Er zijn 6 verschillende types informatici:
1. De Bestuurlijke informaticus: Beschouwt het ontwerpen van informatiesystemen als kern van
de informatica. Ontwerpen van bestuurlijke systemen
2. De wiskundige informaticus: Richt zich op de toepassingsonafhankelijke kern van het
vakgebied.
3. De technische informaticus: Combineert kennis van een te automatiseren technisch proces
met kennis van de automatisering.
4. Managende informaticus: Kennis van de invloed van informatievoorziening op organisatie
processen is de kern van de informatica. Globale kennis van technologie meer focus op
bedrijf.
5. Beherende informaticus: Staat voor groep mensen die zorgt dat netwerken blijven draaien.
6. De gebruikende informaticus: past de informatietechnologie op een geavanceerde wijze toe
en benut die binnen een ander vakgebied.
Er zijn vier hoofddomeinen van informatica:
1. Computersystemen: gaat om de harde basiskennis van computers
a. Ontwerpen van digitale systemen
b. Ontwerpen en laten functioneren van computersystemen
c. Ontwikkeling van besturingssystemen
d. Embedded systems
2. Softwaresystemen: technische kant van het programmeren staat centraal
a. Onderzoek naar algoritme
b. Systemen en systeemontwikkeling
c. Theoretische informatica: bestuurd grondslagen van het vakgebied
d. Kunstmatige intelligentie
3. Informatiesystemen: construeren van geautomatiseerde systemen die processen in de
buitenwereld ondersteunen
a. Administratieve systemen
b. Modelleren
c. Interactie tussen mens en computer
4. Context van informatica: wisselwerking van technische systemen met de omgeving
a. Informatica en samenleving
b. Informatica en bedrijf
5. Overige: domeinen die op alle ander domeinen raakvlakken hebben
a. Beveiliging
, Leereenheid 2 – Systemen en systeemontwikkeling
Een systeem is een verzameling componenten die samenwerken om bepaalde doelen te
verwezenlijken. Een systeem is vaak opgebouwd uit deelsystemen.
Een informatiesysteem onderscheidt zich van andere systemen doordat de doelen van het systeem
uitsluitend bereikt worden door het bewerken van informatie. We spreken van een
informatiesysteem als de betekenis binnen het systeem een rol speelt. Een informatiesysteem
ontvangt invoer en produceert uitvoer.
Drie vragen om te onderzoeken in hoeverre systemen informatiesystemen zijn:
1. Wie zijn er betrokken bij het systeem en wat zijn hun doelen
2. Welke informatie speelt een rol bij het systeem en wat doet het systeem daarmee
3. Welke mensen en welke middelen (apparatuur en programmatuur) behoren tot het systeem.
Er zijn verschillende soorten informatiesystemen:
Administratieve systemen: Informatiesysteem waarbij het beweren en beheren van
potentieel grote hoeveelheden informatie centraal staat.
Real-timesysteem: In een real-timesysteem moet de response op de aangeboden informatie
binnen een vooraf vastgestelde, korte tijd zijn gegenereerd om van correct functioneren te
kunnen spreken – er is sprake van een deadline.
Kritisch systeem: systeem waarin fouten tot onacceptabele schade leiden.
Gedistribueerd systeem: Een systeem waarin verschillende computers en andere apparaten
met elkaar samen moeten werken.
Embedded system: Een informatiesysteem dat een specifieke functionaliteit biedt en deel
uitmaakt van een apparaat dat zelf geen informatiesysteem is.
Redenen voor mislukkingen van informatiesystemen:
Problemen met de kwaliteit van het systeem
Problemen tijdens het ontwikkelwerk
Softwarecrisis: De problematiek van ondermaatse kwaliteit van informatiesystemen en het
overschrijden van tijd en geldbudgetten.
Er zijn verschillende fases in het ontwikkelen van een informatiesysteem:
Analyse fase: Hierin moet besloten worden wat er gebouwd gaat worden. Dit kan met behulp
van
o Bedrijfsmodellering
o Informatieanalyse: welke informatie wordt vastgelegd in het systeem (administratief)
o Opstellen van eisen: wat moet het systeem kunnen en aan welke randvoorwaarden
moet het voldoen. Eisen kunnen worden opgesteld in de vorm van kleine verhaaltjes
over het gebruik van het systeem.
o Laatste stap van de analyse fase wordt er een document opgeleverd. Het
eisendocument of de specificatie. Hierin staat precies beschreven wat het systeem
moet kunnen en eventuele randvoorwaarden.
Ontwerpfase: bepalen van de structuur van het systeem.
o Uit welke deelsystemen bestaat het systeem.
o Maken van systeemarchitectuur die het systeem in kleinere brokken opdeelt.
o Fase wordt afgesloten met een document: het ontwerp.
Implementatie fase: Het bouwen van het hoe en wat