaar.
Een myofibril bestaat ook weer uit moleculen en die worden myofilamenten genoemd.
Myofilamenten
Lange draadachtige filamenten. Afbeelding hierboven:
Rode dikke -> myosine filamenten
Blauwe -> actine filamenten
Tussen de Z-schrijven zitten sacromeren.