Didactiek : bestudeert hoe je andere het best iets aan kunt leren.
Planmatig werken/systematisch werken:
Voorbereiden of plannen
Uitvoeren of realiseren
Evalueren
Didactische sleutelvragen:
Waar moet ik beginnen?
Wat wil ik bereiken?
Hoe ga ik de les geven?
Heb ik mijn doel bereikt?
Didactisch model (=schematische weergave van lesgeefproces) :
Komt voort uit de 4 didactische sleutelvragen
Kent 4 componenten :
o Beginsituatie
o Doelstelling
o Les/training
o Evaluatie
Kent 3 fasen van handelen
o Plannen
o Realiseren
o evalueren
thema 2 : motorisch, cognitief en sociaal-affectief
gedrag
gedrag :
motorisch gedrag
o beheersing van lichamelijke vaardigheden. (VB: lopen, springen,
kracht, snelheid, etc.)
cognitief gedrag
o het gedrag dat te maken heeft met het denken, het verstand.
(weten en begrijpen)
sociaal-affectief gedrag
o het sociale aspect ( VB: samenwerken in team, feeback geven, etc.)
sociale interactie
communicatie
o het affectieve of emotionele aspect (VB: karakter, blijheid, motivatie,
etc.)
emoties en gevoelens
wisselwerking ook wel psychomotoriek genoemd.
Bij motorisch gedrag is altijd sprake van cognitief en sociaal-affectief gedrag.
Vanwege de nadruk op motorisch gedrag wordt het psychomotoriek genoemd.
, Thema 3 : de beginsituatie
Beginsituatie : het geheel van gegevens die de startsituatie
bepalen van waaruit de les of training gegeven wordt.
Beginsituatieanalyse : het verzamelen, ordenen en interpreteren van
alle gegevens die een rol spelen bij het lesgeven.
Het verband tussen
beginsituatie en doelstelling:
je kunt pas tot een doelstelling komen als je de beginsituatie weet.
(De vraag ‘Wat wil ik bereiken?’ (doelstelling) is afhankelijk van de groep
waaraan je les geeft en de omstandigheden waaronder je dat doet
(beginsituatie))
belangrijk om je doelstelling duidelijk te verwoorden. Zonder duidelijke
doelstelling wordt het gericht analyseren van een beginsituatie lastig. En
zonder goed geanalyseerde en beschreven beginsituatie kan geen juiste
doelstelling vormen.
beginsituatie en de les
beginsituatie vormt het vertrekpunt voor een les. Door het analyseren van
de beginsituatie, probeer je antwoord te vinden op de vraag ‘Waar moet ik
beginnen?’
beginsituatie en evaluatie
door te evalueren, stellen we het behaalde leerresultaat vast. Dit resultaat
vormt de nieuwe informatie voor de veranderde, verbeterde beginsituatie
voor de volgende les.
Verkrijgen van beginsituatie:
observeren
Doelgericht waarnemen en ordenen van de gekregen informatie van een groep of
individu. Na observatie zal ook registratie plaats moeten vinden. je maakt een
overzicht, waarin wordt aangegeven wat de beginsituatie is.
Vragen stellen
Eerdere trainers, sporters en andere personen die betrokken zijn bij de groep aan
wie je lesgeeft vragen stellen. Ook deze informatie wordt in een overzicht
geplaatst.
Specifieke middelen
Doormiddel van bepaalde specifieke testen af te leggen.