Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting examen economie VWO

Rating
-
Sold
-
Pages
50
Uploaded on
11-01-2023
Written in
2021/2022

Samenvatting examen economie VWO

Level
Course

Content preview

Schaarste + ruil
Schaarse goederen: beperkte middelen + onbeperkte behoeftes
Vrije goederen: zon, zee, lucht, wind

Absolute schaarste = het product is in alle omstandigheden beperkt (water in droog
klimaat)

Opofferingskosten = de kosten van het beste alternatief dat je niet (gevolg van
schaarste; je moet kiezen)

Voorbeeld: je werkt 3 uur bij de AH. Je verdient 15 euro, maar je hebt ook nog 3
euro reiskosten, dus netto levert dit jou 12 euro op. Stel dat je besluit 3 uur lang
thuis te gamen, dan zijn jou opofferingskosten 12 euro.

Voorbeeld 2: Duitsland heeft 100 minuten de tijd om wijn/bier te produceren. Ze
doen 10 minuten over het produceren van bier en 40 minuten over het produceren
van wijn. Ze kunnen dus 10 bier maken of 2,5 wijn. Als ze kiezen voor 10 bier dan
zijn de 2,5 wijn de opofferingskosten en andersom.

Primaire behoeften → secundaire behoeften → luxe goederen (erkenning)

Alle goederen en diensten waar je productiefactoren (KANO) voor inzet zijn schaars.

Productiefactoren kunnen onderling vervangen worden: kassière (arbeid) →
zelfscan (kapitaal)

Begroting = een overzicht van de verwachte inkomsten en uitgaven in een periode
Budgettair probleem = uitgaves > inkomsten (tekort) (inkomen verhogen of uitgaves
verlagen, dit heet bezuinigen)

In de begroting voor een huishouden onderscheid je de volgende uitgaven:
- Dagelijkse uitgaven (kosten van levensonderhoud, zoals eten en drinken)
- Vaste lasten (uitgaven die elke periode terugkomen, zoals abonnementen en
verzekeringen)
- Incidentele uitgaven (uitgaven die af en toe voorkomen, zoals de aanschaf
van huishoudelijke apparaten of vakanties)

Een budgetlijn laat de verschillende combinaties van twee bestedingsmogelijkheden bij
een bepaald budget zien.

M = PxX + Pyy

M = inkomen (budget)
Px = prijs van goed x
X = hoeveelheid goed x
Py = prijs van goed y
Y = hoeveelheid goed y

,Budgetset = alle combinaties waarbij het hele inkomen of minder wordt uitgegeven
aan 2 goederen (de budgetlijn plus het gebied eronder)

𝒘𝒂𝒂𝒓𝒅𝒆 𝒗𝒂𝒏 𝒆𝒆𝒏 𝒈𝒓𝒐𝒐𝒕𝒉𝒆𝒊𝒅 𝒊𝒏 𝒆𝒆𝒏 𝒃𝒆𝒑𝒂𝒂𝒍𝒅𝒆 𝒑𝒆𝒓𝒊𝒐𝒅𝒆
Indexcijfer = x 100
𝒘𝒂𝒂𝒓𝒅𝒆 𝒊𝒏 𝒉𝒆𝒕 𝒃𝒂𝒔𝒊𝒔𝒋𝒂𝒂𝒓

64
Indexcijfer 2014 = 44 x 100 = 145,5
Het product werd die periode ruim 45% duurder.

Redenen om het basisjaar jaarlijks te verleggen:
-je ziet zo goed hoe de veranderingen per jaar verlopen
-schommelingen in beeld krijgen

Koopkracht = de hoeveelheid goederen die je met je inkomen kunt kopen
Inflatie = het stijgen van de prijzen van goederen, je geld wordt minder waard
Deflatie = het dalen van de prijzen van goederen, je geld wordt meer waard

Oorzaken hyperinflatie:
- Er wordt een grote hoeveelheid geld gedrukt, waardoor er veel van aanwezig
is en het minder waard wordt. En het niet in verhouding is met de
economische groei van het land.

- De productiecapaciteit vermindert snel, na bijv een natuurramp/oorlog. Er
wordt dus veel minder geproduceerd, waardoor de prijzen van de schaarse
producten stijgen)

Nominaal inkomen = het inkomen dat je in euro’s verdient
Reëel inkomen = het inkomen gecorrigeerd door de inflatie (hetzelfde als
koopkracht)
Prijsindexcijfer (PIC) = inflatie

Om te bepalen hoeveel je koopkracht verandert, gebruik je indexcijfers.
𝑵𝑰𝑪
RIC = 𝑷𝑰𝑪 x 100

100,5
Indexcijfer reëel inkomen = 101,2 x 100 = 99,3; Je koopkracht is met 0,7% gedaald.

Consumentenprijsindex =
som van wegingsfactor per artikelgroep x indexcijfer per artikelgroep
som van de wegingsfactoren
10.122,7
CPI = 100 = 101,23
De inflatie is 1,23% ten opzichte van het basisjaar

Hoe hoger de wegingsfactor van een artikel, hoe meer geld
je aan dat artikel uitgeeft.

In de afbeelding hiernaast zie je bijv. een prijsindexcijfer van
110 bij de artikelgroep eten. Eten is ten opzichte van het
basis jaar dus 10% duurder geworden.

,De rol van geld als ruilmiddel is het reduceren (terugbrengen tot een kleiner aantal)
van het aantal prijsverhoudingen. Zodat je niet meer hebt: 1 koe = 5 kippen.

