Goederenrecht C.S.
Pitlo deel 3. Het Nederlands burgerlijk recht, 14e druk.
Inhoud
Week 1; HC A & HC B............................................................................................................ 2
VERHAAL EN VOORRANG ALGEMEEN................................................................................................2
PANDRECHT, IN HET BIJZONDER OP ROERENDE ZAKEN.....................................................................2
Week 2; HC A & HC B............................................................................................................ 4
PANDRECHT OP VORDERINGEN I........................................................................................................4
PANDRECHT OP VORDERINGEN II.......................................................................................................4
Week 3; HC A & HC B............................................................................................................ 6
PANDRECHT OP VORDERINGEN III......................................................................................................6
RETENTIERECHT EN HYPOTHEEK........................................................................................................6
Week 4; HC A & HC B............................................................................................................ 8
VORMERKUNG, BESLAG EN FAILLISSEMENT.......................................................................................8
FAILLISSEMENTSPAULIANA.................................................................................................................8
Week 5; HC A & HC B............................................................................................................ 9
EIGENDOMSVOORBEHOUD EN RECHT VAN RECLAME.......................................................................9
DE BIJZONDERE VERHAALSPOSITIE VAN DE FISCUS............................................................................9
Week 6; HC A & HC B.......................................................................................................... 11
FIDUCIAVERBOD EN KWALITEITSREKENING.....................................................................................11
ERFPACHT EN OPSTAL......................................................................................................................11
Week 7; HC A & HC B.......................................................................................................... 12
ERFDIENSTBAARHEID........................................................................................................................12
APPARTEMENTSRECHT.....................................................................................................................12
1
Rijksuniversiteit Groningen Jaar 2021-2022 Tamara v. O
, Beknopte collegeaantekeningen van belangrijke punten
Goederenrecht C.S.
Pitlo deel 3. Het Nederlands burgerlijk recht, 14e druk.
Week 1; HC A & HC B
VERHAAL EN VOORRANG ALGEMEEN
Eigendom in goederenrecht: regelt relatie van eigenaar jegens ieder ander. Toepassing
redelijkheid & billijkheid in goederenrecht dus heel terughoudend toepassen, want dit
heeft namelijk ook invloed op derden!
Art. 3:276 BW: schuldenaar staat met zijn hele vermogen (ook toekomstig vermogen) in voor
zijn schulden.
Tenzij anders wordt bepaald door wet (bijvoorbeeld: art. 447 Rv) of overeenkomst.
Tegelijk ook beperking: schuldeiser kan zich niet verhalen op het vermogen van
derden!
Paritas creditorum (art. 3:277 BW): alle schuldeisers zijn gelijk → vorderingen worden naar
evenredigheid voldaan!
Evenredig, tenzij een partij een voorrecht (art. 3:278 BW) heeft.
PANDRECHT, IN HET BIJZONDER OP ROERENDE ZAKEN
Pandhouder (art. 3:227 BW): heeft een hele sterke juridische machtspositie → enige
barstjes in dit recht = de WHOA en de afkoelingsperiode (maar dan kan curator ook niets).
De HR gaat vrij soepel om met de vereisten van pandrecht.
Voorbehouden pandrecht: stukje eigendom (m.b.t. pandrecht) blijft achter. De Verkrijger is
nooit volledig eigenaar geweest.
Sterk recht. →
Pandrecht bij voorbaat: de verkrijger heeft één juridische seconde het volledige eigendom
gehad! Daarna stukje m.b.t. het pandrecht uit het vermogen/eigendom.
Minder sterk recht.
→
Derdenbescherming: art. 3:238 BW en art. 3:86 lid 2 BW. Het peilmoment van de te
goeder trouw (de 2 artikelen) is anders! Let ook op rangwisseling.
Executie: kan o.g.v. art. 3:248 BW slechts verkopen als de schuldenaar in verzuim is.
Hoofdregel = openbare verkoop, art. 3:250 BW.
Uitzondering = afwijkende wijze verkoop, art. 3:251 BW.
2
Rijksuniversiteit Groningen Jaar 2021-2022 Tamara v. O
, Beknopte collegeaantekeningen van belangrijke punten
Goederenrecht C.S.
Pitlo deel 3. Het Nederlands burgerlijk recht, 14e druk.
Voor goederen/zaken:
Vuistpandrecht: afgifte van zaak aan pandhouder/derde, dus uit handen van de pandgever!
Art. 3:236 (lid 1) BW.
Stil pandrecht: vestiging d.m.v. authentieke of geregistreerde onderhandse akte →
constitutief! Art. 3:237 BW.
In de tussentijd kunnen zich voorvallen voordoen! Denk aan: vervreemding, bezwaring,
beslag en faillissement.
Een geslaagde vestigingshandeling bij voorbaat roept nog géén pandrecht in het
leven! Pas als aan 3 vereisten van art. 3:98 jo. 3:84 lid 1 BW is voldaan (met name de
beschikkingsbevoegdheid!).
Pandrecht ontstaat automatisch! Maar let op bij faillissement niet, art. 20 jo. 23 Fw.
Wilswijziging van de pandgever na de vestigingshandeling kan het ontstaan van het
pandrecht niet meer beletten.
3
Rijksuniversiteit Groningen Jaar 2021-2022 Tamara v. O