Samenvatting H26 – Basisboek IVK
Arbeidsongeval: een gebeurtenis die plaatsvindt op het werk of in de werktijd en die
onmiddellijk leidt tot schade aan de gezondheid.
Ongevallen die wel letsel opleveren maar geen verzuim, hoeven niet gemeld te
worden aan de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) maar moet men wel registreren
bij de werkgever.
Wanneer een ongeval leidt tot ziekenhuisopname, blijvend letsel of zelfs de dood,
moet dat worden gemeld aan de Nederlandse Arbeidsinspectie, die in de meeste
gevallen direct ongevalsonderzoek zal uitvoeren.
Om te voorkomen dat arbeidsongevallen of gevaarlijke arbeidssituaties zich
voordoen, is iedere werkgever verplicht om beleid te ontwikkelen waarin hij
zorgdraagt voor de veiligheid en gezondheid van de werknemers (art. 3 Arbowet).
De Arbowet is een relatief jonge wet omdat deze pas sinds 1980 bestaat.
Om arbeidsveiligheid en gezondheid in kaart te brengen wordt er een risico-
inventarisatie en evaluatie (RI&E) gebruikt (art. 5 Arbowet).
Verdere verbetering wordt bereikt doormiddel van de plan-do-act-check
kwaliteitscirkel van Deming.
Elke werkgever heeft de verplichting om alle ongevallen met meer dan drie dagen
verzuim bij te houden in een ongevallenregistratie.
In bepaalde gevallen (ziekenhuisopname, ernstig dan wel blijvend letsel of overlijden)
moet het één en ander direct gemeld worden aan de Nederlandse Arbeidsinspectie
(art. 9 Arbowet).
Op de begane grond vind je de arboregeling (ministeriële regeling). Deze bevat
voorschriften over de te nemen maatregelen. In de kelder vind je heel specifieke
, informatie zoals Arbo informatiebladen, arbobeleidsregels en Nen-normen. In de
kelder vind je geen wettelijke bekrachtiging. De Arbowet is vooral gericht op
werkgevers en werknemers en houd zich bezig met de rechten en plichten van deze
partijen. Het arbobesluit, de arboregeling en de arbobeleidsregels zijn vooral gericht
op onderwerpen.
De overheid zorgt voor een helder wettelijk kader.
ISO 45001 = voorkomen en beheersen van arbeidsrisico’s.
Een arbobeleidscyclus bevat de volgende punten: (I) een RI&E, (II) een plan van
aanpak waarin beschreven staat hoe de in kaart gebrachte risico’s verminderd
kunnen worden, (III) het uitvoeren van de plannen; het daadwerkelijk aanpakken van
de risico’s en (IV) het evalueren en zo nodig weer aanpassen van de nieuwe situatie.
De bepalingen in de Arbowet zijn behalve op bedrijven ook van toepassing op
‘verrichtingen van leerlingen en studenten in onderwijsinrichtingen’ (art. 2 Arbowet).
Een werkgever dient zelf de RI&E uit te voeren en kan zich daarbij laten
ondersteunen door deskundigen uit het eigen bedrijf en/of een arbodienst.
Gegevens over risico’s kunnen verzameld worden door: (I) checklists online, (II) een
vragenlijst voor werknemers, (III) ongevallen en verzuimregistraties, (IV) inspecties
van de werkplekken en (V) interviews met interne deskundigen, leidinggevenden en
werknemers.
Na de inventarisatie worden de beschreven risico’s geëvalueerd en ingedeeld in
risicoklassen (laag, midden, hoog).
De RI&E wordt getoetst door een gecertificeerde kerndeskundige. Dit zijn de in de
Arbowet aangewezen deskundigen die de werkgever ondersteunen in dit proces.
De Arbowet kent vier soorten deskundigen: (I) de bedrijfsarts, (II) de
arbeidshygiënist, (III) de hogere veiligheidskundigen en (IV) de arbeids- en
organisatiekundige.
De verschillende stappen bij ongevallenonderzoek- en analyse: (I) melden, (II)
onderzoeken (feiten verzamelen), (III) analyseren (om te komen tot oorzaken), (IV)
rapporteren.
De W-vragen bij ongeval: (I) waarom heeft het ongeval plaatsgevonden?, (II) wat is
het ongeval?, (III) wanneer vond het ongeval plaats?, (IV) waar vond het ongeval
plaats, wie was er betrokken bij het ongeval?, (V) op welke wijze heeft het ongeval
plaatsgevonden?.
De werkwijze na een ongeval is als volgt: (I) veiligstellen van de locatie, (II)
onderzoeken van de locatie (bijvoorbeeld door het maken van foto’s), (III) interviewen
van betrokkenen, (IV) bestuderen van documentatie en instructie aan medewerkers,
Arbeidsongeval: een gebeurtenis die plaatsvindt op het werk of in de werktijd en die
onmiddellijk leidt tot schade aan de gezondheid.
Ongevallen die wel letsel opleveren maar geen verzuim, hoeven niet gemeld te
worden aan de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) maar moet men wel registreren
bij de werkgever.
Wanneer een ongeval leidt tot ziekenhuisopname, blijvend letsel of zelfs de dood,
moet dat worden gemeld aan de Nederlandse Arbeidsinspectie, die in de meeste
gevallen direct ongevalsonderzoek zal uitvoeren.
Om te voorkomen dat arbeidsongevallen of gevaarlijke arbeidssituaties zich
voordoen, is iedere werkgever verplicht om beleid te ontwikkelen waarin hij
zorgdraagt voor de veiligheid en gezondheid van de werknemers (art. 3 Arbowet).
De Arbowet is een relatief jonge wet omdat deze pas sinds 1980 bestaat.
Om arbeidsveiligheid en gezondheid in kaart te brengen wordt er een risico-
inventarisatie en evaluatie (RI&E) gebruikt (art. 5 Arbowet).
Verdere verbetering wordt bereikt doormiddel van de plan-do-act-check
kwaliteitscirkel van Deming.
Elke werkgever heeft de verplichting om alle ongevallen met meer dan drie dagen
verzuim bij te houden in een ongevallenregistratie.
In bepaalde gevallen (ziekenhuisopname, ernstig dan wel blijvend letsel of overlijden)
moet het één en ander direct gemeld worden aan de Nederlandse Arbeidsinspectie
(art. 9 Arbowet).
Op de begane grond vind je de arboregeling (ministeriële regeling). Deze bevat
voorschriften over de te nemen maatregelen. In de kelder vind je heel specifieke
, informatie zoals Arbo informatiebladen, arbobeleidsregels en Nen-normen. In de
kelder vind je geen wettelijke bekrachtiging. De Arbowet is vooral gericht op
werkgevers en werknemers en houd zich bezig met de rechten en plichten van deze
partijen. Het arbobesluit, de arboregeling en de arbobeleidsregels zijn vooral gericht
op onderwerpen.
De overheid zorgt voor een helder wettelijk kader.
ISO 45001 = voorkomen en beheersen van arbeidsrisico’s.
Een arbobeleidscyclus bevat de volgende punten: (I) een RI&E, (II) een plan van
aanpak waarin beschreven staat hoe de in kaart gebrachte risico’s verminderd
kunnen worden, (III) het uitvoeren van de plannen; het daadwerkelijk aanpakken van
de risico’s en (IV) het evalueren en zo nodig weer aanpassen van de nieuwe situatie.
De bepalingen in de Arbowet zijn behalve op bedrijven ook van toepassing op
‘verrichtingen van leerlingen en studenten in onderwijsinrichtingen’ (art. 2 Arbowet).
Een werkgever dient zelf de RI&E uit te voeren en kan zich daarbij laten
ondersteunen door deskundigen uit het eigen bedrijf en/of een arbodienst.
Gegevens over risico’s kunnen verzameld worden door: (I) checklists online, (II) een
vragenlijst voor werknemers, (III) ongevallen en verzuimregistraties, (IV) inspecties
van de werkplekken en (V) interviews met interne deskundigen, leidinggevenden en
werknemers.
Na de inventarisatie worden de beschreven risico’s geëvalueerd en ingedeeld in
risicoklassen (laag, midden, hoog).
De RI&E wordt getoetst door een gecertificeerde kerndeskundige. Dit zijn de in de
Arbowet aangewezen deskundigen die de werkgever ondersteunen in dit proces.
De Arbowet kent vier soorten deskundigen: (I) de bedrijfsarts, (II) de
arbeidshygiënist, (III) de hogere veiligheidskundigen en (IV) de arbeids- en
organisatiekundige.
De verschillende stappen bij ongevallenonderzoek- en analyse: (I) melden, (II)
onderzoeken (feiten verzamelen), (III) analyseren (om te komen tot oorzaken), (IV)
rapporteren.
De W-vragen bij ongeval: (I) waarom heeft het ongeval plaatsgevonden?, (II) wat is
het ongeval?, (III) wanneer vond het ongeval plaats?, (IV) waar vond het ongeval
plaats, wie was er betrokken bij het ongeval?, (V) op welke wijze heeft het ongeval
plaatsgevonden?.
De werkwijze na een ongeval is als volgt: (I) veiligstellen van de locatie, (II)
onderzoeken van de locatie (bijvoorbeeld door het maken van foto’s), (III) interviewen
van betrokkenen, (IV) bestuderen van documentatie en instructie aan medewerkers,