Internationaal
‘Internationaal belastingrecht’, 8 e druk (verouderde druk?), gebruik op
eigen risico
NB: oranje hoofdstukken zijn verplichte literatuur, grijze hoofdstukken
niet
Door prof. mr. dr. A.C.G.A.C. de Graaf, prof. dr. P. Kavelaars, en prof. dr.
A.J.A. Stevens, samengevat door Rosalynn de Jong
Inhoud
Internationaal I
Hoofdstuk 1: Algemene karakteristieken................................................................2
Hoofdstuk 2: Voorkomingsregelingen.....................................................................7
Hoofdstuk 3: De winstsfeer.................................................................................. 13
Hoofdstuk 4: Vermogensinkomsten, vermogenswinsten en vermogens...............17
Hoofdstuk 5: Publiek- en privaatrechtelijke arbeidsverhoudingen........................22
Hoofdstuk 6: Overige inkomsten..........................................................................27
Hoofdstuk 7: Enkele formeelrechtelijke aspecten.................................................27
Internationaal II
Hoofdstuk 1: Introductie....................................................................................... 30
Hoofdstuk 2: Belastingen in de EU-verdragen, basis voor harmonisering............31
Hoofdstuk 3: Algemene wetsbegrippen EU en belasting-begrippen.....................34
Hoofdstuk 9: De moeder- dochterrichtlijn.............................................................42
Hoofdstuk 10: De fusierichtlijn............................................................................. 45
Hoofdstuk 12: De interest- en royaltyrichtlijn.......................................................47
Hoofdstuk 13: De spaartegoedenrichtlijn.............................................................48
1
, Hoofdstuk 1: Algemene karakteristieken
Inleiding
Doordat landen verschillende aanknopingspunten hebben bij de belastingheffing,
kan het voorkomen dat als je grensoverschrijdend actief bent, je in meerdere
landen belasting moet betalen (dubbele belasting). In dit hoofdstuk wordt
gekeken welke twee soorten dubbele belastingheffing er zijn, wat ‘Nederland’
precies inhoudt, wanneer je ‘inwoner’ bent en ‘vaste inrichting’, en het
bronlandbeginsel.
Heffingsbeginselen
De drie belangrijkste heffingsbeginselen zijn het nationaliteitsbeginsel,
woonplaatsbeginsel, en bronstaatbeginsel. Bij de eerste twee is er een
subjectieve band tussen de persoon en de staat, en wordt de persoon belast voor
zijn wereldinkomen in dat land. Bij het bronstaatbeginsel 1 is er een objectieve
band tussen persoon en staat, en is er een beperkte heffingsbevoegdheid.
Het woonlandbeginsel2 houdt in dat iedereen die in Nederland woont, onbeperkt
belastingplichtig is, aangezien hij geniet van de Nederlandse voorzieningen. Het
bronlandbeginsel houdt in dat de bron in Nederland ligt, en dat het profijt dat jij
hebt van die Nederlandse bron wordt belast. Het nadeel is dat niet kan worden
geheven naar draagkracht. Het nationaliteitsbeginsel houdt in dat als je eenmaal
Amerikaan of Zwitser bent, je zolang je die nationaliteit hebt, onbeperkt
belastingplichtig bent in resp. de VS of Zwitserland.
In Nederland hebben we alle drie deze heffingsbeginselen.
- In de Inkomstenbelasting staat het woonlandbeginsel (binnenlands
belastingplichtigen) en bronlandbeginsel (buitenlands belastingplichtigen)
in art. 2.1 IB, met in art. 2.2 IB het nationaliteitsbeginsel voor diplomaten
en de fictie in art. 7.5 voor de vennootschap van de AB-houder.
- In de loonbelasting staat de bronbelasting centraal in art. 6 lid 2 LB,
namelijk of de inhoudingsplichtige in Nederland is gevestigd. In art. 2 lid 3-
5 LB staan uitzonderingen: als de werknemer in het buitenland werkt 3 en
buitenlandse loonbelasting betaalt 4.
1 Het bronstaatbeginsel heet ook wel situsbeginsel, oorsprongsbeginsel of
territorialiteitsbeginsel
2 Het woonlandbeginsel heet ook wel domiciliebeginsel.
3 Deze uitzondering geldt niet voor bestuurders en commissarissen, art. 2 lid 3
LB
4 Als iemand dus in Nederland woont en in het buitenland werkt, heft Nederland
loonbelasting op grond van het woonlandbeginsel. Als iemand niet in Nederland
woont maar wel Nederlands inkomen heeft, wordt geheven op grond van het
bronlandbeginsel.
2