Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Leren & Geheugen Taak 1 t/m 9

Beoordeling
3.5
(2)
Verkocht
5
Pagina's
102
Geüpload op
10-04-2016
Geschreven in
2014/2015

Samenvatting van Leren & Geheugen die zeer veel literatuur en de kernwoorden bevat! Let op: dit is natuurlijk een samenvatting van het vorige studiejaar en de literatuur is mogelijk veranderd.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Leren
&
Geheugen

Maastricht
University

Taak
1
t/m
9

Leerjaar
2014

2015



Taak
1

The
association
of
ideas

Taak
2

How
to
make
a
memory
tree

Taak
3

Laughing
is
contagious

Taak
4

My
storage
room

Taak
5

Learning
from
a
(degraded)
te

Taak
6

Where
is
that
information?

Taak
7

Aging:
fading
memory
or
fading
control?

Taak
8

Talking
about
it,
or
how
do
you
study?

Taak
9

(Deliberate)
practice
makes
perfect!?














,Taak  1  –  De  associatie  van  ideeën

Lieberman  –  Chapter  2:  Classical  conditioning

2.1  De  associatieve  context
•   De  reflex:  Descartes  rond  1600  het  eerste  grote  figuur  die  een  gedetailleerde
mechanistische  uitleg  had  voor  menselijk  gedrag/bewegingen.  Descartes:  onze
sensaties  en  spieren  zijn  verbonden  door  een  complex  netwerk  van  zenuwen,  en
de  stroom  van  “dierlijke  instincten”  door  deze  zenuwen  maakt  de  instinctieve
reacties  (reflexen)  mogelijk  die  nodig  om  te  overleven.
•   De  associatie  oftewel  gedachtes:  door  door  John  Locke  na  Descartes.
o   Descartes:  onze  ideeën  en  gedachten  zijn  aangeboren;;
o   Locke:  onze  gedachten  zijn  bij  onze  geboorte  blank  (=tabula  rasa).
Locke  stelde  dat  sensaties  die  samen  plaatsvinden  geassocieerd  worden
en  als  een  van  deze  sensaties  opnieuw  voorkomt,  zal  het  automatisch  de
geassocieerde  sensatie  oproepen.

•   De  wetten  van  associatie:  het  concept  van  associatie  kan  niet  alleen  het
bestaan  van  ideeën  verklaren,  maar  ook  de  sterkte  van  de  associatie.
o   Contiguity  (=nabijheid):  is  hoe  sneller  achter  elkaar  (in  tijd)  twee
gebeurtenissen  plaatsvinden,  hoe  sterker  ze  worden  geassocieerd  (bv.
eerste  drie  woorden  van  gebed  zijn  ‘our  father  which’  à  our  is  sterker
geassocieerd  met  father,  dan  met  which).
o   Frequentie:  hoe  vaker  twee  gebeurtenissen  samen  voorkomen,  hoe
sterker  ze  worden  geassocieerd.  Helpt  ook  bij  beter  herinneren.
o   Intensiteit:  de  sterkte  van  de  gevoelens  die  je  in  een  bepaalde  situatie
krijgt,  bepalen  ook  sterkte  van  associatie  (bv.  als  je  je  hand  verbrand  in  de
keuken,  zal  je  in  de  keuken  herinnerd  worden  aan  intense  pijn  denken).

