Les 1
Organisatorische aspecten en veiligheid
- De beheersing van veiligheid: formele structuren en middelen
- Handelingen en praktijken: beslissingen, interactie tussen mensen, werkprocessen
- Begrijpen en duiden: basisassumpties, overtuigen, veiligheid- en risicoperceptie
Leerdoel les 1:
1. Ontwikkelingen in de organisatietheorieën benoemen
Een organisatie is
- Een doelgericht samenwerkingsverband. (Meestal gericht op continuïteit).
- Iets waarin mensen dingen doen
- Niet heel concreet. Daardoor altijd subjectief, er zijn meerdere werkelijkheden
- Waarneming/interpretatie speelt een grote rol, je kunt er op verschillende manier naar kijken.
Alle organisaties beschikken over:
- Mensen
- Middelen
- Doelstelling
Indeling organisatie naar doelen:
- Organisaties:
o Non-profit organisaties: geen winstoogmerk
o Profitorganisatie: winstoogmerk
- Bedrijven:
o Producten en/of diensten
o Non-profit (bijv. voedselbank)
o Profit
- Onderneming: winstoogmerk
- Overige organisaties:
o Zoals amateurverenigingen
Indeling organisatie naar rechtsvorm:
- Organisaties zonder rechtspersoonlijkheid, zoals:
o Eenmanszaak (ZZP’er)
o Vennootschap onder firma (VOF)
- Organisaties met rechtspersoonlijkheid:
o De Naamloze Vennootschap (NV)
o De Besloten Vennootschap (BV)
Ontwikkelingen in organisatietheorieen:
- 1890-1935
o Scientific Management (Taylor)
Efficiency
Taakverdeling
Prestatiebeloning
o General management theorie (Fayol)
Plannen, organiseren, opdracht geven, coordineren, controleren
o Rationale organisatie (Weber)
Procedures
Eenheid van bevel
- 1935-1955
o Human relations (Mayo)
Hawthorne experiment
Sociale aspecten
Gesloten systemen
, oRecisionisme (Bennis)
Combinatie van scientific management en human relations motivatie door
zinvolle taken
- 1955-nu
o Systeemtheorie
Grote maatschappelijke veranderingen
Internationale samenwerking
Open systeem
o Contigentiebenadering
Kennisevolutie
Etc nog even zokeen
Economisch kringloopmodel
- Wisselwerking tussen de verschillende organisaties
- De economische omgeving van organisaties
- Economisch kringloopmodel
o Input
o transformatie
o Output
Het model
Het 7-s model, manier om een organisatie
te analyseren
1. Stratergy (grote lijn)
2. Structure (arbeidsverdeling en
coordinatie)
3. Systems (systemen, procedures,
modellen)
4. Staff (personeelsbeleid)
5. Skills (kennis en vaardigheden)
6. Style (stijl van leidinggeven)
7. Shared values (waarden en normen)
, Les 2 strategie:
In deze les komt strategie aan te pas van het 7-S model
Leerdoelen:
1. Modellen voor interne en externe analyse in eigen woorden uitleggen
2. Uitleggen hoe resultaten van in- en externe analyse kunnen worden vertaald instrategische keuzes.
Managementproces:
Drie functies van management:
1. beleidsvorming (strategisch/richten)
Kansen en bedreigingen in de omgeving vertalen naar plannen, waarbij rekening
wordt gehouden met sterkten en zwakten
2. Structurering (tactisch/inrichten)
De organisatiestructuur ontwerpen, verdelen taken, bevoegdheden en
verantwoordelijkheden
3. Uitvoeren (operationeel/verrichten)
Doen, uitvoeren, beheersen, bijsturen
Model voor strategisch management
Missie, visie en strategie
Missie (waarom bestaan we) voldoet aan 5 kenmerken
1. Is eenvoudig
2. Geeft richting
3. Is motiverend
4. Is committerend
5. Is uniek
Visie (toekomstbeeld):
Geeft antwoord op de vraag, hoe zien wij ons zelf in de wereld van morgen. De kan sneller
veranderen dan de missie. Bijvoorbeeld door nieuwe technologieën.
1. Waar gaan we samen naar toe?
2. Waar geloven we in?
3. Wie willen we zijn?
Een missie is waarvoor we gaan een visie is waarvoor we gaan.
Strategie: Hoe willen we dit gaan bereiken.
Kernwaarden: waar geloven we in.
