Toetsdoel 1: De student kent de verschillende periodiseringen
De student kent de traditionele periodisering, de periodisering op basis van
samenlevingsvormen en de periodisering op basis van de tien tijdvakken.
De student kan de verschillende periodiseringen met elkaar verbinden.
De student kan de canonvensters van tijdvak 1 t/m 6 plaatsen in de verschillende
periodiseringen.
Traditionele periodisering 500 n. Chr. 1500 n. Chr. 1800 n. Chr.
10.000 v. Chr. 5000 v. Chr 50 v. Chr.
prehistorie Romeinse tijd middeleeuwen nieuwe nieuwste
tijd tijd
Canonvensters eerste 6 tijdvakken in de traditionele periodisering:
Prehistorie: - Hunebedden.
Romeinse tijd: - De Romeinse Limes.
Middeleeuwen: - Willibrord
- Karel de Grote
- Hebban Ola Vogala
- Floris V
- De Hanze
Nieuwe tijd: - Erasmus - De Verenigde Oostindische Compagnie - Rembrandt
- Karel V - De Beemster - De Atlas Major van Blaeu
- De beeldenstorm - De Grachtengordel - Michiel de Ruyter
- Willem van Oranje - Hugo de Groot - Spinoza
- De Republiek - De Statenbijbel - Christiaan Huygens