Waterpotentiaal en transport, transportregulatie en floëem
Waterpotentiaal en transport
Planten gebruiken 2 transportbanen:
- Xyleem (houtvaten) voor watertransport van de wortels naar boven
- Floëem (bastvaten) voor suikertransport van de bladeren naar de rest van het organisme
Het compromis:
- Planten hebben het probleem dat ze voor ieder CO2 molecuul dat ze naar binnen laten, heel veel
water verliezen via de huidmondjes (verhouding CO2 opname : H2O verlies 1 : 250)
- Tegelijkertijd is dit de drijvende kracht voor het xyleem transport
Welke factoren bepalen de transpiratie?
- De hoeveelheid transpiratie wordt uitgedrukt in E =
evotranspiratie (verdamping + transpiratie)
, - De wa is onafhankelijk van de plant het is de hoeveelheid
opgeloste water in de lucht
- De wi en gw zijn wel afhankelijk van de plant
Wat bepaalt de geleidbaarheid van een blad voor water (gw)?
- Wordt bepaald door de geleidbaarheid van 3 componenten:
o Geleidbaarheid cuticula (gc) = waslaagje rondom het blad
o Geleidbaarheid stomata (gs) = huidmondje onderaan het blad
o Geleidbaarheid boundry layer (gb) = grenslaag rondom het blad
- Omdat de gb zoveel groter is dan de geleidbaarheid van de andere componenten, kan de g b buiten
beschouwing gelaten worden
- De cuticula heeft de kleinste geleidbaarheid, maar dit is ook zijn
functie: zo min mogelijk waterverlies plaats laten vinden
Dichtheid huidmondjes:
- Belangrijke factor voor de hoeveelheid verdamping veel
huidmondjes relatief veel verdamping
- Houtachtige planten hebben alleen huidmondjes aan de
onderkant van het blad, terwijl niet-houtachtige jonge planten
zowel aan de onderzijde als de bovenzijde huidmondjes hebben
(de meeste huidmondjes zitten wel aan de onderzijde)
- Voordeel plek huidmondjes = zonnestralen komen niet rechtstreeks op de
huidmondjes minder snelle verdamping bij huidmondjes openzetten aan onderkant
- Naarmate de huidmondjes verder open staan, neemt de transpiratie nagenoeg recht evenredig toe
- Hoe openen huidmondjes? Ze zijn aan de binnenzijde meer verstevigd dan aan de buitenzijde
waardoor de buitenzijde makkelijker kan rekken als je de druk opvoert in de cel
Water stroomt van hoge concentratie naar lage concentratie en ook van een pure vloeistof naar een
oplossing.
Waterpotentiaal:
- Waterpotentiaal = de energie die nodig is om 1 mol puur water naar een volgende staat te brengen,
wordt uitgedrukt in Joule per kubieke meter (Pascal)
- De waterpotentiaal van puur water dat niet onder druk staat, wordt gedefinieerd als 0
- Waterpotentiaal bestaat uit 2 onderliggende componenten: drukpotentiaal (ψP) en osmotische
potentiaal (ψS)
- ΨW = ψP + ψS
- Als er geen membraan is, zal water altijd bewegen van een plek met een hoge waterpotentiaal naar
de plek met een lager waterpotentiaal
- De potentiaal zal altijd streven om de laagste potentiaal waar te
maken
Plasmolyse en turgor:
- Plasmolyse = het proces waarbij het celmembraan loslaat van de celwand geen turgordruk
o Grensplasmolyse = moment waarop het celmembraan begint met loslaten van de celwand,
moment waarop de turgordruk verloren gaat