Samenvatting kennistoets 2.1
Ethiek:
Behandeldilemma:
- kosten
- last op schouders mantelzorger
- wat kan je betekenen voor de patiënt
- vooruitgang?
- tijdsduur
Profileringsprobleem:
- wat is de waarde van wat ik doe en hoe verander ik dit?
- waar ligt mijn verantwoordelijkheid?
- wat is de invloed van een ander beleid?
Kwaliteit van leven → de mate waarin mensen tevreden zijn of last hebben van een grote diversiteit van
levensaspecten (Wouters en Canters 2011)
Epicursus: de wortel van al het goede is geluk
Ziekte = straf / Lijden = waarde (volgens geloof)
Model van positieve gezondheid:
1) lichaamsfuncties → pijn, functioneren, energie
2) mentaal welbevinden → cognitieve en emotionele toestand
3) zingeving → doelen, acceptatie, toekomst perspectief
4) kwaliteit van leven → welbevinden, genieten, geluk
5) sociaal maatschappelijk participeren → contacten, relaties, werk
6) dagelijks functioneren → adl, werkvermogen
Wilsbekwaam: heeft te maken met beslissingen over zorg en gezondheid
- iedereen is wilsbekwaam tenzij een deskundig arts heeft vastgesteld dat iemand voor bepaalde beslissingen
wilsonbekwaam is.
Wilsonbekwaam wanneer:
- iemand kan info over zijn zorg/behandeling niet begrijpen of afwegen
- iemand begrijpt niet wat de gevolgen van zijn besluit zijn
- iemand kan geen besluit nemen
Moreel beraad: ethische discussie die je voert met collega’s
- multifunctioneel - hebt een voorzitter nodig
- vaste structuur - +/- 12 deelnemers
- hanteert bio-ethische principes - goed om patiënt of familie van patiënt te betrekken
Stappen moreel beraad:
1) analyseer de situatie (feiten)
2) onderzoek verschillende acties/alternatieven
3) identificeer de betrokkenen en hun belangen
4) beschrijf relevante normen en waarden
5) neem een beslissing
Bio-ethische principes: (Beauchamps & Childress)
- weldoen
- niet schaden
- respect voor autonomie
- respect voor rechtvaardigheid
,Anatomie:
Centraal zenuwstelsel: hersenen + ruggenmerg
Perifeer zenuwstelsel: alles behalve hersenen + ruggenmerg
Cerebri = cerebrum (grote hersenen) + truncus encephali (hersenstam) + cerebellum (kleine hersenen)
Gyri = ribbels
Sulci = groeve
Fissura = diepere inkepingen (onderscheid kwabben van elkaar)
Kwabben:
- frontale kwab → cognitief, executieve functies (plannen. Initiatief nemen)
- parietale kwab → sensorisch, ruimtelijke oriëntatie, waarnemen
- occipitale kwab → visueel
- temporale kwab → geheugen, herkennen, concentratie
Corpus callosum: vezelige structuur die linker en rechterhersenhelft met elkaar verbind (miljoenen
zenuwbanen)
Linkerhersenhelft = spraak, schrijven, geluid, taal, rekenen
Rechterhersenhelft = aanraking/voelen, geluid, analyseren, visualiseren
Grijze stof = hier liggen celkernen van neuronen
Witte stof = zenuwuitlopers (axonen), banen vanuit celkernen liggen hier (wit door myeline om
zenuwuitlopers)
• Midden brein is onderdeel van hersenstam
• Cerebellum zit aan hersenstam vast
Cerebellum belangrijk voor: coördinatie van motoriek
- heeft een posterieure en anterieure lob
Vascularisatie hersenen en ruggenmerg:
Aorta→ arterie subclavia → arterie corotus communis → arterie corotus internus
halsslagaderen
arterie vertebralis arterie corotus externus
Cirkel van Willis: interne en vertebrale arterie
- via deze manier blijft er altijd bloed naar het brein gaan
Cirkel van Willis splitst op in:
- middelste cerebrale arterie
- anterieure cerebrale arterie
