Je hebt bruto-inkomsten en netto-inkomsten. Het verschil tussen deze bedragen is de belasting die je
moet betalen.
Burgers betalen betaling over salaris en belasting over de winst uit een bedrijf. Als je iets koopt in de
supermarkt dan wordt de prijs verhoogd met omzetbelasting. Omzetbelasting is de belasting die
consumenten en bedrijven in Nederland betalen over aangeschafte goederen en diensten. De btw
die u ontvangt van uw klanten, moet u afdragen aan de Belastingdienst. Veel mensen zullen de
belasting kennen als BTW. En als je tankt, dan betaal je belasting (accijns) over de benzine. De
eigenaar van een huis moet bij de levering overdrachtsbelasting betalen en daarna jaarlijkse
onroerendezaakbelasting aan de gemeente. En over wat een overledenen nalaat, moeten de
erfgenamen erfbelasting betalen.
Belastingen kun je verdelen in directe en indirecte belastingen. Directe belastingen worden geheven
van inkomen, winst en vermogen. Degene die de belasting betaalt, kan deze niet doorberekenen op
een ander. Je wordt er zelf ‘armer’ van. Voorbeelden: inkomstenbelasting, loonbelasting en
vennootschapsbelasting. Indirecte belasting houdt in dat de belasting aan de afnemer wordt
doorberekend door de leverancier. De winkelier berekent dus de BTW (omzetbelasting) door aan de
klant. De winkelier wordt niet ‘armer’ van de BTW, omdat hij die belasting door de klant betaald
krijgt. De klant wordt er natuurlijk wel ‘armer’ van. Voorbeelden: Omzetbelasting (BTW) en de
assurantiebelasting).
Wanneer is er sprake van een echte belasting?
Gedwongen betalingen aan de overheid
Op grond van publiekrechtelijke regelingen
Waar geen rechtstreeks tegenprestatie van de overheid staat
Die geen bestraffende karakter hebben
Na het ontvangen van een aanslag heeft de belastingplichtige een periode van zes weken de tijd om
deze te betalen. Daarna wordt de belastingschuld invorderbaar.
Belastingplichtige/belastingsubject: een persoon of instelling die verplicht is om belasting te betalen.
Belastingmoraal: de bereidheid van burgers om de belasting ook daadwerkelijk te betalen. Zo niet, is
er vaak sprake van belastingfraude en belastingontduiking.
Belastingobject: waar belasting op wordt gezet
Winst: verschil tussen de kosten en de opbrengsten.
Zelfstandigenaftrek: u mag een vast bedrag van uw winst aftrekken. U betaalt dan minder belasting.
Het aantal uren dat minimaal per jaar aan de onderneming moet worden besteed is minimaal 1225
uur EN minimaal 50% van de werkuren in de onderneming werkt.
Cataloguswaarde auto: 12% over de eerste € 40.000 plus 22% over de resterende waarde.
Precariobelasting: U betaalt precariobelasting wanneer u een voorwerp op, boven of onder openbare
gemeentegrond heeft. Denk bijvoorbeeld aan (reclame-) voorwerpen aan de gevel, een terras of
kraampjes, of een balkon.
1
, 1.1 De kandidaat benoemt welk overheidsorgaan of overheidsinstantie een belasting of heffing kan
opleggen.
Naast directe- en indirecte belastingen is een van de manieren om onderscheid aan te brengen in de
verschillende soorten belastingen om te kijken naar welke overheidsinstantie de desbetreffende
belasting heft.
Rijksbelastingen (grote belastingen) :
- Loon- en inkomstenbelasting
- Omzetbelasting BTW
- Vennootschapsbelasting Rechtspersonen
- Kansspelbelasting
- Dividendbelasting Aandeelhouders (boven 5% aandeel)
- Overdrachtsbelasting
- Motorrijtuigbelasting en bpm
- Accijnzen
- Milieuheffing
Provinciale belastingen:
Opcenten. Deze moet door de houder van een motorvoertuig worden betaald, samen met de
motorrijtuigbelasting.
Gemeentelijke belastingen:
- Onroerende zaak belasting (OZB)
- Toeristenbelasting
- Hondenbelasting
- Rioolheffing
- Precariobelasting
- Reclamebelasting
- Reinigingsheffing
- Parkeerbelasting
- Baatbelasting
- Forensenbelasting
Waterschapsbelasting:
- Om de kwaliteit van het waterbeheer te beschermen wordt door waterschappen belasting
geheven.
1.2 De kandidaat benoemt wie belastingplichtig is in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting.
Op basis van de Wet IB 2001 wordt een belasting geheven over het inkomen van belastingplichtigen.
Iedereen die werkt of een uitkering ontvangt, betaalt inkomstenbelasting. Alleen natuurlijke
personen (van vlees en bloed) zijn hiervoor belastingplichtig. Rechtspersonen (nv, bv, stichting en
vereniging bvb) zijn geen natuurlijke personen en vallen dus niet onder inkomstenbelasting, maar
onder vennootschapsbelasting.
Wie zijn belastingplichtig?
2