2.2  Pavlov’s  geconditioneerde  reflexen
Pavlov  vond  uit  dat  speekselvloed  een  automatische,
reflexmatige  respons  is  op  contact  tussen  eten  +
slijmvlezen  in  mond.
•   Uitvinding  van  conditioneren:  Waarom  zou  deze
reflex  ook  voorkomen  in  aanwezigheid  van  voedsel?
•   Associatieve  analyse:  vlak  na  elkaar  activeren  van
twee  verschillende  gebieden  in  brein  zorgt  voor  een
associatie  en  zo  versterkt  de  verbinding  tussen  deze
twee  gebieden.  Bv:  hond  ziet  Pavlov  (visuele  centrum
in  brein),  krijgt  voedsel  (voedingscentrum  in  brein)  à
activatie  visuele  beeld  van  Pavlov  zorgt  nu  voor
activatie  reflexmatige  speekselklieren  door  associatie.
Hoe  sterker  de  verbinding  tussen  het  visuele  centrum  en
voedselcentrum,  hoe  meer  elektrische  impulsen  gestuurd
worden  naar  voedselcentrum,  meer  impulsen  naar
speekselklieren.
•   Regelen  van  de  omstandigheden:  stopte  honden  in
apparaat  zonder  andere  invloeden  voor  onderzoek.
•   Een  typisch  experiment:  Pavlov  ging  al  snel  werken  met
de  toon,  die  gepaard  met  voedsel  werd  aangeboden.  Door
hoge  experimentele  controle,  werd  dit  een  mooie  vloeiende
lijn  (hoe  vaker  toon  met  voedsel,  hoe  meer  kwijl).



,•   Klassiek  conditioneren  (of  Pavlovian  conditioning):
o   Unconditioned  response  (UR):  is  de  respons  waarvoor  geen  training
nodig  is  om  deze  op  te  wekken.
(bv.  kwijlen  bij  het  zien  van  eten).
o   Conditioned  response  (CR):  is  de  respons  waarvan  het  voorkomen
afhangt  van  training,  oftewel  een  associatie  die  gelegd  is  (bv.  het  kwijlen
in  reactie  op  de  bel).
o   Unconditioned  stimulus  (US):  is  de  stimulus  die  eens  respons  opwekt
zonder  training  of  associatie  (bv.  voedsel  zorgt  voor  kwijl).
o   Conditioned  stimulus  (CS):  is  een  stimulus,  die  dankzij  training  oftewel
associatie,  zorgt  voor  een  bepaalde  respons  (bv.  bel).





•   Extinction  (=uitdoving):  de  geconditioneerde  stimulus
(CS,  bel)  wordt  niet  meer  of  niet  meer  vaak  wordt
aangeboden  samen  met  de  ongeconditioneerde  stimulus.
De  geconditioneerde  respons  (CR,  kwijlen  bij  bel)
verdwijnt  langzaam  à  Pavlov  noemt  dit  extinction
(=uitdoving).  Is  neurale  verbinding  weg?
•   Spontaan  herstel  (=  spontaneous  recovery):  na  de
uitdoving  een  geconditioneerde  stimulus  (CS,  bel)
nogmaals  aanbieden,  zorgt  dit  weer  voor
geconditioneerde  respons.  Bewijst  dat  de  neurale
verbinding  die  gevormd  zijn  tijdens  het  conditioneren  nog
steeds  bestaan.  Als  men  Toch  is  dit  maar  tijdelijk  à  reactie  op  CS  dooft  snel
weer,  als  er  geen  voedsel  is.  Herstel  laat  wel  zien  dat  er  nog  verbinding  is.
•   Het  concept  van  inhibitie:  de  oude,  excitatory  verbindingen  die  door  associatie
zijn  ontstaan  nog  bestaan,  maar  doordat  de  bel  vaak  alleen  is  aangeboden,  er
nieuwe  inhibitory  verbindingen  zijn  ontstaan.  Deze  verbinding  wordt  even  sterk
als  de  excitatory  verbinding  à  als  deze  excitatory  en  inhibitory  verbindingen
tegelijk  vuren,  annuleren  ze  elkaar  en  is  er  geen  respons.

,






•   Geconditioneerde  inhibitie:  is  dat  het
aanbieden  van  een  tweede  stimulus,  waarop
geen  voedsel  volgt,  zorgt  voor  het  onderdrukken
of  blokkeren  van  een  respons.  Er  wordt  een  nieuwe  tweede  stimulus  toegevoegd
(fluit)  aan  de  metronoom,  waarop  nooit  het  voedsel  volgt,  waardoor  er  een
inhibitory  connectie  ontstaat  tussen  fluit  en  voedsel,  die  zal  zorgen  voor  het
onderdrukken  van  de  respons.  Dit  komt  doordat  de  excitatory  en  inhibitory
verbindingen  tegelijkertijd  geactiveerd  (metronoom  +  fluit)  worden  en  ze  elkaar
annuleren.  Vanaf  nu  zorgt  de  stimulus  met  de  geconditioneerde  inhibitie  altijd
voor  onderdrukken  van  de  geconditioneerde  respons.

