Vragen College 20 april 2016
Wijsgerige & Historische Pedagogiek
De opvoedbare mens
Citaat: ‘Met de vaststelling dat de mens de diersoort is waarvan, om het met
Sartre te zetten, de existentie aan de essentie voorafgaat, bereikte het vak
[wijsgerige antropologie] als het ware een natuurlijk eindpunt. (…) De mens is
wat hij van zichzelf maakt, schepper én schepsel van de cultuur, een vraag
zonder antwoord.’ (paragraaf 2)
1. Wat wordt er bedoeld met dat ‘de existentie aan de essentie
voorafgaat’?
Essentie: dat wat je wezenlijk bent, wat de mens ten diepste is. Sartre denkt
dat mensen geen essentie hebben, of dat deze pas aan het einde van het leven
vastgesteld kan worden. Mensen bestaan (existentie) voordat hun essentie
bekend, gegeven is. In je leven werk je langzaam uit wat wezenlijk voor jou is.
Citaat: ‘Black kan, als hij dat wil, Jones laten doen wat hij (Black) wil. Frankfurt
geeft Black daartoe alle vermogens die hij eventueel nodig zou hebben om dit
gegarandeerd voor elkaar te krijgen (hypnose, neurofysiologisch ingrijpen, etc.,).
Maar Black hoeft nooit in te grijpen, omdat Jones steeds uit zichzelf al doet wat
Black wil dat hij doet. Frankfurt betoogt dat Jones in feite geen alternatieven
heeft; Jones kan niet anders dan doen wat Black wil dat hij doet.’ (paragraaf 4.1)
2. Jones heeft geen alternatieven en kan niet spontaan en
gecontroleerd invloed uitoefenen op zijn eigen handelen. Maar hij
is wel verantwoordelijk voor zijn daden, in de morele zin van het
woord. Hoe zit dat? Dr. Black heeft een chip in het hoofd van Jones
gezet, als Jones iets aardigs wil doen, kan dr. Black een hendel omhalen
zodat hij toch wat slechts doet. De voorwaarde dat je ook iets anders had
kunnen doen, telt niet bij verantwoordelijkheid. Of je nu verantwoordelijk
bent of niet voor je daden heeft te maken met of je vrij bent of niet, maar
dit heeft niets te maken of je wel of niet iets anders had kunnen doen.
Jones kan alleen maar onaardig doen, maar hij laat aan dr. Black merken
dat hij ook niet anders wil ook al zou hij anders kunnen.
3. Wat betekenen de begrippen acces consciousness en phenomenal
consciousness? (paragraaf 4.2)
Acces consciousness: Bewust zijn dat je je bewust bent
Phenomenal consciousness: Bewust zijn van de verschijnselen om je
heen
Citaat: ‘Het organisme dat ik als actor ben heeft een echte of eigen wil vanege de
aanwezigheid van die twee hiërarchisch gerelateerde wilstoestanden. En dankzij
de relatie tussen die twee wilstoestanden krijgt het ook zin om te zeggen dat ik
als actor een zelf heb, of, voorzichtiger, dat ik zelf iets wil.’ (paragraaf 4.2)
4. ‘Zelf’ is een relatie tussen de eerste en tweede orde van
wilstoestanden? Wat als die twee niet overeenkomen?
Je wil bijvoorbeeld graag van tango houden, maar je houdt niet van tango.
Volgens Frankfurt ben je dan onvrij: je handelt of op basis van de ene
, wilstoestand of op basis van de andere toestand maar deze komen niet
overeen.
Iemand’s zelf is de relatie tussen zijn verschillende wilstoestanden.
Citaat: ‘Mijn gedrag geeft uitdrukking aan mijn vrije wil. Mijn gedrag toont dat
mijn wil een relatie is tussen een wilstoestand van de eerste orde en een
wilstoestand van de tweede orde, en deze relatie is eigenlijk niets anders dan die
dubbele bepaling van mijn zelf. Door de overeenstemming tussen beide
wilstoestanden wordt in één keer gerealiseerd dat mijn echte, eigen wil mijn
gedrag bepaalt, maar ook dat mijn echte, eigen wil daardoor zelf bepaald wordt
(dus in mijn gedrag zijn bepaling vindt).’ (paragraaf 4.2)
5. Kan je iets uitleggen over hoe de eigen wil door gedrag wordt
bepaald?
