1. Bereken de massa van een butaanmolecuul. Geef alleen het getal, eenheid hoeft niet
2. Hoeveel isomeren zijn er van C4H8
3. Geef de naam van de afgebeelde molecuul
4. Welk molecuul/ welke moleculen hebben een massa van 72u
5. Hoeveel fouten zijn er gemaakt in de volgende structuurformule
6. Geef de naam van de volgende molecuul. Koolstof is grijs, waterstof is wit en chloor
is groen
7. Sleep de juiste covalentie naar het juiste atoom, de covalentie is het aantal
elektronen dat het atoom kan delen met een ander atoom
8. Geef de juiste naam van een 2-ethyl-3-methylbutaan
9. Hoe heet het molecuul dat ontstaat als er chloor (Cl2) een additiereactie aangaat met
methylpropeen
10. Geef de naam van het gegeven molecuul
11. Geef aan welke stof een koolwaterstof is (hexaan,koolstofdioxide,hexeen) meerdere
antwoorden mogelijk
12. Geef de naam die past bij de structuurformule (4-chloor-penteen, 4-chloor-pentaan,
2-chloor-pentaan)
13. Geef de naam van deze structuurformule (2-chloor-but-2-een, 2-chloor-butaan, 2-
chloor-2-methyl-propaan)
14. Geef de naam van deze structuurformule (chloormethaan, dichloormetaan, 1,1-
dichloormethaan)
15. Plaats juiste naam bij cijfer (penta, pro, hepta, nona, 5, 7, 9, 3)
16. Plaats bij elkaar wat hoort bij wat (alkaan, met dubbele binding, met driedubbele
binding, met -OH, -een, -aan, -ol, -yn)
17. Bij een verbranding van een alkaan ontstaan (altijd CO2 en soms H2O, soms CO2 en
soms H2O, CO2 of H2O, CO2 en H2O)
18. Welke stelling is juist of onjuist: 1. Een alkaan is volledig verzadigd met waterstof 2.
Een alkeen is volledig verzadigd met waterstof
19. Welke stelling is juist of onjuist: 1. Koolstof heeft zes elektronen waarvan twee in de
buitenste schil 2. Koolstof heeft zes elektronen waarvan vier in de buitenste schil
20. Geef de molecuul massa van H2O
21. Hoort dit plaatje bij een structuur formule van een alkaan of alkeen (waar of
nietwaar)
22. Deze reactie vergelijking is netjes kloppend gemaakt
23. Deze reactie is netjes kloppend gemaakt
24. Welke stelling is juist of onjuist: 1. Bij volledige verbranding van een koolwaterstof
ontstaat CO2 2. Bij zeer volledige verbranding van een koolwaterstof ontstaat CO3
25. Deze reactie is netjes kloppend gemaakt
26. Welke stelling is juist of onjuist: 1. Bij volledige verbranding van een koolwaterstof
ontstaat CO2 2. Bij onvolledige verbranding van een koolwaterstof kan CO ontstaan
27. Geef de molecuulmassa van CO2
2. Hoeveel isomeren zijn er van C4H8
3. Geef de naam van de afgebeelde molecuul
4. Welk molecuul/ welke moleculen hebben een massa van 72u
5. Hoeveel fouten zijn er gemaakt in de volgende structuurformule
6. Geef de naam van de volgende molecuul. Koolstof is grijs, waterstof is wit en chloor
is groen
7. Sleep de juiste covalentie naar het juiste atoom, de covalentie is het aantal
elektronen dat het atoom kan delen met een ander atoom
8. Geef de juiste naam van een 2-ethyl-3-methylbutaan
9. Hoe heet het molecuul dat ontstaat als er chloor (Cl2) een additiereactie aangaat met
methylpropeen
10. Geef de naam van het gegeven molecuul
11. Geef aan welke stof een koolwaterstof is (hexaan,koolstofdioxide,hexeen) meerdere
antwoorden mogelijk
12. Geef de naam die past bij de structuurformule (4-chloor-penteen, 4-chloor-pentaan,
2-chloor-pentaan)
13. Geef de naam van deze structuurformule (2-chloor-but-2-een, 2-chloor-butaan, 2-
chloor-2-methyl-propaan)
14. Geef de naam van deze structuurformule (chloormethaan, dichloormetaan, 1,1-
dichloormethaan)
15. Plaats juiste naam bij cijfer (penta, pro, hepta, nona, 5, 7, 9, 3)
16. Plaats bij elkaar wat hoort bij wat (alkaan, met dubbele binding, met driedubbele
binding, met -OH, -een, -aan, -ol, -yn)
17. Bij een verbranding van een alkaan ontstaan (altijd CO2 en soms H2O, soms CO2 en
soms H2O, CO2 of H2O, CO2 en H2O)
18. Welke stelling is juist of onjuist: 1. Een alkaan is volledig verzadigd met waterstof 2.
Een alkeen is volledig verzadigd met waterstof
19. Welke stelling is juist of onjuist: 1. Koolstof heeft zes elektronen waarvan twee in de
buitenste schil 2. Koolstof heeft zes elektronen waarvan vier in de buitenste schil
20. Geef de molecuul massa van H2O
21. Hoort dit plaatje bij een structuur formule van een alkaan of alkeen (waar of
nietwaar)
22. Deze reactie vergelijking is netjes kloppend gemaakt
23. Deze reactie is netjes kloppend gemaakt
24. Welke stelling is juist of onjuist: 1. Bij volledige verbranding van een koolwaterstof
ontstaat CO2 2. Bij zeer volledige verbranding van een koolwaterstof ontstaat CO3
25. Deze reactie is netjes kloppend gemaakt
26. Welke stelling is juist of onjuist: 1. Bij volledige verbranding van een koolwaterstof
ontstaat CO2 2. Bij onvolledige verbranding van een koolwaterstof kan CO ontstaan
27. Geef de molecuulmassa van CO2