Productiemogelijkhedenlijn = model waarmee je kunt analyseren welke
combinaties van 2 goederen te produceren zijn met de beschikbare hoeveelheid en
kwaliteit productiefactoren (zelfde manier als budgetlijn)

Een land gaat zich specialiseren in datgene waar het land het beste in is. Enkele
oorzaken zijn: goed klimaat, kennis van een bepaald productieproces of grondstoffen
van goede kwaliteit. Het gevolg van specialisatie van landen is internationale handel
(import & export).

België is sneller in het produceren van bier en Italië is sneller in
het produceren van wijn. Dit noem je absolute
kostenvoordelen. Elk land heeft bij een product een
kostenvoordeel t.o.v. het andere land.

In 100 minuten kan:
- België = 25 liter wijn maken
- België = 100 liter bier maken
- Italië = 66,67 liter wijn maken
- Italië = 40 liter bier maken

Als België zich gaat specialiseren in bier dan kan België dit ruilen tegen wijn van
Italië. Ze ruilen dit dan tegen de ruilverhouding zoals dat in Italië geldt, dus 66,67 liter
wijn = 40 liter bier.100 liter bier zouden ze dus ruilen tegen 166,68 liter wijn. Als
België zelf de wijn zou produceren dan zouden ze maar 25 liter wijn hebben.

Als Italië hun wijn wil ruilen tegen het bier uit België dan geldt de ruilverhouding uit
België, dus 25 liter wijn = 100 liter bier. (66,) x 100 = 266,67 liter bier. Als Italië
zelf bier zou produceren dan zouden ze maar 40 liter bier hebben.


Een land heeft een comparatief kostenvoordeel wanneer een
land een bepaald product relatief goedkoper kan produceren dan
een handelspartner. Dat geldt zelfs wanneer het ene land alles
voordeliger kan produceren dan het andere land.

Zoals je in de afbeelding ziet, is NL beter in het produceren van
zowel de tomaat als de paprika. Toch gaan NL en Spanje zich specialiseren.

Tomaat: 20/5 = 4x
Paprika: 25/10 = 2,5 x

NL is 4x zo snel in het produceren van tomaat en 2,5x zo snel in het produceren van
paprika. NL gaat dus tomaten produceren en Spanje gaat paprika’s produceren.

, In 1000 minuten kan:
- Nederland = 200 tomaten produceren
- Nederland = 100 paprika’s produceren
- Spanje = 50 tomaten produceren
- Spanje = 40 paprika’s produceren

Net als bij het absolute kostenvoordeel gaan de landen onderling de producten
ruilen, zodat ze op een hoger totaal uitkomen. Nederland wil 200 tomaten ruilen
tegen paprika’s uit Spanje. Dat gebeurt dan via de ruilverhouding zoals die in Spanje
geldt, dus 50 tomaten = 40 paprika’s, dus () x 40 = 160 paprika’s.
Stel Spanje wil kun paprika’s ruilen tegen de tomaten uit Nederland, dan geldt de
ruilverhouding uit Nederland, dus 200 tomaten = 100 paprika’s, dus () x 200
= 80 tomaten.

Je ziet in beide gevallen dat het voordeliger is om te ruilen dan om zelf te
produceren. De welvaart stijgt dus in beide landen, ondanks dat NL bij de productie
van beide producten een absoluut kostenvoordeel heeft.

Arbeidsproductiviteit = de omvang van de productie per arbeider per tijdseenheid

Als je werk eenvoudig kunt automatiseren, is het werk meestal minder
kennisintensief.

Schaalvoordelen = de kosten per eenheid zijn lager wanneer de productieomvang
toeneemt (de vaste kosten worden dan verspreid over meer producten → minder
kosten per product)

De drie functies van geld:
-ruilmiddel (betaalmiddel) (Je ruilt geld tegen goederen/diensten of ontvangt geld
voor arbeid)
-rekenmiddel (onderlinge prijsverhoudingen vergelijken, marktwaarde, winst)
-oppotmiddel/spaarmiddel (Je zet het geld op de bank en daar ontvang je rente voor)

Opofferingskosten voor het niet gebruiken als spaarmiddel; je ontvangt geen rente

Directe ruil = ruil zonder tussenkomst van geld, goederen tegen goederen
Indirecte ruil = ruil met geld als ruilmiddel

Intrinsieke waarde = de waarde van het materiaal waarvan geld is gemaakt
Extrinsieke waarde = de waarde die op het geld staat gedrukt (nominale waarde)

Wet van Gresham: ‘bad money drives out good money’
Hierbij is de intrinsieke waarde hoger dan de extrinsieke waarde, mensen gaan dan
het geld met een lage intrinsieke waarde uitgeven en de munten met een hogere
intrinsieke waarde smolten ze om en sloegen ze nieuwe munten van.

Transactiekosten zijn alle kosten die iemand maakt om:
-Een ruilpartner te vinden
-Tot een overeenkomst komen met deze ruilpartner (hoeveel shirts voor een broek)
-De overeenkomst afhandelen

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
School year
6

Document information

Uploaded on
January 11, 2023
Number of pages
50
Written in
2021/2022
Type
SUMMARY

Subjects

$10.14
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
BerberBoesenkool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
63
Member since
5 year
Number of followers
37
Documents
52
Last sold
3 hours ago
Mijn samenvattingen & verslagen

Ik zet hier al mijn complete samenvattingen en verslagen op!

4.0

8 reviews

5
2
4
4
3
2
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions