Kenmerkende aspecten:
● De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële
samenleving
● Discussies over de ‘sociale kwestie’
● De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie
● De opkomst van emancipatiebewegingen
● Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het
politieke proces
● De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme,
confessionnalisme en feminisme
Paragraaf 8.1 - Industrialisatie en modern imperialisme
Veranderingen in de landbouw
Het ontstaan van industrie begint op het platteland. In Engeland was in de 17e en 18e eeuw
steeds meer landbouwgrond in handen van grootgrondbezitters gekomen. Dankzij nieuwe
technieken en werktuigen nam in de 18e eeuw de opbrengst per boer meer toe. De mensen
werden ouder doordat er minder vaak honger was, echter was er ook meer voedsel per
persoon beschikbaar dus ze prijzen daalden. Boeren deden al eeuwenlang aan huisnijverheid
zoals het spinnen van wol, wat als een extraatje veranderde in noodzaak. Meer boeren
verrichten huisnijverheid waardoor de prijs daalt, boeren moesten steeds meer moeite doen
om hun hoofd boven water te houden dus trokken boeren naar steden om hun
leefomstandigheden te verbeteren.
Industriële revolutie
Om kleding te maken zijn spinners en wevers nodig, er werden uitvindingen gedaan waarmee
het productieproces werd versneld, dat was gunstig voor de ondernemer want die kon meer
eindproducten verkopen en zijn winst neemt toe. De uitvindingen begonnen klein en er
werden manieren bedacht om machines met waterkracht en stoomkracht aan te drijven. De
productie werd verplaatst naar fabrieksruimten en kwam in handen van de economische elite.
Er waren weinig arbeiders nodig omdat machines het meeste werk deden, dat maakte de
producten goedkoper. De huisnijverheid verdween door de te grote concurrentie. De
urbanisatie werd steeds groter, er ontstond een industriële
samenleving.
Grondstoffen en afzetmarkten
Fabrikanten in Europa en Noord-Amerika streefden naar zoveel
mogelijk winst (industrieel kapitalisme), ze wilden meer
produceren dus hadden ze voortdurend behoefte aan
grondstoffen en afzetmarkten. Koloniën waren in economisch
opzicht belangrijk voor industriële samenlevingen, in koloniaal gebied konden grondstoffen
worden verkregen en aan de mensen die in koloniaal gebied woonden konden
fabrieksproducten worden verkocht. Het modern imperialisme zorgde ervoor dat Afrika in
hoog tempo werd gekoloniseerd voor de enorme hoeveelheid grondstoffen zoals olie, rubber,