- posterieure cerebrale arterie
Diëncephalon: tussenhersenen, bestaat uit thalamus en hypothalamus
Thalamus: verdeelt sensorische info vanuit ruggenmerg over andere
structuren in het cerebrum
Hypothalamus: controlerende functie van emoties, autonome functies en hormoonproductie
Autonome functies → ademhaling, hartslag, bloeddruk, spijsvertering
Limbisch systeem: emotie beleving, genotbeleving, motivatie
- emotioneel geheugen kan je bij bepaalde voorwerpen doen terug denken aan leuke/zware tijden
Basale ganglia/kernen: beweging
- ganglia→ nucleus caudatus, putamen, globus pallidus
- kernen → subthalamicus, substantia nigra
Ligging: rondom thalamus, onderdeel van extra piramidaal suysteem
Functie: vormen de regelkring tussen cerebrum en cerebellum
- regulerende rol, signalen versterken/verzwakken/bijsturen
,Truncus encephali/Truncus cerebri: hersenstam
- brug tussen cerebrum en cerebellum
- treden 12 zenuwen uit vanuit hersenstam, geven aanpassingen door die nodig zijn
om in leven te blijven
van boven naar beneden:
1) mesencephalon (middenhersenen)
2) pons (brug)
3) medulla oblongata (verlengde merg)
Formatio retacularis → netwerk van cellen die betrokken zijn bij reflexmatige
handelingen (zit over hele stam)
Hersendood → hersenstamfunctie valt steeds meer weg
Medulla oblongata: regelt autonome functies, hier kruisen veel zenuwbanen
- voordeel is dat er een behoud van functie is ondanks dat er een zenuwbaan is
uitgevallen
Pons: houdt met 2 armen cerebellum goed vast
- voorste deel → vooral waarnemen, info vanuit pons naar cerebellum sturen (beweging)
- achterste deel → vitale/autonome functies
Mesencephalon: zorgt voor regulatie van zintuiglijk en motorische functies (visuele en auditieve reflexen)
Nervi cranialis: Op Ons Oude Tuin Terras At Frits Verse Groente Van Albert Heijn
1. nervus Olfactorius – sensibel 7. nervus Facialis – motorisch/sensibel
2. nervus Opticus – sensibel 8. nervus Vestibulocochlearis – sensibel
3. nervus Oculomotorius – motorisch 9. nervus Glossopharyngeus – motorisch/sensibel
4. nervus Trochlearis – motorisch 10. nervus Vagus – motorisch/sensibel
5. nervus Trigeminus – motorisch/sensibel 11. nervus Accessorius – motorisch
6. nervus Abducens – motorisch 12. nervus Hypoglossus - motorisch
Medula spinalis: ruggenmerg
- voortzetting van medula oblongata vanaf foramen magnum en eindigt ter
hoogte van L2
Cranialis spinalis = wervelkanaal (+/- 1cm doorsnee)
Cranialis centralis = in contact met verschillende ventrikels om ruggenmerg
van hersenvloeistof te voorzien
Grijze stof = brede voorhoorns smalle achterhoorns (vlinder vorm)
Witte stof = buitenzijde van grijze stof
Ascenderende tracti/banen→ sensorisch naar de hersenen toe
Descenderende tracti/banen → motorisch van hersenen naar rest van lichaam
Ascenderend:
- dorsale gedeelte hersenen → aanraking, vibratiezin, proprioceptie
- spinocerebellaire deel → proprioceptie, info uit spierspoeltjes en peessensoren
- spinothalamisch & reticulair deel → grove tast, pijn
Descenderend:
- corticospinale banen → fijne motorisch aansturing van bewegingen
- rubrospinale banen → betrokken bij motorische controle en reguleren grote spieren
- reticulospinale banen → betrokken bij lopen en posturale controle
- vestibulospinale banen → evenwicht en houding
- tectospinale banen → hoofd en oogcontrole
Synergiën: groep samenwerkende spieren bij bepaalde beweging
