Natuurkunde H4
4.1
Om elektrische stroom te krijgen heb je een gesloten stroomkring en een
spanningsbron nodig. Schakelingen kun je tekenen in een schakelschema, hier zijn
bepaalde regels voor, zoals de stroomkring moet rechthoekig zijn en de onderdelen
moeten gelijk verdeeld zijn. In die schema’s gebruik je symbolen zoals deze :
Er zijn 2 soorten schakelingen : een serieschakeling en een parallelschakeling
4.3
Bij een grotere stroomsterkte beweegt de lading sneller. Die stroomsterkte kun je
meten met een ampèremeter, deze meet hoeveel stroompjes er in 1 seconde
passeert. Deze meter moet je altijd in serie aansluiten, stroomsterkte meet je in A
(Ampère) en wordt aangegeven met I.
De lading krijgen energie van de spanningsbron, onderweg deelt de lading alle
spanning uit. Bij een sterkte spanningsbron geeft hij de lading meer energie,
daardoor geeft de lading veel energie aan de onderdelen, hierdoor branden de
lampjes bijvoorbeeld feller. De spanning is dan groot. Spanning meet je met een
voltmeter, deze heft maar 1 lading te bekijken en wordt hierom in parallel
geschakeld. Spanning wordt gemeten in V (Volt) en wordt aangegeven met U.
4.1
Om elektrische stroom te krijgen heb je een gesloten stroomkring en een
spanningsbron nodig. Schakelingen kun je tekenen in een schakelschema, hier zijn
bepaalde regels voor, zoals de stroomkring moet rechthoekig zijn en de onderdelen
moeten gelijk verdeeld zijn. In die schema’s gebruik je symbolen zoals deze :
Er zijn 2 soorten schakelingen : een serieschakeling en een parallelschakeling
4.3
Bij een grotere stroomsterkte beweegt de lading sneller. Die stroomsterkte kun je
meten met een ampèremeter, deze meet hoeveel stroompjes er in 1 seconde
passeert. Deze meter moet je altijd in serie aansluiten, stroomsterkte meet je in A
(Ampère) en wordt aangegeven met I.
De lading krijgen energie van de spanningsbron, onderweg deelt de lading alle
spanning uit. Bij een sterkte spanningsbron geeft hij de lading meer energie,
daardoor geeft de lading veel energie aan de onderdelen, hierdoor branden de
lampjes bijvoorbeeld feller. De spanning is dan groot. Spanning meet je met een
voltmeter, deze heft maar 1 lading te bekijken en wordt hierom in parallel
geschakeld. Spanning wordt gemeten in V (Volt) en wordt aangegeven met U.