Als ik één wil heb (geünificeerde wil), ben ik een zelf. Dus ik bepaal zelf wat
ik zal gaan doen en wat ik zelf word. Je bepaalt wie je bent door dat je doet
wat je doet. Wat jouw wil is, toont zich in wat je doet. Met je gedrag bepaal
je wat je wil is en met je wil bepaal je wat je doet.
6. Kan je iets uitleggen over zelfbepaling (‘wat, vanwege de
reflexiviteit van het menselijk denken en handelen, in één keer
vier verschillende zaken omvat’)?
Zelfbepaling is eigenlijk 4 dingen tegelijkertijd: zelf speelt twee rollen (je
bent degene die iets bepaald en je bent degene die bepaald wordt) en
bepaling heeft twee betekenissen (blootleggen en vastleggen).
7. Als je iets doet wat je eigenlijk niet wil doen, of iets niet doet wat
je eigenlijk wel zou willen, is er dan nog wel sprake van
zelfbepaling?
Nee, als je er niet in slaagt om je wil tot één eenheid te maken ben je jezelf
kwijt en dat wat je doet is onvrij gedrag: je doet wel iets, maar je weet niet
of je er achterstaat.
8. Wat bedoelt Strawson met een ‘persoon’? (paragraaf 5)
Personen zijn wezens waarvan je aan de buitenkant ontdekt dat het een
persoon is. Een persoon is een persoon doordat een persoon morele
emoties heeft en daarop aangesproken kan worden. Je kunt niet in je
eentje een persoon zijn, dit ben je met elkaar als je elkaar op gedrag
aanspreekt.
Citaat: ‘Strawson betoogt dat we, om iemand überhaupt te kunnen identificeren,
zo iemand moeten kunnen heridentificeren. We moeten iemand als het ware
minstens twee keer tegenkomen om de tweede keer te kunnen zeggen dat dit
dezelfde persoon is als degene die we de eerste keer tegenkwamen.’ (paragraaf
5)
9. Waarom moet je elkaar twee keer tegenkomen om elkaar te
kunnen identificeren?
Om te weten dat iemand diegene is moet je vaker met diegene te maken
te hebben.
10. Wat bedoel je met de zoektocht van de wijsgerige
antropologie naar een gezamenlijke praxis?
Wijsgerige & Historische Pedagogiek
De opvoedbare mens
Citaat: ‘Met de vaststelling dat de mens de diersoort is waarvan, om het met
Sartre te zetten, de existentie aan de essentie voorafgaat, bereikte het vak
[wijsgerige antropologie] als het ware een natuurlijk eindpunt. (…) De mens is
wat hij van zichzelf maakt, schepper én schepsel van de cultuur, een vraag
zonder antwoord.’ (paragraaf 2)
1. Wat wordt er bedoeld met dat ‘de existentie aan de essentie
voorafgaat’?
Essentie: dat wat je wezenlijk bent, wat de mens ten diepste is. Sartre denkt
dat mensen geen essentie hebben, of dat deze pas aan het einde van het leven
vastgesteld kan worden. Mensen bestaan (existentie) voordat hun essentie
bekend, gegeven is. In je leven werk je langzaam uit wat wezenlijk voor jou is.
Citaat: ‘Black kan, als hij dat wil, Jones laten doen wat hij (Black) wil. Frankfurt
geeft Black daartoe alle vermogens die hij eventueel nodig zou hebben om dit
gegarandeerd voor elkaar te krijgen (hypnose, neurofysiologisch ingrijpen, etc.,).
Maar Black hoeft nooit in te grijpen, omdat Jones steeds uit zichzelf al doet wat
Black wil dat hij doet. Frankfurt betoogt dat Jones in feite geen alternatieven
heeft; Jones kan niet anders dan doen wat Black wil dat hij doet.’ (paragraaf 4.1)
2. Jones heeft geen alternatieven en kan niet spontaan en
gecontroleerd invloed uitoefenen op zijn eigen handelen. Maar hij
is wel verantwoordelijk voor zijn daden, in de morele zin van het
woord. Hoe zit dat? Dr. Black heeft een chip in het hoofd van Jones
gezet, als Jones iets aardigs wil doen, kan dr. Black een hendel omhalen
zodat hij toch wat slechts doet. De voorwaarde dat je ook iets anders had
kunnen doen, telt niet bij verantwoordelijkheid. Of je nu verantwoordelijk
bent of niet voor je daden heeft te maken met of je vrij bent of niet, maar
dit heeft niets te maken of je wel of niet iets anders had kunnen doen.
