Samenvatting hoofdstuk 16 Zenuwstelsel Nectar
§16.1 achillespees
Door spieren samen te trekken bewegen de botten rond hun draaipunten in de
gewrichten. Botten zijn nodig om krachten van spieren goed op te vangen.
Een pees is een stevige band van het bindweefsel die een spier aan een bot
verbindt. De grootste pees van het lichaam is de achillespees. Deze pees vormt
de verbinding tussen de grote kuitspier en hielbeen in de voet.
Pezen brengen de kracht van spieren over op de botten (door collageen)
In pezen bevinden zich gespecialiseerde bindweefselcellen die vooral collageen
maken en afgeven. Vele collageenmoleculen vormen samen een collageenfibril
dat wordt omgeven door bindweefsel. Fibrillen vormen weer collageenvezels, in
dicht opeengepakte parallel lopende bundels. Een pees bevat veel tussencelstof
(producten die bindweefselcellen afgeven). Hierdoor vormt alles een
samenhangend geheel.
Bij volgroeide pezen is zoveel collageen aanwezig dat cellen ver van elkaar
verwijderd zijn. Contact van cel naar cel verloopt dan via dunne uitlopers.
Gap junctions: zijn eiwitkanalen met kleine openingen in het celmembraan in de
uitlopers van 2 cellen. Zo kunnen ionen van de ene naar de andere cel
diffunderen.
Pezen genezen langzaam doordat deze slecht doorbloed zijn. Alleen
bindweefselvliezen rond bundels collageenvezels bevatten enkele bloedvaten. Bij
blessure komen eerst granulocyten in actie, het enzym collagenase breekt
beschadigd collageen af.
§16.2 spieren
Skeletspieren zijn opgebouwd uit bundels spiervezels van enkele centimeters
lang. Spiervezels behoren tot de cel maar het zijn geen cellen. Ze zijn ontstaan
uit samensmelting van honderden spiercellen. Elke spiervezel is omgeven door
bindweefsel, hierin liggen de bloedvaten. Spiervezels bevatten bundels
langgerekte eiwitfilamenten genaamd myofibrillen, deze fibrillen laten de spieren
samentrekken.
Dunne eiwitfilamenten zijn opgebouwd uit 2 ketens van het eiwit actine.
Dikke eiwitfilamenten zijn opgebouwd uit een aantal ketens van het eiwit
myosine.
Door rangschikking ontstaat een patroon van lichte banen (I) en donkere banen
(A).
Skeletspieren hebben een dwarsgestreepte spierweefsel.
En het gedeelte tussen 2 Z-lijnen in is een sarcomeer (kleinste samentrekkende
eenheid van spiervezels)
Overdracht van impulsen van motorische neutronen op spiervezels gebeurt via
een neuromusculaire synaps.
Motorische eenheid: een groep spiervezels die op de impulsen van één axon
reageert.
Het in elkaar schuiven van de eiwitfilamenten verloopt via de koppen van het
motoreiwit myosine. Een motoreiwit is een eiwit dat beweging kan veroorzaken.
Een sarcomeer verlengt zichzelf niet, hij heeft hulp van een andere spier nodig
(antagonist).
§16.1 achillespees
Door spieren samen te trekken bewegen de botten rond hun draaipunten in de
gewrichten. Botten zijn nodig om krachten van spieren goed op te vangen.
Een pees is een stevige band van het bindweefsel die een spier aan een bot
verbindt. De grootste pees van het lichaam is de achillespees. Deze pees vormt
de verbinding tussen de grote kuitspier en hielbeen in de voet.
Pezen brengen de kracht van spieren over op de botten (door collageen)
In pezen bevinden zich gespecialiseerde bindweefselcellen die vooral collageen
maken en afgeven. Vele collageenmoleculen vormen samen een collageenfibril
dat wordt omgeven door bindweefsel. Fibrillen vormen weer collageenvezels, in
dicht opeengepakte parallel lopende bundels. Een pees bevat veel tussencelstof
(producten die bindweefselcellen afgeven). Hierdoor vormt alles een
samenhangend geheel.
Bij volgroeide pezen is zoveel collageen aanwezig dat cellen ver van elkaar
verwijderd zijn. Contact van cel naar cel verloopt dan via dunne uitlopers.
Gap junctions: zijn eiwitkanalen met kleine openingen in het celmembraan in de
uitlopers van 2 cellen. Zo kunnen ionen van de ene naar de andere cel
diffunderen.
Pezen genezen langzaam doordat deze slecht doorbloed zijn. Alleen
bindweefselvliezen rond bundels collageenvezels bevatten enkele bloedvaten. Bij
blessure komen eerst granulocyten in actie, het enzym collagenase breekt
beschadigd collageen af.
§16.2 spieren
Skeletspieren zijn opgebouwd uit bundels spiervezels van enkele centimeters
lang. Spiervezels behoren tot de cel maar het zijn geen cellen. Ze zijn ontstaan
uit samensmelting van honderden spiercellen. Elke spiervezel is omgeven door
bindweefsel, hierin liggen de bloedvaten. Spiervezels bevatten bundels
langgerekte eiwitfilamenten genaamd myofibrillen, deze fibrillen laten de spieren
samentrekken.
Dunne eiwitfilamenten zijn opgebouwd uit 2 ketens van het eiwit actine.
Dikke eiwitfilamenten zijn opgebouwd uit een aantal ketens van het eiwit
myosine.
Door rangschikking ontstaat een patroon van lichte banen (I) en donkere banen
(A).
Skeletspieren hebben een dwarsgestreepte spierweefsel.
En het gedeelte tussen 2 Z-lijnen in is een sarcomeer (kleinste samentrekkende
eenheid van spiervezels)
Overdracht van impulsen van motorische neutronen op spiervezels gebeurt via
een neuromusculaire synaps.
Motorische eenheid: een groep spiervezels die op de impulsen van één axon
reageert.
Het in elkaar schuiven van de eiwitfilamenten verloopt via de koppen van het
motoreiwit myosine. Een motoreiwit is een eiwit dat beweging kan veroorzaken.
Een sarcomeer verlengt zichzelf niet, hij heeft hulp van een andere spier nodig
(antagonist).