Basiskennis huisvesting en services S
50 vragen, geen open vragen en ongeveer 31 vragen goed hebben
Week 3.1
Programmeren van gebouwen
Doel van de les is om basiskennis rondom de functies van gebouwen en de vertaling ervan naar vorm
eigen te maken, inclusief een kennismaking met het jargon (vaktaal)
VO = voorlopig ontwerp
DO = definitief ontwerp
Soorten gebouwen
- Kantoorgebouwen
- Flat
- Onderwijs
Trends en ontwikkelen
Tegenwoordig wordt veel leegstand omgebouwd tot studentenhuizen of andere woningen zodat het
weer bewoonbaar is en dit levert werkgelegenheid op. Wet in Nederland: huiseigenaren moeten
certificaat hebben met een energielabel en duurzaam zijn.
Vergrijzing en technologie zijn belangrijke trends
Gebruiksfuncties
- Ruimtelijke organisatie van activiteiten
- Klimaatregeling
- Culturele functies: – Symboolfunctie
- Economische functie
Klimaatregeling
- Licht is heel belangrijk in een gebouw/huis.
- Warmte/koude opslag
- Airco voor als het te warm is in het gebouw.
- Energielabel (duurzaamheid)
Symboolfunctie
Een gebouw heeft een symboolfunctie. Je kan aan de buitenkant zien wat voor functie het heeft. Het wil
niet standaard zeggen dat het nog steeds is, het kan ook leegstand zijn.
Economische functie
- Huuropbrengsten (+)
- Verkoopwaarde (+)
- Beleggingswaarde (+)
- Onderhoudskosten (-)
- Negatieve functieveroudering (-)
(als je het wilt gebruiken moet er veel aangepast worden dus kost veel geld)
, Kwaliteit
Dit is heel tijdelijk, er moet rekening worden gehouden met een bepaalde periode en in welk tijd het
wordt gebouwd.
Functionele kwaliteit
Een gebouw heeft functionele kwaliteit als het gebouw goed bruikbaar is voor activiteiten die er verricht
moeten worden en in andere gevallen soms ook als zowel de gebruiksfuncties, als de culturele functies
voldoen aan de eisen die er aan gesteld worden
Architectonische kwaliteit
De kwaliteit die een architect in acht neemt bestaat uit:
- Functionele kwaliteit
- Esthetische kwaliteit: schoonheid van een gebouw en dit is heel persoonlijk (kleur, rond)
- Bouwtechnische kwaliteit: constructie en voldoen aan technische eisen, moet duurzaam, stabiel
en draagkrachtig zijn
- Bouwfysische kwaliteit: installatie kant (licht, lucht, warmte)
- Economische kwaliteit: houdt het pand voldoende waarde, kan je het verkopen, miss met winst.
Het gebouw voldoet aan de gewenste prestaties tegen een goede bouwprijs.
Opzoeken in bouwbesluit voor veranderen van de centrale hal & Rollecate
Gebouwvormen
Wisselwerking tussen functie en vorm
- De vorm wordt bepaald door functionele en constructieve doelmatigheid
- De vorm komt uit de context (= omgeving)
- De vorm is autonoom (= zelfstandig)
Functionele doelmatigheid
De vorm en indeling van gebouwen ondersteunen de functie (=de activiteiten die er moeten
plaatsvinden)
Constructieve doelmatigheid
De draagconstructie (zichtbaar gemaakt) wordt onderdeel van de vormgeving.
Voorbeeld: molen, de hele vormgeving is erop gericht om het draaien van de wieken te ondersteunen
door de constructie van de molen.