Jones kan alleen maar onaardig doen, maar hij laat aan dr. Black merken
dat hij ook niet anders wil ook al zou hij anders kunnen.
3. Wat betekenen de begrippen acces consciousness en phenomenal
consciousness? (paragraaf 4.2)
Acces consciousness: Bewust zijn dat je je bewust bent
Phenomenal consciousness: Bewust zijn van de verschijnselen om je
heen
Citaat: ‘Het organisme dat ik als actor ben heeft een echte of eigen wil vanege de
aanwezigheid van die twee hiërarchisch gerelateerde wilstoestanden. En dankzij
de relatie tussen die twee wilstoestanden krijgt het ook zin om te zeggen dat ik
als actor een zelf heb, of, voorzichtiger, dat ik zelf iets wil.’ (paragraaf 4.2)
4. ‘Zelf’ is een relatie tussen de eerste en tweede orde van
wilstoestanden? Wat als die twee niet overeenkomen?
Je wil bijvoorbeeld graag van tango houden, maar je houdt niet van tango.
Volgens Frankfurt ben je dan onvrij: je handelt of op basis van de ene
, wilstoestand of op basis van de andere toestand maar deze komen niet
overeen.
Iemand’s zelf is de relatie tussen zijn verschillende wilstoestanden.
Citaat: ‘Mijn gedrag geeft uitdrukking aan mijn vrije wil. Mijn gedrag toont dat
mijn wil een relatie is tussen een wilstoestand van de eerste orde en een
wilstoestand van de tweede orde, en deze relatie is eigenlijk niets anders dan die
dubbele bepaling van mijn zelf. Door de overeenstemming tussen beide
wilstoestanden wordt in één keer gerealiseerd dat mijn echte, eigen wil mijn
gedrag bepaalt, maar ook dat mijn echte, eigen wil daardoor zelf bepaald wordt
(dus in mijn gedrag zijn bepaling vindt).’ (paragraaf 4.2)
5. Kan je iets uitleggen over hoe de eigen wil door gedrag wordt
bepaald?
Als ik één wil heb (geünificeerde wil), ben ik een zelf. Dus ik bepaal zelf wat
ik zal gaan doen en wat ik zelf word. Je bepaalt wie je bent door dat je doet
wat je doet. Wat jouw wil is, toont zich in wat je doet. Met je gedrag bepaal
je wat je wil is en met je wil bepaal je wat je doet.
6. Kan je iets uitleggen over zelfbepaling (‘wat, vanwege de
reflexiviteit van het menselijk denken en handelen, in één keer
vier verschillende zaken omvat’)?
Zelfbepaling is eigenlijk 4 dingen tegelijkertijd: zelf speelt twee rollen (je
bent degene die iets bepaald en je bent degene die bepaald wordt) en
bepaling heeft twee betekenissen (blootleggen en vastleggen).
7. Als je iets doet wat je eigenlijk niet wil doen, of iets niet doet wat
je eigenlijk wel zou willen, is er dan nog wel sprake van
zelfbepaling?
Nee, als je er niet in slaagt om je wil tot één eenheid te maken ben je jezelf
kwijt en dat wat je doet is onvrij gedrag: je doet wel iets, maar je weet niet
of je er achterstaat.
8. Wat bedoelt Strawson met een ‘persoon’? (paragraaf 5)
Personen zijn wezens waarvan je aan de buitenkant ontdekt dat het een
persoon is. Een persoon is een persoon doordat een persoon morele
emoties heeft en daarop aangesproken kan worden. Je kunt niet in je
eentje een persoon zijn, dit ben je met elkaar als je elkaar op gedrag
aanspreekt.
Citaat: ‘Strawson betoogt dat we, om iemand überhaupt te kunnen identificeren,
zo iemand moeten kunnen heridentificeren. We moeten iemand als het ware
minstens twee keer tegenkomen om de tweede keer te kunnen zeggen dat dit
dezelfde persoon is als degene die we de eerste keer tegenkwamen.’ (paragraaf
5)
9. Waarom moet je elkaar twee keer tegenkomen om elkaar te
kunnen identificeren?
Om te weten dat iemand diegene is moet je vaker met diegene te maken
te hebben.
10. Wat bedoel je met de zoektocht van de wijsgerige
antropologie naar een gezamenlijke praxis?