samenvatting hebt
gekocht. Ik raad je aan
deze samenvatting 3
Biologie samenvatting keer per dag goed door
te lezen. Herhaal dit 2
Par. 3.1 Bloed t/m 5 keer. Succes met
het leren.
Leerdoel 1: Je kunt de bestanddelen van bloed noemen met hun
kenmerken en functies.
Bloedsamenstelling:
55 % Bloedplasma: Water (90 %), Bloedelectrolyten (ionen), eiwitten, te
transporteren stoffen: Voedingsstoffen, afvalstoffen, O2, CO2, enzymen
hormonen.
45 % Bloedplaatjes en bloedcellen: Rode bloedcellen, witte bloedcellen.
Bloedplasma: Water met plasma-eiwitten (o.a. fibrinogeen) en opgeloste
stoffen (o.a. zouten).
Vervoeren van voedingsstoffen, antistoffen, koolstofdioxide, andere
afvalstoffen en een klein beetje zuurstof.
Fibrinogeen speelt een rol bij bloedstolling.
Rode bloedcellen:
Geen celkern.
Zuurstof transport.
Rode kleurstof: Hemoglobine.
Witte bloedcellen:
Wel een celkern.
Geen vaste vorm waardoor ze door de wand van haarvaten heen
kunnen.
Afweer tegen ziekteverwekkers.
Bloedplaatjes:
Delen van uiteengevallen cellen, zonder celkern.
Bloedstolling.
Bloedarmoede: Het bloed bevat te weinig hemoglobine (Rode kleurstof).
Hierdoor kan iemand zich zwak of moe voelen.
Par. 3.2 De bloedsomloop
Leerdoel 2: Je kunt drie typen bloedvaten noemen met hun
kenmerken en functies.
Leerdoel 3: Je kunt het bloedvatenstelsel van de mens
slagaders en aders benoemen.
Leerdoel 4: Je kunt de kleine en grote bloedsomloop
onderscheiden met hun functies.