, Autonome zenuwstelsel Animale zenuwstelsel
Vegetatief, visceraal en onwillekeurig Somatisch willekeurig
Regulatie van somatosensorisch, motorisch, Sensibel (gewaarwording) en motorisch (beweging)
viscerale, neuro-endocriene en neuro-
immunologische functies
In stand houden van homeostase
Sympatisch/parasympatisch
Sympathisch → fight or flight (secundaire centra in ruggenmerg C7-L2)
- dichterbij centrale zenuwstelsel verder van orgaan af
Parasympatisch → rest or digest (secundaire centra in truncus encephali & sacrale deel ruggenmerg)
- dichtbij orgaan verder van centrale zenuwstelsel af
Orgaan Sympathisch Parasympatisch
Oog Pupil verwijding Pupil vernauwing
Traanklier X Productie traanvocht
Speekselklier Secretie (afgeven) slijm Productie dun speeksel
Hart Toename frequentie Afname frequentie
Bloedvaten Vernauwing organen/ verwijding X
skeletspieren
Longen Bronchus verwijding Bronchus vernauwing
Bijniermerg Afscheiding adrenaline X
Maag-darmkanaal Minder darmbeweging Meer darmbeweging
Lever Stijging glucose productie Stijging gal productie
Nieren Minder urine produceren X
Blaas Remmen mictie Opgang komen mictie
Geslachtsorgaan Ejaculatie Erectie
Zweetklieren Stijging zweetproductie X
Haren Recht op staan X
Stofwisseling Stimulatie X
Hersenvliezen:
1) schedel
2) duramater (bescherming en voeding)
3) arachnoïd mater
Hiertussen zit subarochnoïdale ruimte (gevuld met hersenvloeistof)
4) piamater (voeding)
Gedragswetenschappen:
Cognitieve stoornissen
Het geheugen:
prikkels van buitenaf → filteren belangrijke info → opslaan info → terughalen info
3 opslag systemen:
1) sensorische geheugen: info uit zintuigen voor korte duur opslaan
2) korte termijn geheugen: werkgeheugen, bevat info die op dit moment actief is (beperkte opslag)
2) lange termijn geheugen: als je het veel herhaald wordt het opgeslagen voor langere tijd
Lange termijn geheugen opdelen in:
1) episodisch geheugen → belangrijke gebeurtenissen (trouwdag)
2) semantisch geheugen → feitjes
3) procedurele geheugen → vaardigheden (fietsen)
Retroactieve interferentie: moeite hebben om ouder opgeslagen info uit geheugen op te halen
Proactieve interferentie: moeite hebben om recente info uit geheugen op te halen, omdat oudere info in de
weg staat
Niet aangeboren hersenaandoeningen: (NAH)
- traumatisch of niet traumatisch
Ethiek:
Behandeldilemma:
- kosten
- last op schouders mantelzorger
- wat kan je betekenen voor de patiënt
- vooruitgang?
- tijdsduur
Profileringsprobleem:
- wat is de waarde van wat ik doe en hoe verander ik dit?
- waar ligt mijn verantwoordelijkheid?
- wat is de invloed van een ander beleid?
Kwaliteit van leven → de mate waarin mensen tevreden zijn of last hebben van een grote diversiteit van
levensaspecten (Wouters en Canters 2011)
Epicursus: de wortel van al het goede is geluk
Ziekte = straf / Lijden = waarde (volgens geloof)
Model van positieve gezondheid:
1) lichaamsfuncties → pijn, functioneren, energie
2) mentaal welbevinden → cognitieve en emotionele toestand
3) zingeving → doelen, acceptatie, toekomst perspectief
4) kwaliteit van leven → welbevinden, genieten, geluk
5) sociaal maatschappelijk participeren → contacten, relaties, werk
6) dagelijks functioneren → adl, werkvermogen
Wilsbekwaam: heeft te maken met beslissingen over zorg en gezondheid
- iedereen is wilsbekwaam tenzij een deskundig arts heeft vastgesteld dat iemand voor bepaalde beslissingen
wilsonbekwaam is.
Wilsonbekwaam wanneer:
- iemand kan info over zijn zorg/behandeling niet begrijpen of afwegen
- iemand begrijpt niet wat de gevolgen van zijn besluit zijn
- iemand kan geen besluit nemen
Moreel beraad: ethische discussie die je voert met collega’s
- multifunctioneel - hebt een voorzitter nodig
- vaste structuur - +/- 12 deelnemers
- hanteert bio-ethische principes - goed om patiënt of familie van patiënt te betrekken
Stappen moreel beraad:
1) analyseer de situatie (feiten)
2) onderzoek verschillende acties/alternatieven
3) identificeer de betrokkenen en hun belangen
4) beschrijf relevante normen en waarden
5) neem een beslissing
Bio-ethische principes: (Beauchamps & Childress)
- weldoen
- niet schaden
- respect voor autonomie
- respect voor rechtvaardigheid
,Anatomie:
Centraal zenuwstelsel: hersenen + ruggenmerg
Perifeer zenuwstelsel: alles behalve hersenen + ruggenmerg
Cerebri = cerebrum (grote hersenen) + truncus encephali (hersenstam) + cerebellum (kleine hersenen)
Gyri = ribbels
Sulci = groeve
Fissura = diepere inkepingen (onderscheid kwabben van elkaar)
Kwabben:
- frontale kwab → cognitief, executieve functies (plannen. Initiatief nemen)
- parietale kwab → sensorisch, ruimtelijke oriëntatie, waarnemen
- occipitale kwab → visueel
- temporale kwab → geheugen, herkennen, concentratie
Corpus callosum: vezelige structuur die linker en rechterhersenhelft met elkaar verbind (miljoenen
zenuwbanen)
Linkerhersenhelft = spraak, schrijven, geluid, taal, rekenen
Rechterhersenhelft = aanraking/voelen, geluid, analyseren, visualiseren
Grijze stof = hier liggen celkernen van neuronen
Witte stof = zenuwuitlopers (axonen), banen vanuit celkernen liggen hier (wit door myeline om
zenuwuitlopers)
• Midden brein is onderdeel van hersenstam
• Cerebellum zit aan hersenstam vast
Cerebellum belangrijk voor: coördinatie van motoriek
- heeft een posterieure en anterieure lob
Vascularisatie hersenen en ruggenmerg:
Aorta→ arterie subclavia → arterie corotus communis → arterie corotus internus
halsslagaderen
arterie vertebralis arterie corotus externus
Cirkel van Willis: interne en vertebrale arterie
- via deze manier blijft er altijd bloed naar het brein gaan
Cirkel van Willis splitst op in:
- middelste cerebrale arterie
- anterieure cerebrale arterie
- posterieure cerebrale arterie
Diëncephalon: tussenhersenen, bestaat uit thalamus en hypothalamus
Thalamus: verdeelt sensorische info vanuit ruggenmerg over andere
structuren in het cerebrum
Hypothalamus: controlerende functie van emoties, autonome functies en hormoonproductie
Autonome functies → ademhaling, hartslag, bloeddruk, spijsvertering
Limbisch systeem: emotie beleving, genotbeleving, motivatie
- emotioneel geheugen kan je bij bepaalde voorwerpen doen terug denken aan leuke/zware tijden
Basale ganglia/kernen: beweging
- ganglia→ nucleus caudatus, putamen, globus pallidus
- kernen → subthalamicus, substantia nigra
Ligging: rondom thalamus, onderdeel van extra piramidaal suysteem
Functie: vormen de regelkring tussen cerebrum en cerebellum
- regulerende rol, signalen versterken/verzwakken/bijsturen
,Truncus encephali/Truncus cerebri: hersenstam
- brug tussen cerebrum en cerebellum
- treden 12 zenuwen uit vanuit hersenstam, geven aanpassingen door die nodig zijn
om in leven te blijven
van boven naar beneden:
1) mesencephalon (middenhersenen)
2) pons (brug)
3) medulla oblongata (verlengde merg)
Formatio retacularis → netwerk van cellen die betrokken zijn bij reflexmatige
handelingen (zit over hele stam)
Hersendood → hersenstamfunctie valt steeds meer weg
Medulla oblongata: regelt autonome functies, hier kruisen veel zenuwbanen
- voordeel is dat er een behoud van functie is ondanks dat er een zenuwbaan is
uitgevallen
Pons: houdt met 2 armen cerebellum goed vast
- voorste deel → vooral waarnemen, info vanuit pons naar cerebellum sturen (beweging)
- achterste deel → vitale/autonome functies
Mesencephalon: zorgt voor regulatie van zintuiglijk en motorische functies (visuele en auditieve reflexen)
