Mechanismen van Gezondheid en Ziekte | Joris van Doremalen
Beweging (MBE)
Knie en Enkel
Het been bestaat uit vier spiergroepen en drie gewrichten, deze
zorgen samen voor de buiging (flexie) en strekking (extensie)
van het been (tabel 1).
Naam Anatomisch
- Spiergroepen Heupbeen Coxa
o Quadriceps-groep Dijbeen Femur
o Hamstrings Knieschijf Patella
o Pre-tibia-groep Scheenbeen Tibia
o Kuit-groep Kuitbeen Fibula
- Gewrichten Sprongbeen Talus
o Heup Hielbeen Calcaneus
o Knie
o Enkel (dorsaalflexie en plantairflexie)
Flexie en extensie zijn bewegingen in het sagittale vlak en
bestaat uit abductie (naar buiten bewegen) en adductie
(naar binnen bewegen). Daarnaast is er een draaiing in het
transversale vlak mogelijk, dit is exorotatie (naar buiten
draaien) en endorotatie (naar binnen draaien). In de enkel
is nog een derde vorm van beweging mogelijk, namelijk
inversie en eversie.
Spiergroep Heup Knie Enkel
Quadriceps- Flexie Extensi -
groep e
Hamstrings Extensie Flexie -
Pre-tibia-groep - - Dorsaalflexie
Kuit-groep - Flexie Plaintairflexie
Spiergroep Relevante spier(en)
Quadriceps-groep m. sartorius
m. rectus femoris
Hamstrings m. semimembranosus
m. semitendinosus
m. biceps femoris
Pre-tibia-groep m. tibialis anterior (inversie)
Kuit-groep m. gastrocnemius caput mediale
m. gastrocnemius caput laterale
m. soleus
m. tibialis posterior (inversie)
Peroneus-groep m. peroneus/fibularis longus
(eversie)
m. peroneus/fibularis brevis
(eversie)
10
, Mechanismen van Gezondheid en Ziekte | Joris van Doremalen
Deze bewegingen worden mogelijk gemaakt door gewrichten (met kraakbeen) en bijbehorende
spieren (met pezen). Deze spierengroepen zijn te verdelen in spieren. In de knie en enkel zitten
ligamenten die respectievelijk knie- en enkelbanden worden genoemd (tabel 3 en 4)
Naam (afk.) Anatomische
Anterior cruciate Ligamentum
ligament (ACL) cruciatum
anterius
Posterior cruciate Ligamentum
ligament (PCL) cruciatum
posterius
Medial collateral Ligamentum
ligament (MCL) collaterale
tibiale
Lateral collateral Ligamentum
ligament (LCL) collaterale
fibulare
Enkeldeel Ligament
Malleolus lateralis Ligamentum
(buitenenkel) talofibulare
anterius
Ligamentum
talofibulare
posterius
Ligamentum
calcaneofibulare
Malleolus medialis Ligamentum
(binnenenkel) deltoideum
Fysiologie van de ademhaling
Zuurstof uit de buitenlucht wordt ingeademd ter hoogte van de longen. Nadat de zuurstof in het
bloed gediffundeerd is, wordt het getransporteerd in de bloedvaten. Het hart pompt het bloed rond
in het vatenstelsel en transporteert zo het zuurstof naar de weefsels. Ter hoogte van de weefsels
wordt zuurstof verbruikt en zal zuurstof uit het bloed naar het weefsel diffunderen. Ter hoogte van
de mitochondriën wordt zuurstof verbruikt en energie (ATP) en koolstofdioxide gevormd. In
bijvoorbeeld spierweefsel wordt deze energie (ATP) verbruikt tijdens de contractie. Het gevormde
koolstofdioxide volgt de omgekeerde weg. Deze zal vanuit het weefsel het bloed in diffunderen, naar
de longen getransporteerd worden en ter hoogte van de longen worden uitgeademd.
11
Beweging (MBE)
Knie en Enkel
Het been bestaat uit vier spiergroepen en drie gewrichten, deze
zorgen samen voor de buiging (flexie) en strekking (extensie)
van het been (tabel 1).
Naam Anatomisch
- Spiergroepen Heupbeen Coxa
o Quadriceps-groep Dijbeen Femur
o Hamstrings Knieschijf Patella
o Pre-tibia-groep Scheenbeen Tibia
o Kuit-groep Kuitbeen Fibula
- Gewrichten Sprongbeen Talus
o Heup Hielbeen Calcaneus
o Knie
o Enkel (dorsaalflexie en plantairflexie)
Flexie en extensie zijn bewegingen in het sagittale vlak en
bestaat uit abductie (naar buiten bewegen) en adductie
(naar binnen bewegen). Daarnaast is er een draaiing in het
transversale vlak mogelijk, dit is exorotatie (naar buiten
draaien) en endorotatie (naar binnen draaien). In de enkel
is nog een derde vorm van beweging mogelijk, namelijk
inversie en eversie.
Spiergroep Heup Knie Enkel
Quadriceps- Flexie Extensi -
groep e
Hamstrings Extensie Flexie -
Pre-tibia-groep - - Dorsaalflexie
Kuit-groep - Flexie Plaintairflexie
Spiergroep Relevante spier(en)
Quadriceps-groep m. sartorius
m. rectus femoris
Hamstrings m. semimembranosus
m. semitendinosus
m. biceps femoris
Pre-tibia-groep m. tibialis anterior (inversie)
Kuit-groep m. gastrocnemius caput mediale
m. gastrocnemius caput laterale
m. soleus
m. tibialis posterior (inversie)
Peroneus-groep m. peroneus/fibularis longus
(eversie)
m. peroneus/fibularis brevis
(eversie)
10
, Mechanismen van Gezondheid en Ziekte | Joris van Doremalen
Deze bewegingen worden mogelijk gemaakt door gewrichten (met kraakbeen) en bijbehorende
spieren (met pezen). Deze spierengroepen zijn te verdelen in spieren. In de knie en enkel zitten
ligamenten die respectievelijk knie- en enkelbanden worden genoemd (tabel 3 en 4)
Naam (afk.) Anatomische
Anterior cruciate Ligamentum
ligament (ACL) cruciatum
anterius
Posterior cruciate Ligamentum
ligament (PCL) cruciatum
posterius
Medial collateral Ligamentum
ligament (MCL) collaterale
tibiale
Lateral collateral Ligamentum
ligament (LCL) collaterale
fibulare
Enkeldeel Ligament
Malleolus lateralis Ligamentum
(buitenenkel) talofibulare
anterius
Ligamentum
talofibulare
posterius
Ligamentum
calcaneofibulare
Malleolus medialis Ligamentum
(binnenenkel) deltoideum
Fysiologie van de ademhaling
Zuurstof uit de buitenlucht wordt ingeademd ter hoogte van de longen. Nadat de zuurstof in het
bloed gediffundeerd is, wordt het getransporteerd in de bloedvaten. Het hart pompt het bloed rond
in het vatenstelsel en transporteert zo het zuurstof naar de weefsels. Ter hoogte van de weefsels
wordt zuurstof verbruikt en zal zuurstof uit het bloed naar het weefsel diffunderen. Ter hoogte van
de mitochondriën wordt zuurstof verbruikt en energie (ATP) en koolstofdioxide gevormd. In
bijvoorbeeld spierweefsel wordt deze energie (ATP) verbruikt tijdens de contractie. Het gevormde
koolstofdioxide volgt de omgekeerde weg. Deze zal vanuit het weefsel het bloed in diffunderen, naar
de longen getransporteerd worden en ter hoogte van de longen worden uitgeademd.
11