•   Renewal  effect  (=  vernieuwingseffect):  is  een  aspect  van  extinctie.  Een  respons
die  verdwenen  was,  wordt  weer  opgewekt  als  de  omgeving  verandert  en  de  CS
wordt  aangeboden,  of  wanneer  degene  terugkeert  naar  oude  omgeving.  Het  laat
zien  dat  extinctie  de  verbindingen  tussen  de  CS  en  US  niet  laat  verdwijnen  à
ook  al  stopt  de  CS  met  het  opwekken  van  de  geconditioneerde  respons  in  de
context  waar  de  extinctie  heeft  plaatsgevonden,  kan  deze  CS  de  reactie  toch
weer  opwekken  in  een  andere  context,  of  wanneer  de  onderzochte  even  in  een
andere  context  is  geweest  en  weer  terugkomt  naar  de  extinctiecontext,  omdat
degene  verwachtingen  heeft  in  deze  context.
à  extinctie  is  context-­specifiek:  er  wordt  geleerd  dat  in  die  omgeving  voedsel
niet  langer  volgt  op  de  bel,  of  dat  er  niet  langer  schokken  volgen  op  een  piep.  In
andere  ruimtes  word  je  dus  sneller  bang,  omdat  je  niet  weet  wat  komen  gaat.
à  renewal  effect:  als  je  door  hond  gebeten  bent  ben  je  bang  voor  die  omgeving
à  ook  al  merk  je  ergens  anders  dat  een  hond  lief  is,  zal  je  in  weer  een  andere
context  weer  bang  zijn.
•   Generalisatie  (van  de  stimulus):  een  geconditioneerde  respons  vindt  niet  alleen
plaats  op  precies  dezelfde  stimulus,  maar  ook  op  stimuli  die  er  op  lijken.  Het
geconditioneerde  effect  wordt  dus  ook  opgewekt  bij  gelijksoortige  stimuli.  Dit
komt  doordat  de  stimuli  die  je  tegenkomt  in  echte  leven  nooit  100%  gelijk  zijn.
•   Discriminatie:  in  sommige  situaties  is  het  juist  belangrijk  dat  je  niet  hetzelfde
reageert  op  stimuli  die  erg  gelijk  zijn  aan  CS.  Discriminatie  betekent  dat  twee
stimuli  meerdere  keren  worden  aangeboden,  maar  enkel  1  van  de  2  stimuli  wordt
gevolgd  door  het  voedsel.  Hierbij  wordt  de  aangeleerde  reactie  juist  beperkt  tot
een  specifiekere  groep  stimuli  dan  in  eerste  instantie  is  geconditioneerd  (bv.
leren  dat  je  alleen  bang  hoeft  te  zijn  voor  1  soort  rat,  maar  niet  voor  andere).
•   Counterconditioneren:  is  een  ongewenste  respons  op  een  stimulus  omzetten  in
een  andere  respons,  door  de  nieuwe  respons  te  associëren  met  een  betere
respons  op  de  stimulus.  Oude  geconditioneerde  respons  verdwijnt  (anders  dan
extinctie).  Zo  kun  je  ongewenst  gedrag  omzetten  in  gewenst  gedrag.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
10 april 2016
Aantal pagina's
102
Geschreven in
2014/2015
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$7.70
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 2 reviews worden weergegeven
10 jaar geleden

10 jaar geleden

3.5

2 beoordelingen

5
0
4
1
3
1
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
PsychMAAS Maastricht University
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
511
Lid sinds
11 jaar
Aantal volgers
211
Documenten
24
Laatst verkocht
3 weken geleden

4.1

131 beoordelingen

5
43
4
70
3
14
2
2
1
2

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen