,Inhoudsopgave
SPSS introductie............................................................................................................................................. 3
Databestand openen............................................................................................................................................3
Het databestand (.sav).........................................................................................................................................3
Databewerkingen.......................................................................................................................................... 5
Cases selecteren...................................................................................................................................................5
Beginners.........................................................................................................................................................5
Semi-professionals...........................................................................................................................................5
Professionals....................................................................................................................................................5
Aanmaken nieuwe variabelen..............................................................................................................................6
Maak van meerdere metrische variabelen met compute een metrische variabele.......................................6
Maak met een complexere berekening van meerdere metrische variabelen met compute een metrische
variabele..........................................................................................................................................................6
Hercoderen variabelen.........................................................................................................................................7
Nominale variabele (hercoderen met recode intro different variables).........................................................7
Ordinale of metrische variabele (hercoderen met recode intro different variables).....................................7
Toetsende statistiek....................................................................................................................................... 8
Betrouwbaarheidsinterval....................................................................................................................................8
Betrouwbaarheidsinterval voor percentages op basis van multiple-responsvragen...................................10
Betrouwbaarheidsinterval voor percentages op basis van multiplechoicevragen.......................................12
Chi-kwadraattoets..............................................................................................................................................14
T-toets voor onafhankelijke steekproeven.........................................................................................................18
Eenweg variantie-analyse (one-way ANOVA)....................................................................................................21
Correlatie............................................................................................................................................................24
2
, SPSS introductie
SPSS bewaart de data in zogenaamde .sav bestanden. Bewaar deze goed, bijvoorbeeld op het
bureaublad of in een aparte map.
Databestand openen
File -> open -> data
Zoek het databestand en open deze. Je ziet dan een nieuw scherm. Dit is een zogenaamd .sav
bestand. Ook wel een output bestand genoemd.
Het databestand (.sav)
Linksonder staan 2 tabbladen:
1. Variabele view
Iedere rij is een individuele variabele, dit is een kenmerk wat gemeten is (zoals geslacht of
leeftijd). Het aantal rijen = het aantal variabelen. De kolommen helpen met het definiëren
van de variabele.
a. Name:
i. Maximaal 64 tekens lang
ii. Moet beginnen met een letter
iii. Mag geen spaties of komma’s bevatten wel underscores
iv. Beginnen met het vraagnummer van de enquête
b. Type: wat je kunt invoeren bij de variabele (date = datum, numeric = getal, string =
letters)
c. Width: gaat over de breedte van de variabele oftewel hoeveel tekens je kunt
invullen. Deze staat standaard op 8.
i. 6,00 -> breedte = 4
ii. 5000 -> breedte = 4
iii. Heel leuk -> breedte = 9
d. Decimals: aantal decimalen. Deze staat standaard op 2. Wanneer er geen sprake is
van cijfers achter de komma (bij nominale of ordinale variabelen) dan pas je het
aantal decimalen aan naar 0.
e. Label: hier staat een korte beschrijving van de variabele, meestal gelijk aan de kolom
labels uit het codeboek. Deze beschrijving komt ook bij de tabellen/grafieken te
staan.
f. Values: je moet aangeven wat er met de verschillende waarden wordt bedoeld
(bijvoorbeeld: 1 = tevreden, 2 = neutraal en 3 = ontevreden)
Aanpassen: klik op een rij -> klik pp het kleine vierkantje aan de rechterkant. Vul bij
value de waarde in (het getal) en bij label de label.
g. Missing: als er sprake is van een user missing value (respondent heeft geen
antwoord gegeven, maar had dit wel moeten doen) wordt dit aangegeven met een
code (meestal 999). System missing value = respondent heeft geen antwoord
gegeven, maar hoefde dit ook iet te doen -> herkennen in data view
Als er geen antwoord is ingevuld door de respondent, dan laat SPSS een punt zien en
in de SPSS output wordt dat gekenmerkt als system.
Hoe invoeren? Klik op een rij -> klik pp het rechter vierkantje -> invoeren bij discrete
missing values
Er kunnen 3 user missing values tegelijkertijd gedefinieerd worden, maar 1 is
voldoende.
h. Columns: gaat over de breedte van de variabele kolom in de dataview. Het staat
standaard op 8 en daar mag je het lekker op laten staan.
3