Organisatorische aspecten en veiligheid
- De beheersing van veiligheid: formele structuren en middelen
- Handelingen en praktijken: beslissingen, interactie tussen mensen, werkprocessen
- Begrijpen en duiden: basisassumpties, overtuigen, veiligheid- en risicoperceptie
Leerdoel les 1:
1. Ontwikkelingen in de organisatietheorieën benoemen
Een organisatie is
- Een doelgericht samenwerkingsverband. (Meestal gericht op continuïteit).
- Iets waarin mensen dingen doen
- Niet heel concreet. Daardoor altijd subjectief, er zijn meerdere werkelijkheden
- Waarneming/interpretatie speelt een grote rol, je kunt er op verschillende manier naar kijken.
Alle organisaties beschikken over:
- Mensen
- Middelen
- Doelstelling
Indeling organisatie naar doelen:
- Organisaties:
o Non-profit organisaties: geen winstoogmerk
o Profitorganisatie: winstoogmerk
- Bedrijven:
o Producten en/of diensten
o Non-profit (bijv. voedselbank)
o Profit
- Onderneming: winstoogmerk
- Overige organisaties:
o Zoals amateurverenigingen
Indeling organisatie naar rechtsvorm:
- Organisaties zonder rechtspersoonlijkheid, zoals:
o Eenmanszaak (ZZP’er)
o Vennootschap onder firma (VOF)
- Organisaties met rechtspersoonlijkheid:
o De Naamloze Vennootschap (NV)
o De Besloten Vennootschap (BV)
Ontwikkelingen in organisatietheorieen:
- 1890-1935
o Scientific Management (Taylor)
Efficiency
Taakverdeling
Prestatiebeloning
o General management theorie (Fayol)
Plannen, organiseren, opdracht geven, coordineren, controleren
o Rationale organisatie (Weber)
Procedures
Eenheid van bevel
- 1935-1955
o Human relations (Mayo)
Hawthorne experiment
Sociale aspecten
Gesloten systemen
, oRecisionisme (Bennis)
Combinatie van scientific management en human relations motivatie door
zinvolle taken
- 1955-nu
o Systeemtheorie
Grote maatschappelijke veranderingen
Internationale samenwerking
Open systeem
o Contigentiebenadering
Kennisevolutie
Etc nog even zokeen
Economisch kringloopmodel
- Wisselwerking tussen de verschillende organisaties
- De economische omgeving van organisaties
- Economisch kringloopmodel
o Input
o transformatie
o Output
Het model
Het 7-s model, manier om een organisatie
te analyseren
1. Stratergy (grote lijn)
2. Structure (arbeidsverdeling en
coordinatie)
3. Systems (systemen, procedures,
modellen)
4. Staff (personeelsbeleid)
5. Skills (kennis en vaardigheden)
6. Style (stijl van leidinggeven)
7. Shared values (waarden en normen)
, Les 2 strategie:
In deze les komt strategie aan te pas van het 7-S model
Leerdoelen:
1. Modellen voor interne en externe analyse in eigen woorden uitleggen
2. Uitleggen hoe resultaten van in- en externe analyse kunnen worden vertaald instrategische keuzes.
Managementproces:
Drie functies van management:
1. beleidsvorming (strategisch/richten)
Kansen en bedreigingen in de omgeving vertalen naar plannen, waarbij rekening
wordt gehouden met sterkten en zwakten
2. Structurering (tactisch/inrichten)
De organisatiestructuur ontwerpen, verdelen taken, bevoegdheden en
verantwoordelijkheden
3. Uitvoeren (operationeel/verrichten)
Doen, uitvoeren, beheersen, bijsturen
Model voor strategisch management
Missie, visie en strategie
Missie (waarom bestaan we) voldoet aan 5 kenmerken
1. Is eenvoudig
2. Geeft richting
3. Is motiverend
4. Is committerend
5. Is uniek
Visie (toekomstbeeld):
Geeft antwoord op de vraag, hoe zien wij ons zelf in de wereld van morgen. De kan sneller
veranderen dan de missie. Bijvoorbeeld door nieuwe technologieën.
1. Waar gaan we samen naar toe?
2. Waar geloven we in?
3. Wie willen we zijn?
Een missie is waarvoor we gaan een visie is waarvoor we gaan.
Strategie: Hoe willen we dit gaan bereiken.
Kernwaarden: waar geloven we in.