Nervi cranialis: Op Ons Oude Tuin Terras At Frits Verse Groente Van Albert Heijn
1. nervus Olfactorius – sensibel 7. nervus Facialis – motorisch/sensibel
2. nervus Opticus – sensibel 8. nervus Vestibulocochlearis – sensibel
3. nervus Oculomotorius – motorisch 9. nervus Glossopharyngeus – motorisch/sensibel
4. nervus Trochlearis – motorisch 10. nervus Vagus – motorisch/sensibel
5. nervus Trigeminus – motorisch/sensibel 11. nervus Accessorius – motorisch
6. nervus Abducens – motorisch 12. nervus Hypoglossus - motorisch
Medula spinalis: ruggenmerg
- voortzetting van medula oblongata vanaf foramen magnum en eindigt ter
hoogte van L2
Cranialis spinalis = wervelkanaal (+/- 1cm doorsnee)
Cranialis centralis = in contact met verschillende ventrikels om ruggenmerg
van hersenvloeistof te voorzien
Grijze stof = brede voorhoorns smalle achterhoorns (vlinder vorm)
Witte stof = buitenzijde van grijze stof
Ascenderende tracti/banen→ sensorisch naar de hersenen toe
Descenderende tracti/banen → motorisch van hersenen naar rest van lichaam
Ascenderend:
- dorsale gedeelte hersenen → aanraking, vibratiezin, proprioceptie
- spinocerebellaire deel → proprioceptie, info uit spierspoeltjes en peessensoren
- spinothalamisch & reticulair deel → grove tast, pijn
Descenderend:
- corticospinale banen → fijne motorisch aansturing van bewegingen
- rubrospinale banen → betrokken bij motorische controle en reguleren grote spieren
- reticulospinale banen → betrokken bij lopen en posturale controle
- vestibulospinale banen → evenwicht en houding
- tectospinale banen → hoofd en oogcontrole
Synergiën: groep samenwerkende spieren bij bepaalde beweging
, Autonome zenuwstelsel Animale zenuwstelsel
Vegetatief, visceraal en onwillekeurig Somatisch willekeurig
Regulatie van somatosensorisch, motorisch, Sensibel (gewaarwording) en motorisch (beweging)
viscerale, neuro-endocriene en neuro-
immunologische functies
In stand houden van homeostase
Sympatisch/parasympatisch
Sympathisch → fight or flight (secundaire centra in ruggenmerg C7-L2)
- dichterbij centrale zenuwstelsel verder van orgaan af
Parasympatisch → rest or digest (secundaire centra in truncus encephali & sacrale deel ruggenmerg)
- dichtbij orgaan verder van centrale zenuwstelsel af
Orgaan Sympathisch Parasympatisch
Oog Pupil verwijding Pupil vernauwing
Traanklier X Productie traanvocht
Speekselklier Secretie (afgeven) slijm Productie dun speeksel
Hart Toename frequentie Afname frequentie
Bloedvaten Vernauwing organen/ verwijding X
skeletspieren
Longen Bronchus verwijding Bronchus vernauwing
Bijniermerg Afscheiding adrenaline X
Maag-darmkanaal Minder darmbeweging Meer darmbeweging
Lever Stijging glucose productie Stijging gal productie
Nieren Minder urine produceren X
Blaas Remmen mictie Opgang komen mictie
Geslachtsorgaan Ejaculatie Erectie
Zweetklieren Stijging zweetproductie X
Haren Recht op staan X
Stofwisseling Stimulatie X
Hersenvliezen:
1) schedel
2) duramater (bescherming en voeding)
3) arachnoïd mater
Hiertussen zit subarochnoïdale ruimte (gevuld met hersenvloeistof)
4) piamater (voeding)
Gedragswetenschappen:
Cognitieve stoornissen
Het geheugen:
prikkels van buitenaf → filteren belangrijke info → opslaan info → terughalen info
3 opslag systemen:
1) sensorische geheugen: info uit zintuigen voor korte duur opslaan
2) korte termijn geheugen: werkgeheugen, bevat info die op dit moment actief is (beperkte opslag)
2) lange termijn geheugen: als je het veel herhaald wordt het opgeslagen voor langere tijd
Lange termijn geheugen opdelen in:
1) episodisch geheugen → belangrijke gebeurtenissen (trouwdag)
2) semantisch geheugen → feitjes
3) procedurele geheugen → vaardigheden (fietsen)
Retroactieve interferentie: moeite hebben om ouder opgeslagen info uit geheugen op te halen
Proactieve interferentie: moeite hebben om recente info uit geheugen op te halen, omdat oudere info in de
weg staat
Niet aangeboren hersenaandoeningen: (NAH)
- traumatisch of niet traumatisch