Kernconcepten
- Groepsvorming
- Sociale cohesie
- Politieke institutie
- Sociale institutie
- Representatie
- Representativiteit
- Cultuur
Inleiding:
Er zijn 4 soorten bindingen:
1. Cognitieve binding
Afhankelijkheidsrelatie op basis van kennisoverdracht
2. Economische binding
Afhankelijkheid van consumptie en productie van schaarse goederen.
Binding op basis van geld.
3. Politieke binding
Afhankelijkheid van politieke macht.
4. Affectieve binding
Afhankelijkheid van positieve of negatieve gevoelens
Deze bindingen hebben een relatie met groepsvorming. Groepsvorming zijn bindingen
tussen meer dan twee mensen die tot stand gekomen is door elkaar te beïnvloeden en
gemeenschappelijke waarden en normen te ontwikkelen.
Table of Contents
Hoofdstuk 2 BINDING.........................................................................................................1
2.1 Groepsvorming.......................................................................................................................2
2.2 Sociale Cohesie.......................................................................................................................2
2.3 Sociale controle......................................................................................................................3
2.4 Sociale institutie.....................................................................................................................3
2.5 Cultuur....................................................................................................................................3
2.6 Politieke institutie...................................................................................................................3
2.7 Representatie en representativiteit........................................................................................4
2.8 Bedreigingen van de Nederlandse samenleving......................................................................4
2.10 Objectieve en subjectieve (on)veiligheid..............................................................................4
1
, 2.11 Beeldvorming rondom (on)veiligheid....................................................................................4
2.12 Veiligheidsuptopie................................................................................................................5
2.13 Verschuivingen in de aard en omvang van criminaliteit........................................................5
2.15 Klassieke en moderne school in het strafrecht......................................................................5
2.17 Verandering in het overheidsbeleid ten aanzien van criminaliteit........................................6
2.1 Groepsvorming
Groepsvorming impliceert dat onderscheid gemaakt wordt tussen wie er wel en wie er niet
bij hoort. (Insluiting en uitsluiting).
Als er een in een groep een hoge mate van groepscohesie is, zullen individuele leden
geneigd zijn zich aan te passen aan de regels en gewoontes van de groep.
Groepen proberen afwijkend gedrag van groepsleden te verminderen en het uittreden van
leden te voorkomen door sociale controle.
Soms ontstaan er situaties waarin mensen niet langer bij een groep willen horen doordat:
- Ze er niet meer bij willen horen
- Ze er niet meer bij mogen horen
- Ze er niet meer bij kunnen horen
Soorten groepen:
- Formele groepen
Vast omschreven doelen en normen, regels en procedures, bepaalde rollenstructuur en
hiërarchie.
Bijv. een managementteam
- Informele groepen
Binding zonder vastgelegde doelen en normen, rollenstructuur en hiërarchie.
2.2 Sociale Cohesie
Sociale cohesie is het aantal en de kwaliteit van de bindingen die mensen in een ruimer
sociaal kader met elkaar hebben, het gevoel van een groep te zijn, lid te zijn van een
gemeenschap, de mate van verantwoordelijkheid van elkaars welzijn, en de mate waarin
andere daar ook besluitvorming reguleren.
3 factoren kunnen sociale cohesie bevorderen:
1. Wederzijdse afhankelijkheid van mensen
Participatiesamenleving. Bijv. in een wijk een buurtvereniging.
2. Dwang of macht
Dwang of macht kan uiteenvallen van een groep voorkomen
3. Gedeelde waarden en normen (saamhorigheidsbesef)
2