Hoofdstuk 1
Coachen is een manier van werkgerelateerd leren waarbij vooral in
tweegesprekken wordt gewerkt. Er is een rol onderscheid tijdens het gesprek. De
coach zorgt dat de coachee voor zichzelf zorgt. Coachend leiding geven > het
toepassen van coachingtechnieken bij het leidinggeven. Het doel is de
professionaliteit van de coachee te vergroten. Je moet reflectie stimuleren.
Potentiële kwaliteiten vrij maken en obstakels overwinnen. Coaching bestaat uit
4 stappen:
1. Intake: doelstelling, variatie van leervormen.
2. Vaststellen van tijdstip, agenda en plaats
3. Aantal coachinggesprekken
4. Evaluatie van de opbrengsten
De coachee moet de kans krijgen om te reflecteren op eigen handelen en
denken. Het bereik van coaching vragen:
- Vragen waarbij de inhoud en vakkennis centraal staan.
- Vragen waarbij een inhoudelijke component aanwezig is.
- Vragen waarbij de persoonlijke eigenschappen centraal staan.
[zie tabel blz. 8]
Verschillende problemen:
- Objectieve / technische problemen
- Onderliggend patroon niet herkennen (het échte probleem niet inzien)
- Problemen die té persoonlijk zijn om op je werk te bespreken
In grote lijnen is een coach in staat om aan te sluiten bij de vraagstelling van de
coachee en de coachee te ondersteunen bij het vinden van een oplossing of een
aanpak.
[zie tabel blz. 11]
Hoofdstuk 2
Het Joharivenster = een venster op de coachee.
- Gespreksruimte of ‘vrije ruimte’ > expressief (de verhalen die de coachee
verteld) of appellerend (als de coachee beroep doet op de coach).
Vier verschillende niveaus van expliciete communicatie > inhoud,
procedure, interactie, emotie.
- Privépersoon > wat omgaat binnen de coachee, maar niet direct
medegedeeld wordt of opgepikt wordt door de coach = op te delen in niveau:
o Non-verbale uitingen
o Impliciete uitingen
o Niet opgepikte uitingen
o Wel gedacht maar niet gecommuniceerd
o Wat nu niet aan de orde is
- Blinde vlek > deel van de inbreng van de coachee dat wel opvalt aan de
coach, maar niet gezien wordt door de coachee zelf. Dit gebied is te verdelen
in tweeën:
o Datgene dat de coachee voorbewust is
o Datgene dat de coachee onbewust is
- Onbekend terrein > informatie die bij toeval onder de aandacht van de
coachee kan komen en dan erkenning en herinnering vindt in de reactie van
de coachee.